tg STAN, 'JDX – a public enemy': Ibsen in fast forward?

Wat doet een collectief wanneer het 25 jaar bestaat? Inderdaad, het blikt even over de schouder. Ook tg STAN doet dat ter ere van haar zilveren jubileum, onder meer door op tournee te gaan met een van haar oudste stukken. ‘JDX – a public enemy’ voert het publiek terug naar mei van het jaar 1993, toen het toneelspelersgezelschap met Henrik Ibsens Een vijand van het volk in première ging. Twee jaar later speelde tg STAN ook een Franstalige versie, waarna de tekst bijna twintig jaar van de planken verdween. Tot nu.

Alleen wat van waarde is, ontsnapt aan de zo dikwijls uitgedeelde stempel ‘gedateerd’. De Ibsen die tg STAN opvoert, lijkt echter helemaal niet aan de tijd ten prooi gevallen. Alleen wie er in 1993 bij was, kan zeggen of het inderdaad om een re-enactment gaat. In ieder geval heeft het er alle schijn van dat Jolente De Keersmaeker, Sara De Roo, Damiaan De Schrijver en Frank Vercruyssen op de bühne voornamelijk zijn wie ze in andere stukken ook zijn: een kwartet gretige spelers die, als de gelegenheid zich voordoet, de fictie van het theater doorprikken. Het lijkt alsof ze in de levensechte poppenkast die toneelspelen is steeds weer de vele onvolmaaktheden van het semi-realisme willen aanstippen. Niet zelden is hun humoristische en zelfrelativerende stijl ontleend aan korte momenten waarop ze uit hun stukken stappen en de vertolker achter het personage zich blootgeeft. Zo houden ze de theaterervaring niet alleen fris voor zichzelf, maar ook voor het publiek. In plaats van voor de zoveelste keer hun tekst op te dreunen, stellen ze zich luidop vragen bij wat er staat, wat voor de toeschouwers een impliciete uitnodiging is om eveneens kritisch naar de tekst te luisteren.
Met verwarringen over sofa’s en zetels, die er uiteindelijk toch niet zijn, bouwt tg STAN in JDX – a public enemy een met grappen doorlucht spanningsveld op tussen het komische van een toneelvertolking als dusdanig en de tragiek die zich binnen de tekst manifesteert. Waarom Ibsens regels echter aan het tempo van een mitrailleur op het publiek moeten afgevuurd worden, is niet duidelijk. In Waregem leek het alsof de vier onderling een snelheidsrecord wilden vestigen. Damiaan De Schrijver werd af en toe zelfs onverstaanbaar. Jolente De Keersmaeker en Sara De Roo wisten hun kleinere rollen dan weer niet stuk voor stuk genoeg inhoud te geven, precies omdat de tijd daarvoor leek te ontbreken. Stijn Van Opstal was echter duidelijk in zijn sas als souffleur. Met hem erbij is een kwinkslag nooit ver uit de buurt – tg STAN maakte daar waar mogelijk dankbaar gebruik van.

Door zich vormelijk uit de slag te trekken met uitsluitend het hoogste nodige, spitst de opvoering zich toe op vertolkingen enerzijds en tekst anderzijds. Enkele overdrijvingen en franjes die net zo goed achterwege hadden kunnen blijven daar gelaten, maakte het kwartet een sterke beurt. Ibsens tekst staat er na meer dan 130 jaar overigens nog altijd. En aan relevantie heeft die niet moeten inboeten: met als centraal conflict de tweestrijd tussen wat ethisch goed is versus wat in het voordeel uitvalt van het eigenbelang, is de link met de actualiteit niet ver te zoeken. Is er immers geen prijskaartje verbonden aan moraliteit, een waarvan onze politici vaak beweren dat die meer duiten kost dan onze staatskas rijk is? Daarnaast waarschuwt Ibsen voor de macht van het collectief, dat – precies omdat het door de meerderheid wordt gevormd – altijd aanspraak maakt op ‘de waarheid’. Goed om daar, tussen enkele lachsalvo’s door, aan herinnerd te worden.

Jan-Jakob Delanoye, Cutting Edge, 30 maart 2014

Nederlands