"Een proces is gewoon geestig theater"

interview met Robby Cleiren, Damiaan De Schrijver en Frank Vercruyssen


In 1925 hield Amerika een moment zijn adem in voor een clash der titanen. In wat later bekend zou worden als "The monkey trial" traden fundamentalistisch en modernistisch Amerika met elkaar in de clinch. De inzet van de strijd was de vraag: stammen we af van God of van apen? In de beklaagdenbank zat een jonge biologieleraar die de evolutieleer had onderwezen. Tg Stan maakt een stuk op basis van de transcripties van het proces: The Monkey Trial .

Op het proces draaide het om veel meer dan de zaak van de jonge leraar John T. Scopes. Zowel de linkerzijde als de rechterzijde mobiliseerde. Darrow, de grootste strafzaakpleiter van zijn tijd bood aan om Scopes pro Deo te verdedigen, waarop de openbaar aanklager Bryan de handschoen opnam.

In hun zog trok het stadje Dayton (Tennessee) een leger persmuskieten aan. Het proces Scopes was een van de eerste mediaspektakels. Voor de eerste keer werd de zaal heringericht om micro's te kunnen plaatsen en werd een proces uitgezonden op de radio. Er kwamen tweehonderd reporters op af. De krant The New York Times publiceerde dagelijks een verslag van de zittingen.

Dat is allemaal al lang geleden en verleden tijd, denkt u misschien. Maar de cijfers die de historicus Gie van den Berghe in een artikel over het proces citeert, zijn onthutsend. Ook vandaag wil veertig procent van de Amerikanen alleen het scheppingsverhaal onderwezen zien in de lessen biologie, terwijl 68 procent vindt dat aan beide theorieën evenveel aandacht moet worden besteed. Eind 1999 werd in Kansas het onderwijs van de evolutietheorie zelfs uit het verplichte leerprogramma geschrapt.

Bijna tachtig jaar geleden ging de overwinning op papier naar de fundamentalisten, maar de tegenpartij riep zichzelf uit tot morele overwinnaar, omdat ze het creationi.s.m.e een ernstige slag had toegebracht. Wie is er zoveel jaren later als winnaar uit de strijd gekomen? "Geen van beide partijen", klinkt het ontnuchterend uit de mond van Frank Vercruyssen. "De geschiedenis heeft iets meer bewijzen geleverd in het voordeel van de evolutionisten, maar dat betekent niet dat het creationisme ineengestort is. Integendeel. Het is gewoon van tactiek veranderd. Tot halfweg de jaren twintig wilden de fundamentalisten nog de wereld veroveren. Daarna zijn ze zich naar binnen gaan keren. Er zijn een paar revivals geweest, niet in het minst in de jaren negentig. En nu zit er een arm van de Christian Right in het Witte Huis. Er is nog altijd een Bryan College in Dayton. Dat zegt veel hé."

Het is geen fenomeen van de Verenigde Staten alleen. Het fundamentali.s.m.e steekt overal de kop op. Is het gevaarlijker dichtbij huis? "Ik weet één ding," zegt Vercruyssen, "De president van de wereld zit eerder in het Witte Huis dan in Riad. Voor de rest vind ik elk fundamentalisme even slecht. Het akelige aan de Verenigde Staten is dat dit gedachtegoed daar echt is doorgedrongen tot de politieke actualiteit. In België heb je ook wel wat opstootjes gehad. Er is bijvoorbeeld de organisatie Creabel, die beweert dat de aarde 6.000 jaar oud is. Maar dat zijn splintergroepjes. In Amerika zit het fundamentalisme vlakbij de goegemeente. Of ik dat begrijp? Religie is ginder veel belangrijker. En dat is volgens mij vaak zo uit van angst. Dat zit ingebakken in de Amerikaanse maatschappij."

"Het mooie aan dit proces is dat het niet meer gaat over het feit of die leraar nu Darwin onderwezen heeft of niet", vertelt Robby Cleiren. "Het ging om een veel bredere polemiek. Het was een tijd waarin de theorie van Darwin herleid werd tot de survival of the fittest . Dat werd gerecupereerd door het nazisme. De groei van het kapitalisme werd ermee goedgepraat. Het is ook niet zwart-wit: je had geen slimme partij en een domme. De openbaar aanklager Bryan nam het bijvoorbeeld wél op voor de vrouwenrechten. En Darrow stond ervoor bekend dat hij naast de freedom of speech-zaken ook vooral rijkeluiszoontjes verdedigde."

Toch vinden ze bij Stan de inhoud deze keer niet zo ontzettend belangrijk. Het is eerder "een mooi cadeau dat erbij komt". Dé reden om dit stuk te maken was de vorm. "Het komt voort uit een soort kinderachtige fantasie om een ondervraging na te spelen", zegt Vercruyssen. "Het is gewoon geestig theater, zo'n proces. Je krijgt een subtiel tactisch spel tussen twee partijen die even gewiekst uit de hoek komen."

Alledrie de heren hebben overigens al enige ervaring met het gerecht. Robby Cleiren werd ooit opgeroepen als getuige in een proces tegen een vroegere lerares Frans. Damiaan De Schrijver ging een kijkje nemen op de eerste zitdag van het proces Cools en Frank Vercruyssen werd ooit opgeroepen om in de jury te zetelen van het proces Van Noppen. "Gelukkig ben ik eraan ontsnapt. Toen ik die vier mannen zag in de beklaagdenbank... Beslis daar maar eens over. Ik kreeg het na één dag al niet uit mijn kop."

"Uiteraard is zoiets inspirerend voor een acteur", vindt De Schrijver. "De kracht van een redenering, de logica, de argumentatie, de retoriek... zoiets spreekt toneelspelers aan: hoe de advocaat en de openbaar aanklager proberen binnen de spelregels van de democratie te blijven, maar altijd tegen de grens van het toelaatbare schuren."

"Op een bepaald ogenblik in het proces Scopes wordt bijvoorbeeld beslist dat wetenschappelijke getuigenissen niet toegelaten zijn. Toch citeert Darrow in een van zijn pleidooien hele stukken Darwin. Dat wordt dan wel geschrapt uit het verslag, maar ondertussen hebben ze toch maar mooi geprobeerd de jury te manipuleren. Zoiets is fantastisch om te zien. Op een bepaalde manier krijg je er respect voor. Zo'n advocaat is een acteur, hé. Hij moet twaalf mensen van iets overtuigen. De wet zelf is in dat spel maar een klein vehikel. Alle theaterelementen zijn aanwezig: je hebt een conflict, er is een hoofdrol en er volgt een uitspraak. Het heeft ook iets dansants: ze mogen rechtstaan, rondwandelen, acteren, overtuigen, declameren, op de emoties spelen... Alle trucs zijn toegestaan. Het is een tactisch schouwspel, maar met emotie."

De Standaard, Kristien Vermoesen, 14 januari 2004