Twee straffe peeën en de ark van Noach

interview met Robby Cleiren en Frank Vercruyssen

Een maand na 'zien en zien' gaat vanavond alweer een nieuwe STANvoorstelling in première. The Monkey Trial reconstrueert de rechtszaak die in de Verenigde Staten ooit uitgeroepen werd tot 'het proces van de eeuw'. Niet OJ Simpson, nee. Terechtstond de jonge biologieleraar John Scopes, omdat hij het in 1925 had aangedurfd de evolutieleer van Darwin te onderwijzen. Frank Vercruyssen en Robby Cleiren groeven zich gefascineerd in in de stellingen van aanklager en verdediging en zetten Damiaan De Schrijver op de stoel van de rechter.

The Monkey Trial is dus geen voorstelling van de hele STANploeg, maar past in de lijn 'persoonlijke uitstappen van kernleden met verwante zielen'. Frank Vercruyssen zocht er Robby Cleiren van de Roovers voor aan. De twee kennen elkaar al jaren, maar het is de eerste keer dat ze samen op het podium staan. Een energy boost, zo blijkt. Cleiren: "Franks werkwijze wordt gedragen door een groot engagement en een ongelooflijke gedocumenteerdheid. Het is push the button en je bent vertrokken." En Vercruyssen: "Ik heb omgekeerd ook nooit één enkele joule energie moeten besteden aan het bezielen van Robby. Dat is zalig, want ik ben niet goed in het aanporren van anderen. We hebben zelfs eerder in de hoge tonen moeten nuanceren dan dat we bij elkaar dingen uit de kelder moesten halen."

Met het Monkey-proces vertrekken jullie natuurlijk ook van heel dankbaar werkmateriaal.

Vercruyssen: "Het is echt een cadeau. Ik wou vanaf het begin graag iets doen met een ondervraging, maar noch bij McCarthy, noch bij Oscar Wilde vond ik een even interessante context als bij deze 'Monkey Trial'. Wat daar allemaal gezegd werd, is niet alleen af en toe heerlijk spitant en clownesk, maar tekstueel ook erg intelligent. Aanklager Bryan en verdediger Darrow waren echt straffe peeën als het gaat over retorisch talent. Laat ik dus een beetje zenachtig stellen dat dit stuk mij gekozen heeft en niet ik dit stuk. Het is ook geenszins de bedoeling om aan Amerikabashing te gaan doen. Het gaat ons om het thema van religieus fundamentalisme in het algemeen. En eens niet uit pakweg Saoedi-Arabië, maar uit ons eigenste christendom. Daar kun je een paar geestige vraagtekentjes bij plaatsen. We pakken het allemaal erg speels aan."

Hoe gaan jullie dan om met die dramatische vorm van 'de rechtszaak', die in de theatergeschiedenis al gebruikt is van de klassieke tragedies tot Bertolt Brecht?

Cleiren: "Heel divers, eigenlijk. Want het verschil met bijvoorbeeld klassieke rechtsstukken is dat het 'Monkey Trial' niet zozeer over het morele lot van één individu gaat, als over de hete hangijzers van een hele maatschappij. Er is ook geen expliciete zwart-wittegenstelling tussen verdediger en aanklager, tussen 'de slimmerik' en 'de onnozelaar'. Aanklager Bryan bijvoorbeeld was dan wel een orthodox fundamentalist, maar hij nam het tegelijk ook op voor vrouwenrechten en tegen de militaire inmenging van Amerika in de Eerste Wereldoorlog. Daarbij had hij sterk antikapitalistische overtuigingen. Zo was een van zijn argumenten tegen het darwinisme dat het mee geleid had tot het blind economische discours van 'het recht van de sterkste'. Voor zijn partij valt dus evenveel te zeggen en dat maakt het heel plezant. Frank en ik spelen ook alle rollen door elkaar."

Vercruyssen: "Het grootste werk bestond uit de omzetting van een authentieke processtructuur naar een vorm die op de scène even interessant blijft. Veel speeches zijn ellenlange betogen, die je op papier wel kunt volgen, maar die toch niet zo simpel blijken als je ze speelt. Die hele orale structuur van een achtdaags proces hebben we moeten ontleden en indikken tot een voorstelling van drie uur. We hebben de geschiedenis dus gewoon gepluimd om ons een theatrale dienst te bewijzen. Maar alles wat je hoort, is honderd procent overgenomen uit de transcripties."

Zijn er onder het werkproces verschillen opgevallen tussen de aanpak van de Roovers en die van STAN?

Cleiren: "Niet echt, nee. De manier van werken vertrekt ook hier van een zoektocht vanuit de tekst en van de zin om iets te vertellen. Dat is niet zomaar iets. Het wordt met omzichtigheid gekozen. En ook dat voortdurende wikken en wegen over de tekstbewerking is heel vergelijkbaar, plus alle discussies die daarbij horen. Het spelen hebben we opnieuw zoveel mogelijk uitgesteld, om de tekst niet kapot te repeteren. Als er dus al een verschil is, komt dat gewoon door het feit dat je met een andere persoon werkt."

Ondertussen bestaat STAN vijftien jaar, de Roovers tien. Jullie specifieke aanpak was ooit subversief, maar lijkt nu de norm geworden te zijn voor het hele Vlaamse theater. Is het geen tijd voor iets nieuws?

Vercruyssen: "Misschien wel, maar daarvoor is het niet aan ons. Wij blijven gewoon de voorstellingen maken zoals wij die graag hebben. Tegelijk nodigen we alle jonge theatermakers van harte uit om tegen onze schenen te schoppen. Want zoals wij in navolging van Jan Decorte of Maatschappij Discordia ons paadje hebben gebaand en daarmee, in alle bescheidenheid, nogal wat nieuwe mogelijkheden hebben gecreëerd voor het Vlaamse theater, zo mag dat werk nu door anderen voortgezet worden. Alleen moet dat dan wel gebeuren in een voorwaartse beweging. Een conservatieve terugkeer die verpakt wordt als iets nieuws, daar hebben we geen boodschap aan."

Cleiren: "Maar soms zie je dat jonge mensen van onze vormen alleen maar de uiterlijkheden hebben overgenomen. Vooral ons idee over het engagement van de speler wordt af en toe zo verkeerd begrepen. Mensen zetten zich rond de tafel à la 'ik kan heel goed Frank Sinatra nadoen, dat is mijn manier van authentiek op scène staan, en voilà, we hebben toneel'. Wij doen wel meer dan dat, hé. Onze stijl is niet zomaar een soep die je maakt door bepaalde ingrediënten op de juiste manier door elkaar te mixen. Het is gedragen door een geëngageerde noodzaak om precies dit of dat te doen. En daarvoor hebben wij geen infuus nodig van iemand anders."

Maar is jullie eigen stijl dan nog wel zo progressief, als je bijvoorbeeld ziet dat steeds dezelfde schrale decor- en lichtbehandeling terugkeert?

Vercruyssen: "Ik kan me voorstellen dat anderen soms het gevoel hebben dat we stagneren, maar dat is niet ons idee. We hebben gewoon een soort van vaste smaak. En alles wat we zijn op de scène, is te danken aan het feit dat we bewust kiezen voor wat we doen. Daarvan is ook ons decor gewoon het logische en geïntegreerde gevolg. Ik zie soms ook de eindigheid in van een tafeltje met een wit licht erboven, maar er zitten wel degelijk nuances in."

De Morgen, Wouter Hillaert, 14 januari 2004