Het begint te dagen in het Oosten

reportage

Vijf weken toert het kunstfestival Meeting Points langs negen Arabische steden. Bestaat er dan zoiets als kritische, hedendaagse Arabische kunst? We gingen kijken in Beiroet en Damascus.

Hamra Street is een drukke winkelstraat in Beiroet. Jongeren klitten er graag samen in de plaatselijke vestiging van Starbucks of in het pizzarestaurant. Maar het is niet zo eenvoudig om het Centre Estral te vinden, waar de video van Wael Shawky wordt getoond. Nadat de organisator me via de gsm door een duister gangetje in een winkelcentrum heeft gegidst, sta ik voor een gesloten deur, naast een obscuur kantoortje en een kapper. Ik probeer het later nog eens. Pas de derde keer is het raak. Op het scherm is de Al-Aqsamoskee in Jeruzalem te zien, na Mekka en Medina een van de grootste heiligdommen van de islamitische wereld. Als een bromtol begint het gebouw rond te draaien, stijgt het op naar hogere sferen, en draait het als een ufo op een staak verder. De onderkant is vrolijk verlicht. Het beeld suggereert een parallel met een pretpark: je krijgt een gevoel van gewichtloosheid en vrijheid, maar eigenlijk ben je afhankelijk van de man die de machine bedient.

Op het festival Meeting Points valt nog meer sterke kunst te beleven. De Jordaanse cineaste Sandra Madi maakte een portret van de beloftevolle bokskampioen Faraj Darwish, die afkomstig is uit een Palestijns vluchtelingenkamp. Sinds hij weigerde te vechten tegen een Israëlische tegenstander, is hij geschorst door zijn federatie.

Nog een verrassing: in een club aan de haven zie ik de Egyptische elektroband Bikya aan het werk. Ze nemen de club eerst in met luie lounge en barsten dan uit in folktronics en funky techno. Dit kolkende geluidsbad staat ver van zwarte chadors en godlovende muezzins. De Arabische wereld mag dan veel gezagsgetrouwe kunst produceren en zich toeleggen op kalligrafie en folkloristische muziek, toch is er een groeiende tegenstroom - al is het nu nog veeleer een onderstroom.

Hokjesdenken

'Ik heb moeite met het hokjesdenken van sommige westerlingen', zegt Christine Tohme (41), de coördinator van deze Beiroetse editie van Meeting Points. Ze heeft een diamanten piercing in de neus en behaalde vorig jaar een MBA in Londen. 'Men ziet slechts een opdeling tussen hét Westen en dé islam. Maar het gaat over de kleine verschillen, over stemmen uit de Arabische wereld die nu nog vrij zwak klinken. We beschikken over weinig middelen, maar dankzij vijftien jaar consistent werken is er een platform en een publiek ontstaan voor deze kunst. Elk project dat we opzetten is iets nieuws, er zijn geen sjablonen, we moeten telkens alles opnieuw creëren.'

Haar organisatie, Ashwal Alwar, is een culturele ngo die vooral met buitenlands geld wordt gefinancierd. Om de drempel te verlagen, worden er geen toegangsprijzen gevraagd voor de manifestaties van Ashwal Alwar. Die aanpak heeft ook een interessant voordeel: als er tickets worden verkocht, komt het ministerie van Financiën in actie, dat automatisch checkt of de kunstuiting in kwestie wel de zegen heeft van de censuurcommissie.

Voor de productie How Nancy wished that everything was an April fool's joke van Rabih Mroueh, heeft Tohme anderhalve maand gelobbyd. Tijdens een zeven uur durende vergadering heeft ze de censuurcommissie van haar argumenten proberen te overtuigen. In Meeting Points speelt de productie in Caïro en Tunis, maar niet in Beiroet.

