Poquelin II werd geselecteerd voor het TheaterFestival. Vijftien jaar na het succes van Poquelin I grasduint tg STAN opnieuw in het werk van Molière. “Ik wil me met de belachelijke trekjes van de mensheid bezighouden en de tekortkomingen van de wereld theatraal aangenaam verbeelden”, verklaarde Molière in de 17de eeuw. Op het programma: Le Bourgeois Gentilhomme (1670), waarin Molière spot met een rijke burger die het gedrag en de levenswijze van de adel wil imiteren en L’ Avare (1668), een tragikomedie over gierigheid, machtswellust, hebzucht, generatieconflict, waarheid en leugen. Kuno Bakker, Jolente De Keersmaeker, Damiaan De Schrijver, Els Dottermans, Willy Thomas, Stijn Van Opstal en Frank Vercruyssen brengen een extravagante montage van deze twee stukken en “bewijzen zo dat een repertoirestuk geen reanimatie behoeft, dat een oude tekst niet noodzakelijk een levend lijk is, maar even lillend en vettig kan zijn als het leven zelf.” - aldus de vakjury.

Op 4 en 5 september stellen we ons 'gammel podium' opnieuw op in deSingel in Antwerpen!

tickets

Het volledige juryrapport:

"Met Poquelin II waagt tg STAN, voor de gelegenheid versterkt met Els Dottermans, Kuno Bakker, Stijn Van Opstal en Willy Thomas, zich voor een tweede maal aan Molière. Het resultaat is een al even eclatante bom als hun eerste Molière-montage uit 2003. Opnieuw gewapend met een gammel schavot als podium en een beperkt aantal attributen, waarvan sommigen ook al in de eerste Poquelin opdoken, brengen de acteurs in twee en een half uur een caramboleske montage van L’Avare en Le Bourgeois Gentilhomme. Samen onttakelen deze twee sociale satires op genadeloze wijze de burgerij. Het maakt van Poquelin II een hilarische ontmaskering van het burgerlijke ‘gedoe’. In L’Avare draait de geldobsessie van het titelpersonage – een fantastische Willy Thomas – uit op een onverkwikkelijk kluwen van familie-intriges. In Le Bourgeois Gentilhomme toont vooral Damiaan De Schrijver zich in zijn sas als burgerman type “nouveau riche”. Marc Coucke had zijn Jourdain niet beter kunnen spelen. De waanzinnige kostuums van Inge Büscher zetten de wansmakelijke opzichtigheid van zijn personage nog meer in de verf. Poquelin II is vintage Molière, brengt ons recht naar het hart van het zeventiende-eeuwse theater. En toch blijkt het op geen enkel moment een historische reconstructie, dankzij dit spelerstheater dat staat of valt met het directe contact met de zaal, zonder decor, zonder patserige illusie of ingenieuze manipulaties. Niks in de handen, niks in de zakken: elke speler is enkel op zichzelf en zijn collega’s aangewezen om het theater te laten ontstaan. Dat doen deze zeven spelers dan ook met brio: samen spelen ze vijftien rollen bij elkaar en bewijzen ze dat een repertoirestuk geen reanimatie behoeft, dat een oude tekst niet noodzakelijk een levend lijk is, maar even lillend en vettig kan zijn als het leven zelf. Poquelin II is kolderesk, burlesk, grotesk, carnavalesk, maar bovenal vitaal: toneel dicht bij het leven zelf, terwijl het tegelijk het theatrale karakter van dat leven haarfijn bloot legt. Zo wordt Poquelin II een prachtige ode aan het meest precaire beroep in ons theaterbestel, dat van de toneelspeler/-ster zelf."