tekst 'Zomergasten' van Maksim Gorki van en metMarjon Brandsma, Robby Cleiren, Jolente De Keersmaeker, Sara De Roo, Damiaan De Schrijver, Tine Embrechts, Bert Haelvoet, Minke Kruyver en Frank Vercruyssen
kostuums An D'Huys licht Clive Mitchell techniek Raf De Clercq en Tim Wouters productie tg STAN met dank aan Dood Paard, Peter Gorissen, Jeroen Perceval, Bob Snijers, Henk Van de Caveye en Gommer Van Rousselt
première 17 juni 2010, Monty, Antwerpen
Sjalimof : Alstublieft! U bent zoals iedereen! Iedereen heeft deze
domme, aanmatigende voorstelling van het leven van een schrijver. Hoe
hij moet leven, praten, schrijven. Waarom? Waarom stelt u aan mij hogere
eisen? Waarom moet ik een andere rol spelen? Ik ben een doodnormaal
mens, die werkt om den brode. Niet met mijn handen, maar met mij
fantasie. U leeft zoals het u uitkomt. Maar ik, omdat ik schrijver ben,
zou moeten leven zoals het u bevalt, zodat het aan uw dromen
beantwoordt. Excuseert u mij Varvara Michaijlovna, ik geef u deze bloem
terug. Ik heb het gevoel dat ik deze onderscheiding niet verdien.
(citaat uit ‘Zomergasten’ van M. Gorki)
In Zomergasten brengt een groep Russische vrienden de zomer door in een buitenverblijf op het platteland. Zij praten over de opvoeding van de kinderen, de liefde, het huwelijk, de literatuur, het leven, … Er wordt thee gedronken, gezwetst en gespeeld, van de zon en het water genoten. Toch broeit er iets. Dit gezelschap van notoire verlichten, leden van de betere stand, de Russische intelligentsia, gedraagt zich erg nerveus. In afwachting dat hun leven totaal zal veranderen, bijten ze zich krampachtig vast aan mekaar en verdedigen ze fanatiek hun eigen, labiele positie.
Maksim Gorki schreef ‘Zomergasten’ of ‘Datchniki’ in 1905. Het verhaal dramatiseert het leven van de Russische adel en kunstenaars en hun positie tegenover de maatschappelijke veranderingen aan het begin van de 20ste eeuw.
Rjoumin : Over het recht van de mens om bedrogen te willen worden! U spreekt vaak over ‘het leven’. Wat is dat: het leven? Wanneer u daarover praat, zie ik een reusachtig vormeloos monster voor me, dat eeuwig en altijd offers eist, mensenoffers! Dag aan dag vreet het de mens op met huid en haar en drinkt het gulzig zijn bloed. Waarom? Ik zie er de zin niet van in, maar ik weet dat, hoe langer een mens leeft, hoe meer smeerlapperij, platvloersheid, grofheid en viezigheid hij om zich heen ziet en hoe meer hij snakt naar schoonheid, klaarheid, zuiverheid... (citaat uit ‘Zomergasten’ van M. Gorki)
Sjalimof : Ik voel het! Ik loop over straat en ik zie mensen, met een volstrekt aparte fysionomie. Ik bekijk ze en ik voel: die zullen mij niet lezen, dat interesseert ze niet. Het zijn vreemden voor mij, die niet van me houden. Ze hebben me niet nodig. Ik ben oud voor ze, en ook mijn gedachten zijn oud. Ik begrijp niet wie ze zijn! Van wie ze houden! Wie ze nodig hebben! (citaat uit ‘Zomergasten’ van M. Gorki)