We gaan op zoek naar een van de acteurs. Hatem Imam (29) legt uit dat de voorstelling de geschiedenis van Libanon vertelt vanaf 1975 tot nu. Het is een soort kroniek waarin veel betrokkenen van de burgeroorlog vernoemd zijn. Velen van hen zijn nu minister of hebben een leidinggevende functie. 'Hoewel de voorstelling geen standpunt inneemt, is het noemen van hun namen al voldoende', zegt Imam. 'Het gaat over een taboe en iedereen die zelfs maar gewoon genoemd wordt, komt er eigenlijk slecht uit. Een officiële première hebben we hier nog niet gehad. We hebben wel twee keer een open repetitie gehouden. Omdat er zoveel deining over was, wou iedereen het zien. De zaal zat stampvol.'

Het brengt ons bij een punt waar men in een land als Libanon niet naast kan: de politieke situatie. Nog steeds zijn in sommige stadsdelen de sporen van de burgeroorlog te zien. In de wijk Monot, downtown, is men nu volop bezig met renovatiewerken. Er komen kleine, gezellige winkeltjes en eethuizen, en er zijn woonprojecten opgestart. Toch weet je in een stad als deze nooit goed of het puin van een bulldozer afkomstig is of van een bom. In veel huizen zitten nog steeds gaten van inslaande kogels. Dichter bij de kustlijn staat als een griezelige getuige het hotel Holiday Inn overeind. Tijdens de oorlog opereerden van daaruit scherpschutters; het gebouw vertoont zwartgeblakerde brandstroken en scheuren van bommen die raak troffen.

Politiek

Dezer dagen is de spanning andermaal te snijden. Het proces om een nieuwe president aan te duiden sleept al maanden aan en bemiddelingspogingen van Nicolas Sarkozy en Ban Ki-moon ten spijt, is consensus een hachelijk doel. Vlakbij de grote moskee hebben de leden van Hezbollah een tentenkamp opgeslagen, dat ze uit protest al maanden bewonen. Naast het parlement in het centrum hebben ministers zich uit veiligheidsoverwegingen in een hotel verschanst. In dit land verloopt de besluitvorming naast politieke debatten ook via fysieke eliminatie van de tegenstander. Met behulp van doeltreffende bomauto's zijn dit jaar zeven parlementsleden omgekomen. De evenwichten zijn precair in dit land; er is niet veel nodig om het vuur aan de lont te steken.

'Beiroet is geen stad als een andere', zegt Raed Yassin (28). Hij is de curator van het programma Unclassified, waarin Meeting Points telkens een platform biedt aan de lokale kunstenaars van een stad. Tijdens de burgeroorlog verloor hij zijn vader, maar hij heeft het er moeilijk mee dat de westerlingen oorlogskunst beginnen te bestellen naarmate er bommen beginnen te vliegen. 'Het kenmerk van onze samenleving is broos evenwicht, kwetsbaarheid en onzekerheid. Daarom heb ik mijn generatie artiesten gevraagd te reflecteren over deze stad en hoe ze verandert. Halfweg de jaren 1990 heeft de post-oorlogsgeneratie zich op de kaart gezet. Ik toon de generatie daarna. Velen van hen keren terug uit het buitenland, of ze reizen veel heen en weer. Ze geven hun visie hoe Beiroet vanuit zijn vroegere rol van kosmopolitische stad met een internationale jet set opschuift naar de periferie. Dit land is een grap, een work in progress zonder eind.'

Aan het werk van deze groep jonge dertigers is te zien hoe de politieke gebeurtenissen hen in de ban houden. Er spreekt een verlangen naar lichtheid uit, gekoppeld aan het besef van zwaarte. Dat blijkt uit de video-installatie van Ali Cherri (31), die beelden van zichzelf op een doek projecteert, en ze laat spiegelen in een waterbassin. 'Yesterday was dramatic', is er te lezen. En in spiegelschrift: 'But today is ok'. 'Het scherm en het bassin eronder vormen twee vlakken', zegt hij. 'Ertussen loopt een grens. Van daaruit kan het steeds twee kanten op. Dat is net als Beiroet. Het hoopt op beter, maar er kan zich plots een terugval voordoen.'

