'In ons hoofd is alles even verschoven'

interview met Jolente De Keersmaeker en Frank Vercruyssen

Begin november trok tg STAN in het kader van het festival Meeting Points langs vijf Arabische steden. Nu een uitloper van dat festival ook in Brussel neerstrijkt, is het tijd voor een terugblik.

Voor de vijfde editie van Meeting Points, veruit de meest vertakte tot dusver, vroeg de organisator Young Arab Theatre Fund onze landgenote Frie Leysen als curator. Ze vormde een poule van enkele internationale artiesten. Onder hen ook onze landgenoten van tg STAN en Anne Teresa De Keersmaeker. Daarnaast was het een uitgelezen kans om eindelijk eens Arabische kunstenaars op tournee te laten gaan in hun eigen regio.

En het begrip 'regio' interpreteert men bij Meeting Points niet te krenterig. Het festival strekte zich uit van het Marokkaanse Rabat, over Tunesië en Egypte, het Palestijnse Ramallah en verder Amman, Beiroet en Damascus. Van de negen steden deed tg STAN er vijf aan.

Was er meteen consensus om op de Oriënt Express te springen? 'Zoals steeds waren er gemengde reacties,' zegt de acteur Frank Vercruyssen, 'maar met Frie Leysen hebben we al een samenwerking sinds het eerste Kunstenfestival. Als zij iets zegt, luisteren we met belangstelling. Uiteindelijk zijn we all the way gegaan.'

En dat hebben ze zich niet beklaagd. 'Deze Arabische tournee heeft ons gemarkeerd', zegt Vercruyssen. 'We zijn nu een maand verder en praten er nog voortdurend over.'

Ook de actrice Jolente De Keersmaeker is nog volop met de verwerking bezig. 'Het was een trip van een maand die ons hoofd de andere kant op draaide. Alles is even verschoven.'

Racistische praat

Vier jaar geleden trok Jolente De Keersmaeker al eens naar Marokko om er vier theaters te prospecteren. 'In de Franstalige wereld leeft zo'n beetje de idee dat Noord-Afrika de vuilnisbak is van Frankrijk. Vaak komen daar de mindere goden terecht die het in Parijs niet maken. Maar op basis van wat ik toen zag, kwam ik tot de conclusie dat we ons goed zouden moeten voorbereiden als we daar ooit zouden gaan spelen.'

Dat heeft tg STAN al vanaf de repertoirekeuze gedaan. Er waren zowat vijf producties in het geding om uit te sturen, maar uiteindelijk bleven er twee over: Les Antigones en The Monkey Trial . Het eerste is een double bill met Antigonebewerkingen van Jean Anouilh en Jean Cocteau, het tweede een rechtbankstuk over darwinisme versus creationisme.

' Sauve qui peut was lang in de running, maar uiteindelijk vonden we het te westers', zegt De Keersmaeker. 'Het bevatte te veel Oostenrijkse referenties. Voor een Arabisch publiek zou het moeilijk te begrijpen zijn.'

Hoewel ze achteraf toch benieuwd waren naar het mogelijke effect dat het had kunnen sorteren. Vercruyssen: 'Het stuk zit vol racistische praat. Zou het publiek dat gepikt hebben? Elke avond, voor The Monkey Trial begon, dacht ik: nu gaan ze allemaal weglopen. Maar ze zijn altijd gebleven.'

'In onze discussies over de stukkenkeuze hebben we het vaak gehad over paternalisme. Wie waren wij om te oordelen of zij een stuk zouden smaken of niet?'

Korte rokjes

De eerste publieksconfrontatie in Rabat was benauwend. Vercruyssen: 'Door de kaart die het festival trok, kwamen we voor de plaatselijke bevolking te zitten en hun kijkgedrag was ons onbekend. En niemand kon ons adviseren, want we kenden niemand die er al had gespeeld. Alles was dus te ontdekken. Het "spring-maargehalte" was groot.'

