Comédie-Française op zijn Vlaams

We schrijven 1673: Jean-Baptiste Poquelin alias Molière speelt de rol van Monsieur Argan, de hypochonder in Le Malade imaginaire . Wanneer aan het slot Argan de dokterseed aflegt, stuikt Molière in elkaar en sterft enkele uren later. Hij die niet ziek is, maar beweert ziek te zijn, is in realiteit ziek maar beweert het niet te zijn.

"Ook al ziet ge alles, geloof niets", zegt Damiaan De Schrijver aan het slot van die andere Molière, Sganarelle . Het is ook de leuze van STAN waar de maatschappijkritische blik immer op scherp staat. Geen wonder dus dat ze ditmaal kozen voor Molière, de patholoog-anatoom van het menselijke karakter.

Bij aanvang van Poquelin kijken de halfnaakte acteurs het publiek schaamteloos aan. Klaar voor dissectie. Vijf luchters komen naar beneden. Tromgeroffel en trompetgeschal weerklinkt: dynamiet waarmee STAN de zaal overvalt, ook al is het kortstondig vredestijd aan het hof van de Zonnekoning.

De spelers van STAN lazen heel Molières oeuvre en selecteerden daaruit de komedie Le Malade imaginaire en drie minder bekende farces vol typische persoonswissels, misverstanden, gedwongen huwelijken, knechten, meiden en fake intellectuelen. Damiaan De Schrijver amuseert zich rot als de pseudo-zieke Argan die geilt op de lavementen van docteur Frank Vercruyssen. Hij dwingt zijn dochter Jolente De Keersmaeker te huwen met de medicijnstudent Adriaan Van den Hoof, opdat hij te allen tijde omringd is door dokters.

Maar dat is buiten de meid Tine Embrechts gerekend. In de daaropvolgende farce Sganarelle worden de rollen omgekeerd: de echtgenote uit Le Malade , Sara De Roo, speelt nu de dochter. Een verwijzing naar Molière zelf, die beschuldigd werd samen te leven met zijn dochter, toen hij als veertiger de twintigjarige Armande Béjart huwde.

In Sganarelle, ou le Cocu imaginaire is een medaillon de oorzaak van heel wat misverstanden omtrent trouw. De laatste twee farces illustreren het best Molières genadeloze maatschappijkritiek. In Le Médecin malgré lui wordt een houthakker, die vrolijk jodelend de scène tot spaanders kapt, ten onrechte tot dokter geslagen. Bij STAN neem je dat beter letterlijk, want de cast bewerkt elkaar duchtig met schuimrubberen isolatiebuizen. Een dokterspraktijk is, zo blijkt, een doe-het-zelfzaak, waarin de dottore zich van potjeslatijn bedient.

Net als in de commedia dell'arte wordt bij STAN weer wat af geïmproviseerd: slappe lach, rekwisiet kwijt of tekst vergeten. We verdenken De Schrijver ervan bewust te hebben gekozen voor een première op het Kunstenfestival, opdat hij de op de wand geprojecteerde Franse ondertitels kan gebruiken als geheugensteun. Noem het de vlotte rijstijl waarmee STAN onbesuisd door het tekstverkeer raast.

In het weer op gang komen, sputtert de Stan-motor desgevallend, zoals blijkt uit de te lange aanloop van La Comtesse d'Escarbagnas . In die farce hekelt Molière de précieux en précieuses, zoals de intellectuele beau monde zich toentertijd graag noemde. In een berg Louis Quatorze-fauteuils kirren de dames Embrechts en De Roo dat het een lust is, terwijl comtesse De Keersmaeker haar meid Natali Broods op vulgaire wijze de huid vol scheldt. Ook Trissotin, de verlichte geest en dichter uit Les Femmes savantes doet zijn intrede. Wanneer De Schrijver, omringd door het zwijmelende vrouwentrio, hoogdravende poëzie en zelfs een zangstonde te berde brengt, kan zelfs de meest verstokte misantroop niet anders dan lachen met zijn eigen species.

De Morgen, Liv Laveyne, 24 mei 2003

ONS OORDEEL: STAN brengt met Poquelin een hilarische voorstelling maar verslikt zich soms in zijn eigen spelplezier. De scherpte van Le Malade imaginaire moet het afleggen tegen de sketchmatige kolder van de farces. Maar al is niemand ooit groot en sterk geworden van de 'farce', het is wel de vulling die lekker smaakt.

Nederlands