speellijst |




 
FR | EN
Aa - Aa - Aa - print
Ramblasblog 20/04/07
INTERVIEWS

"Goesting geeft de doorslag"
Acc'enten 03/07

"Het was tijd om eens diep te gaan"
De Morgen 18/04/07

Liefde, wat is dat eigenlijk?
De Standaard 18/04/07


RECENSIES

2007

Passanten in elkaars leven
De Standaard 20/04/07

Wouter Hillaert over De Eenzame Weg

Ramblasblog 20/04/07

Pijnlijke driehoeksrelatie bij STAN
Gazet van Antwerpen 24/04/07

Eenzaamheid als onvermijdelijkheid
8 weekly, 24/04/07

Het nu is zoek
De Morgen 25/04/07

Stan diagnosticeert eenzaten van Arthur Schnitzler
De Huisarts 26/05/07

Vermoeiend virtuoos
Knack 02/05/07

De eenzame weg
Zone 09 09/05/07

Illusieloos theater
Elsevier weblog 16/05/07

Geestig en verwarrend
Het Parool 18/05/07

Het is de taal die telt bij STAN
de Volkskrant 18/05/07

Verfrissende Schnitzler
De Telegraaf 18/05/07

De Eenzame Weg
www.simber.nl 18/05/07

Zonder een spoor van emotie
NRC 19/05/07

Terloops het leven tegemoet en achterna
Trouw 21/05/07

2009

Le Chemin solitaire créé par une troupe flamande
Agence France-Presse 16/11/09


RADIO

Stijn Van Opstal en Natali Broods over De Eenzame Weg (mp3)
interview Radio 1 - Neon, 10/04/07

Pol Arias over De Eenzame Weg (mp3)
recensie Radio 1 - Neon, 19/04/07

Wouter Hillaert over De Eenzame Weg (mp3)
recensie Klara - Ramblas, 19/04/07

­

Wouter Hillaert over De eenzame weg

recensie


De eenzame weg van Stan is nog eens een meer klassiek repertoirestuk, en dat komt binnen het Vlaamse theater steeds minder vaak voor. Van Nieuwjaar tot nu telde ik er amper vier, dat is er één per maand op een totaal van pakweg 20 premières. Zijn we erop uitgekeken? Een argument tegen klassiekers is altijd dat ze uit de tijd zijn, of een ideologie schragen die vandaag uit de toon valt. We leven in een makersgericht theaterveld, waar tekstmateriaal - als dat er al is - liever bij de roman- dan bij de toneelschrijver wordt gezocht. Maar een stuk als De eenzame weg van de Oostenrijker Arthur Schnitzler weerlegt al die argumenten tegen klassiekers. Net als Hedda Gabler van Ibsen (bij ‘t Arsenaal), Titus Andronicus van Shakespeare (bij Bronks) en All my sons van Arthur Miller (bij de Roovers) boort het diep in de menselijke geest en sociale omgang, door alweer kinderen te tonen die lijden onder de schulderfenis van hun ouders, een confrontatie die eindigt in de dood. Ik vind de ‘universele waarheid’ van klassiekers altijd een beetje een makkelijk argument pro, maar zeker De eenzame weg valt zo zonder problemen te verdedigen.

Het stuk uit 1904 toont hoe de jonge officier Felix (’geluk’ in het Latijn) zijn zieke moeder moet begraven om daarna te horen te krijgen dat zij hem niet bij haar man Wegrat verwekte, maar bij de eeuwig veelbelovende schilder Julian Fichtner. Die onthulling zorgt voor een paar grondverzakkingen in de onderlinge relaties tussen de acht personages, waar een paar van hen uiteindelijk in ten onder gaan, en het tijdelijke voor het eeuwige wisselen. ‘Alles is veranderd, behalve het kerkhof’, wordt ergens gezegd, en dat vat de toestand goed samen. De eenzame weg gaat over eenzaamheid, vergankelijkheid, de onkenbaarheid van de ander, de onbevredigbaarheid van het verlangen, de enige zekerheid van de dood. Universele thema’s.

