In de aap gelogeerd


Soms levert het 'rechtbankje spelen' interessant theater op. Acteurs Robby Cleiren en Damiaan De Schrijver hadden in Recht op recht al een beetje van de jurisdictie mogen proeven, Frank Vercruyssen was de onverbiddelijkste aanklager van het vorige theaterseizoen met Vraagzucht . En nu brengen ze met hun drieën The Monkey Trial uit, het kinderlijke verlangen om 'rechtbankje te spelen'. Levert dat interessant theater op? Soms. Is dit STANs beste stuk? Zeker niet.

'The Monkey Trial' was het eerste grote mediaproces in Amerika. O.J. Simpson avant la lettre, met dit verschil dat het hier geen moord betrof maar dat een biologieleraar werd aangeklaagd omdat hij de evolutietheorie had onderwezen. Hij 'beweerde' dat de mens afstamde van de apen en dat was in strijd met de bijbel volgens christelijke pilaarbijters. De rechtszaak zou een symbolisch strijdveld worden tussen wetenschap en geloof, tussen progressieve en conservatieve krachten. De verdienste van STAN ligt erin dat progressief niet automatisch het epitheton van de wetenschap is, net zomin als geloof en conservatisme één zijn.

Hoewel het proces plaatsvond in 1925, doet deze theaterversie allerminst oubollig aan, zowel naar vorm als naar thema. De lepe advocatentrucjes, het wraken van juryleden, het foefelen met getuigenissen: je ziet zo waar het proces-Cools de mosterd heeft gehaald. Maar ook inhoudelijk bezit het geding een grote actualiteitswaarde. Vandaag rukken in Amerika de christelijk fundamentalisten op als nieuwe Farizeën en in bepaalde staten is de evolutietheorie niet langer een verplicht item op het leerprogramma.

The Monkey Trial speelt zich volledig af in de rechtszaal en duurt ruim drie uur. Damiaan De Schrijver als de 'Onwetende Rechter' amuseert zich kostelijk met zijn hamertje. Vercruyssen en Cleiren spelen meer dan drie dozijn andere rollen: getuigen, aanklagers en verdediging. Twaalf mannen worden uit het publiek gelicht als jury. Om aan de toeschouwer duidelijk te maken wie aan het woord is, is een paneel opgehangen met daarop de namen van alle betrokkenen waarbij telkens de naam van de spreker oplicht. Bijwijlen slagen de acteurs in hun opzet, zeker in de uitgewerkte rollen van aanklager Bryan en verdedigers Stewart en Darrow.

Cleiren en Vercruyssen knopen hun vestje langzaam en nauwgezet toe, gaan schijnbaar achteloos leunen tegen een tafeltje, peinzend, met de vinger op de mond. Urenlang advocatenseries kijken, heeft duidelijk vruchten afgeworpen. Niettemin is er, ondanks of precies vanwege het grote aantal rollen, te weinig diversiteit in hun spel en wordt de dynamiek in het stuk erdoor belemmerd.

Kan The Monkey Trial in het begin moeilijk boeien door het juridische jargon, dan vlot het beter in de twee daaropvolgende delen, als de krijtlijnen eenmaal zijn uitgetekend en het absurdisme de overhand neemt. Wanneer aanklager Bryan zelf in de getuigenbank belandt, ontvouwen zich theologische discussies die de aarde, hetzij plat of rond, op ongemeen harde wijze doen kantelen. Als de wereld uitgezonderd Noahs ark verging tijdens de zondvloed, bleven de vissen toch leven?

Maar het is geen gemakkelijk gegrinnik om de goedgelovigheid van de gelovige, de wetenschap wordt evenmin gespaard, want ook zij dient zich in extremis te wenden tot hypotheses en schattingen. Zo wordt The Monkey Trial geen louter historische reconstructie, maar een pleidooi pro een persoonlijke ethiek en contra om het even welk fundamentalisme.

STAN pleit schuldig: 'rechtbankje spelen' doe je niet voor het plezier alleen.


De Morgen, Liv Laveyne, 22 januari 2004