Theater tussen rinkelende gsm's

reportage

BEIROET - Het kunstenfestival 'Meeting points' brengt internationale dans- en theaterproducties, ook Belgische, naar negen Arabische steden. Dat levert erg uiteenlopende ervaringen op, want de plek bepaalt mee de inhoud.

De stad slaapt niet als de taxi om twee uur 's nachts het centrum inglijdt. Beiroet waakt. Geschrankte nadarhekken remmen de vaart af, soldaten omarmen hun mitrailleur. Op het kruispunt met de grote boulevard zit een militair op de koepel van een tank.

Libanon heeft iets met België gemeen. De vorming van een regering sleept eindeloos aan en de consensus is precair. Parlementsleden en ministers blijven uit veiligheidsoverwegingen in hotels in het politieke centrum, nabij de Grote Serail, waar het parlement vergadert. Het centrum ziet eruit als een spookstad. Op de Place de l'étoile zijn met de moed der wanhoop terrassen uitgezet; wie koffie wil, heeft keuze uit tientallen stoelen.

Dit is Beiroet: gespannen wachtend op die vergadering van 21 november waarop hopelijk een president wordt aangeduid. Het vertrouwen is niet groot. Het evenwicht tussen de verschillende rivaliserende fracties is hachelijk. Maar ook dit is Beiroet: open en gericht op het westen. Divers in zijn aanbod, zijn meningen en overtuigingen. De pers is er vrij, de mensen meertalig, overal kan je met dollars betalen.

Meer dan ooit speelt de context mee waarin kunst getoond wordt. Als Tg Stan hier een stuk als Monkey trial speelt, krijgt het plots een andere lading. Het stuk gaat over een rechtszaak waarin betwist wordt of het ontstaan van de mens vanuit het darwinisme of vanuit de bijbel verklaard kan worden. In Caïro was het wijzer het stuk niet te programmeren: de spanningen tussen moslims en katholieken zijn er al groot. Men moet weten waar men speelt. Om dezelfde reden besloot Anne Teresa De Keersmaeker dat ze in Caïro en Tunis in de slotscène van Once haar kleren zou aanhouden.

Het festival Meeting Points werkt met een poule van veertig internationale producties, zowel van Arabische als van westerse makelij. In elke stad wordt uit die poule geput en wordt lokaal werk aan de selectie toegevoegd.

Voor de makers is het een ervaring. Avond aan avond verbazen ze zich over de gangbare gewoontes. In sommige steden lopen de bezoekers ongestoord de zaal in en uit, rinkelen de gsm's en wordt er druk ge-sms't. Een praatje met de buren is geen noemenswaardige schending van de privacy. Op de publieksreacties is moeilijk peil te trekken. De Marokkaanse choreografe Bouchra Ouizguen ging in Beiroet af als een gieter, maar kreeg bijval in Tunis. In het rigoureuze Damascus passeerden de Braziliaanse streetdancers van Bruno Beltrao zonder problemen, terwijl ze in Tunis de zedenpolitie een minder goede dag bezorgden.

Eén cliché moet alvast van de baan. Als de vrouw in de Arabische wereld onmondig zou zijn, is daar in de cultuursector weinig van te merken. In diverse steden is de lokale organisatie in handen van onverzettelijke dames. Een van hen is Christine Tohme (41), die in Beiroet werkt. 'Ik hou er niet zo van in termen van gender te denken, maar ja, wat cultuur betreft hebben wel vaak vrouwen de eerste stappen gezet. We noemen ze de cultuur-motoren. Het verklaart ook waarom er nog altijd veel vrouwen in de sector zitten. Het is hard werken. Meestal zijn er geen middelen en weinig voorzieningen. Toen ik vijftien jaar geleden met sponsors ging onderhandelen, vroegen ze zich af wie dat meisje was. Nadien is het vertrouwen van jaar tot jaar gegroeid. Het gaat er om consequent je weg voort te zetten.'

In Beiroet heeft ze een publiek opgebouwd dat zich interesseert voor hedendaagse kunst, en daar ook aan deelneemt. Vaak duiken dezelfde gezichten op - het is blijkbaar een trouw publiek. Omdat de organisatie tot dusver kleinschalig en weinig zichtbaar was, zijn alle tickets vooralsnog gratis. Het is een manier om de drempel zo laag mogelijk te houden.

Op andere plekken is de opkomst nog niet verworven. Daar is het zaak de publieksgroep uit te breiden of uit de beperkte circuits te geraken. Zo inviteert Damascus met de hulp van cultuurinstituten of ambassades regelmatig gastproducties, maar het is trekken en sleuren om uit de context van de internationale scholen te geraken.

Frie Leysen, de curator van Meeting Points, telefoneert zich elke ochtend en avond suf om het overzicht over het festival te bewaren. In negen steden pieken artistieke ploegen vol goede bedoelingen naar de volgende presentatie. Niet zelden is het stressen. De Arabische boventiteling van Tg Stan geraakte net op tijd ter plaatse, maar moest nog grondig worden bewerkt vooraleer ze geprojecteerd kon worden.

Leysen: 'Dit festival heeft een hoog rock-'n-roll-gehalte. Er duiken altijd wel ergens onvoorziene omstandigheden op. Ofwel zijn er problemen met vliegtuigtickets of met visa, ofwel mangelt het aan technische voorzieningen. Het budget staat onder druk doordat we vaak peperdure apparatuur moeten bijhuren. Soms komt er improvisatie bij kijken en moeten we van drie gammele theaterspots één goede maken. In Caïro is de nieuwe theaterruimte deel van een garage. Daar moeten we de carrossiers vragen om tijdens de voorstelling te stoppen met uitblutsen en hun compressoren af te zetten.'

'Tegen de artiesten zeggen we dat we ons uiterste best gaan doen zoveel mogelijk in orde te brengen, maar dat het nooit 100 procent zal zijn. Ze zijn er altijd met een groot hart voor gegaan.'

De Standaard, Geert Sels, 20 november 2007