De Keersmaeker: 'In Rabat begonnen we met Les Antigones . Normaliter dragen de actrices daarin korte rokjes, maar deze keer droegen we toch ook collants. We waren op voorhand heel zenuwachtig. Ik was bang dat het publiek alles wat wij deden raar zou vinden. Zouden ze de humor ervan inzien? Zouden ze gevoelig zijn voor ironie? Gewoonlijk leid ik de voorstelling in met een niet al te serieuze publieksaanspraak. Die avond was het kort en sec. Iedereen was verkrampt. Maar een dag later deden we het zoals steeds, en dan bleek het toch te werken.'

Aan het publieksgedrag was het even wennen. Gsm-tunes galmden vrolijk, mensen in het publiek stuurden snel een sms of liepen in en uit. In Rabat kwam een man zeggen dat hij vroeger was opgestapt omdat zijn vrouw moe was, maar dat hij het voor het overige een prima avond vond. In Tunis deed de groep een nagesprek dat anderhalf uur uitdijde. Even stotteren of een foutje zeggen, bleek men zowat overal verbazend te vinden. Een monoloog recht tot het publiek richten, kwam evenmin erg vertrouwd over.

Voor de rest viel op hoeveel verschillen zich voordeden in dat immense traject tussen Rabat en Damascus. Vercruyssen: 'Tunis had een hip publiek, Beiroet een erg geïnteresseerd. Voorts kwamen we in grote, bureaucratische gebouwen terecht vol personeel dat eigenlijk niet wist waar het over ging. In Caïro zat achter elke deur wel iemand. Toch voelde je dat er daar gewerkt was op het festival. Rabat was de enige plek waar we gecorrigeerd zijn op onze Franse uitspraak. Ze hadden een soort trots, ze wilden er niets voorgeschreven krijgen. Ze waren bijna beledigd dat we Arabische boventiteling zouden gebruiken.'

Sterke vrouwen

Op diverse plekken kwam tg STAN met sterke figuren in contact, halsstarrige visionairs die hun stempel op de kunstscène zetten en meter per meter terrein winnen. Niet zelden waren het vrouwen.

'In Beiroet kwam we zo iemand tegen', zegt De Keersmaeker. 'En in Tunis. Er verandert wel wat, maar sluimerend. Hoewel de programmator in Tunis vertelde dat er na 9/11 weer een paar stappen achteruit zijn gezet. Ze trekt al vijftien jaar met hedendaagse voorstellingen naar het platteland. Na 9/11 komen daar alleen nog maar mannen op af. Volgens haar hebben de mensen de vernieuwingen van Bourgiba niet aangenomen en grijpen ze nu terug naar ideeën van tweeduizend jaar geleden.'

'Het mooie is dat we daar nu net Antigone speelden. Dat gaat over een vrouw die zich verzet. Daarin wordt nagedacht over de macht. Wat is wet en wat niet? Wat vermag een individu? De mensen kwamen daar achteraf niet expliciet iets over zeggen, maar het is wel gehoord. Dat voelden we aan de intensiteit van de zaal.'

En valt er dan door te dringen tot het lokale publiek? Tot hun dagelijkse leven? Vercruyssen: 'Ik geloof niet dat een andere cultuur per definitie ondoorgrondbaar is. Het is de twee. Hoe meer je iemand leert kennen, hoe minder je van hem weet. Je kunt dus door Damascus lopen en zuchten dat je het nooit zult doorgronden. Dat klopt. Maar tegelijk sta je er wel. En na verloop van tijd zul je regelmatig een klik krijgen van herkenning. Ondanks de enorme verschillen tussen ons en het publiek, zijn er toch overeenkomsten.'

'We hebben dat ook gemerkt in de workshop die we in Damascus een week deden met theaterstudenten. Ze spraken geen woord Frans of Engels, en toen ze begonnen te spelen, dacht je: lieve help. Maar toen we daarna de vorderingen bespraken, bleek dat we elkaar toch aanvoelden. Een Syrische van twintig jaar blijkt ongeveer hetzelfde onder “goed spelen, te verstaan als een Noor. Op zo'n moment voel je dat de relevantie groot is.'

De Standaard, Geert Sels, 9 januari 2008