Maar wel geen vrolijke, nee. Arthur Schnitzler staat erom bekend dat hij - zelfs ondanks de lichte humor in een paar andere stukken - de hand van een musicus heeft om onder zijn intriges (met heel vaak overspelige verleidingsscènes binnen high class milieus) een sfeer weet te scheppen van zoete melancholie, van onverzoenlijkheid met het menselijke leven. Alles gaat altijd neerwaarts, trapjes af naar de metafysische ellende via erg existentiële quotes die je stuk voor stuk boven je bed zou kunnen hangen. "Niets verwijdert u meer van mensen die u dierbaar zijn dan u verplicht te moeten voelen bij ze blijven", dat soort kernachtige halve mistroostigheden. Hij mixt ze met zoveel herinneringen aan ‘vroeger-was-beter’ dat er in De eenzame weg eigenlijk heel weinig ‘heden’ is. Er is wat er is geweest, of wat er nog moet komen: de schrijver von Sala bijvoorbeeld die op expeditie wil naar de opgraving van een ondergrondse stad, wat dan weer een metafoor is voor het verleden, en voor het aloude onderbewuste van de mens (Schnitzler was een tijdgenoot van Freud, die hem ooit in een brief feliciteerde voor de herkenbaarheid van zijn eigen theorieën in Schnitzlers stukken). Alles samen geeft dat dus die typische stemming van absolute weemoed.

Stan doet het tegenovergestelde van wat je zou verwachten bij zo’n stuk: het stript al die droefnis weg, met als doel de kern bloot te leggen: hoe mensen omgaan met elkaar, hun verdriet en hun eenzaamheid, in plaats van verdrietig te spelen. Er zit zelfs, zeker bij Damiaan De Schrijver en Jolente De Keersmaeker, een lichtheid in hun spel die herinnert aan de komedie die ze aan jaar geleden maakten naar Ayckbourn en Pinter: of/niet. Ook anders binnen de gewoonlijke soberte van Tg Stan is de relatief grote aandacht die wordt gegeven aan muziek/sound en licht: bijwijlen vuig gele natrium, waardoor alles er heel ontveld gaat uitzien. Dat versterkt nog door het principe van één acteur, één rol rigoureus te doorbreken. Een beetje zoals ‘t Barre Land ooit Hamlet opvoerde, wordt de tekst van elk personage verdeeld over meedere spelers, zodat bijvoorbeeld midden in een dialoog van Felix en zijn echte vader Julian ineen van plek wordt gewisseld door Damiaan De Schrijver en Stijn Van Opstal van Olympique Dramatique, die hier voor het eerst meespeelt met Stan. En dan weer terug, met een simpele kostuumverandering. Elke klassieke inleving wordt tegengegaan, voor wat ze zéggen.

De bedoeling is meerdere perspectieven te tonen tegenover dezelfde replieken, een extremisering van Stans terugkerende interesse voor de houding van de acteur tegenover tekst en thema, maar het resultaat hier is veeleer dezelfde als wanneer je een perzik van zijn vlees ontdoet: er blijft alleen de noot van het verhaaltje zelf. Soms zie je vooral in de verhouding van Frank Vercruyssen tot andere vertolkers van zijn personage een eerste aanzet tot wat die ontdubbelingen aan scenische spanning kunnen geven, maar vooral de jongere gastspelers zaten gisteren op de première nog te weinig in het moment (in het nu van de zegging) om deze gestripte Schnitzler echt te kunnen doen raken. Het wordt soms gewoon de tekst opzeggen.

Resultaat was gisteren een nog vrij fletse voorstelling, waarbij je nog niet voelt waarom deze Schnitzler precies gekozen wou worden, wat hij te vertellen heeft zonder weemoed. Dat is zoals steeds bij Stan een kwestie van inspelen, maar dan nog is het de vraag of het klassieke universele waar Stan op zoek naar is, los van de pathetiek, er echt zal kunnen uitkomen. Het valt tussen de twee stoelen van de tragikomedie en een moedig metatheatraal experiment in, en de voorzichtige beeldende insteken met apparaten als een versnipperaar of een cocktailmixer blijven te weinig gefundeerd. Als je sfeermatig repertoire door de mangel haalt, is het moeilijk om daar weer aan ander gevoel mee samen te stellen. Voorlopig blijf je vooral de ingrediënten zien, niet de bindende saus.


Klara - Ramblasblog, Wouter Hillaert, 20 april 2007

© 2001-2014 tg STAN / alle rechten voorbehouden |
- Aa - Aa - Aa - print | top