STAN speelt STUKKENde schrijver en de toneelspeler
de toneelspeler is verliefd op de schrijver
de schrijver is vooral met zichzelf bezig
de toneelspeler vraagt om actie, vraagt om een aanraking, vraagt om woorden die zijn honger naar de wereld moeten stillen
de schrijver maakt woorden in een volgorde die de wereld omkaderen en behapbaar maken
de schrijver vindt het moeilijk uit te voeren wat hij schrijft, daarom schrijft hij
de toneelspeler kan niet schrijven wat hij wil uitvoeren, hij is afhankelijk van de schrijver
de toneelspeler wil de schrijver soms veranderen, wil de schrijver zeggen wat hij moet doen
de toneelspeler weet wat hij kan en weet wat hij niet kan
de schrijver kijkt naar de toneelspeler als een schrijver naar een toneelspeler
de schrijver zal nooit veranderen, de schrijver is ook een beetje verlegen
de schrijver staat naast de wereld en er helemaal in
de toneelspeler houdt met heel zijn hart van de schrijver en wil hem het liefst van al opeten samen met de woorden die hij nog moet schrijven
de schrijver is eenzaam en dat voor altijd
het probleem is dat de schrijver de woorden voor de toneelspeler schrijft
de schrijver heeft het laatste woord, dat is duidelijk
de schrijver heeft een opdracht van de toneelspeler gekregen
de schrijver moet iets schrijven
de toneelspeler gaat dat spelen
Deze voorstelling is opgedragen aan Patricia De Martelaere.