Er wordt thee met koek geserveerd. Ergens op de scène springt een waterkoker aan, en opeens hebben de personages een stuk biscuit in de hand. Het maakt lawaai als ze kauwen, en kauwen doen ze als razenden. Vooral de vrouw. Ze breekt de koek in stukjes, die ze verorbert als een zenuwzieke muis.

Een typisch Schnitzleriaans tafereel, vertolkt op een STAN-typische wijze. Stijve salons, veelzeggende stiltes, ongemakkelijke gesprekken, gehunker van gemankeerde kunstenaars – dat wordt bij de Vlaamse groep: her en der verspreide huishoudelijke apparaten, een paar harde keukenstoelen waarop bijna niemand zit en acteurs die soepel elkaars rollen overnemen.

Zodat Jolente De Keersmaeker, die zojuist – als Irene Herms uit De Eenzame Weg – die koek in stukjes heeft gebroken, deze tot op zowat de laatste kruimel overdraagt aan haar medespeelster wanneer die in de huid kruipt van het personage. Klinkt ingewikkeld, is het in het begin ook wel (zeker als de vrouwen ook kort mannenrollen doen), maar het houdt het stuk spannend en fris.

De Eenzame Weg stamt uit 1904 en speelt rond de eeuwwisseling, maar daar is bij STAN eigenlijk weinig van te merken. Vertaling (Ger Thijs) en aanpak doen Schnitzler recht: hier staan mensen van alle tijden voor dilemma’s van alle tijden. Het is vooral de taal die telt, de dialogen sprankelen.

De man die er na een mooie liefdesnacht vandoor ging uit een soort bindingsangst en aldus afzag van het vaderschap; de vrouw die met een ander is getrouwd, maar op haar sterfbed een hint geeft aangaande de biologische vader van haar zoon; die zoon (veelal gespeeld door een sterke Stijn van Opstal); een getroubleerde dochter, ze houden hun laconiek relaas.

Helemaal ontdaan van (onderhuidse) emotie is het spel niet, en hier excelleert de vaste STAN-kern: Jolente De Keersmaeker, Frank Vercruyssen, Damiaan De Schrijver. Van hilariteit, als in hun recente komedies, is dit keer weinig sprake, al zit er één De Schrijver-moment in wanneer hij als gefrustreerde schilder zijn doeken in stukken scheurt en aan een soort hakselaar opvoert. Maar afgezien van een komisch detail hier en daar, doet zich het thema gelden, herkenbaar en duister tegelijk: de eenzaamheid van ieders levensweg.

de Volkskrant, Karin Veraart, 18 mei 2007

Frans