Zijn generatiegenoten zijn evenzeer door hun leefwereld in beslag genomen. Op het eerste gezicht doet de gedekte tafel van Ziad Halwani (31) een beetje déjà vu aan, tot men leest dat ze onaangeroerd is sinds 13 april 1975. Die dag brak de burgeroorlog uit. Vartan Avakian (30) ontwierp een flipperkast waarop men iconen uit de muziek kan aantikken. Ze maakten muziek in de periode rond 1990, het einde van de burgeroorlog.

Wat vermag kunst in een stad die kan exploderen? Yassin: 'Dit is een stad met veel politieke en religieuze fracties. De kunstsector is niet beperkt tot één groep. Ik ken niet veel interessante artiesten in die kringen, maar als er zich eentje van Hezbollah of de Maronieten aandient, dan wil ik daar graag mee werken. De meeste artiesten hebben eigen ideeën en worden geen schapen die achter de politici aanlopen. Ze willen het sektarisme net overstijgen.'

De stad levert nochtans het bewijs dat ook hier alles wat van waarde is weerloos is. Symbolen worden niet gespaard in de strijd. Het standbeeld van de martelaars is doorzeefd met kogels; één van de figuren zijn arm is afgerukt.

Op naar Damascus

Van Beiroet naar Damascus is het amper drie uur met de taxi, maar het lijkt of men een ander werelddeel binnenrijdt. Overal hangt de beeltenis van president Assad jr te prijk, en de kranten houden de natie nauwgezet op de hoogte van 's mans bezigheden.

Veertien jaar geleden gingen de poorten van Damascus al eens voor me open, en sindsdien is de evolutie bijzonder traag gegaan. De jongere generatie kleedt zich vrijer en meer westers, maar de sluiers zijn allerminst uit het straatbeeld verdwenen. Winkels zien er nog steeds uit als magazijnen met een raam ervoor, hoewel het aantal met westerse producten oprukt. Niet gehinderd door auteursrechten komen bootlegs van westerse muziek betrekkelijk snel op de markt. De nieuwe van Mika kost hier 2,5 dollar.

Syrië gaat er prat op dat het anderhalve eeuw geleden de theaterkunst in de Arabische wereld verspreide. Toen in de jaren 1990 de islam zijn greep versterkte, was kunst maken nog wel mogelijk, maar ging het publiek zich religieuzer gedragen en volgde het niet meer. De inwoners zijn niet rijk en hebben andere zorgen dan cultuur.

Het publiek bestaat uit een kleine groep van studenten en intellectuelen die aan zowat alle kunstuitingen deelnemen. De opleidingen zijn beperkt uitgebouwd, zodat artiesten hun praktische vaardigheden moeilijk kunnen doorgeven of onderhouden. De best verspreidde kunsttak is de plastische kunst, voorts is er regelmatig vaudevilletheater en een grote productiviteit aan populaire tv-reeksen. Voor het overige is de overheidssteun voor het betere theater en de betere film vrij beperkt.

'Wat kan een festival als Meeting Points in deze omstandigheden het beste doen', vraagt Marie Elias (57) zich af. Ze is professor Franse literatuur aan de universiteit van Damascus. 'Het programma bestaat voor tachtig procent uit buitenlands werk. Het zijn overwegend moderne voorstellingen. Men legt een programma vast, zonder te weten of het ook kan aangepast worden aan de plek waar het speelt. Dat is zoals eerst een kleed maken, en daarna pas te zien wie het draagt.'

'De vraag is of je met zo'n programma aan de oppervlakte van een samenleving blijft, of binnendringt in een plaatselijke context? De voorstellingen die hier komen zijn nochtans pertinent. Als TG Stan Monkey trial speelt, over het dispuut of de mens geschapen is of via de evolutie ontstaan is, is dat zeer van toepassing. Als ik in mijn colleges over mythen over Adam en Eva spreek, is er elk jaar een student die opmerkt dat dat geen mythe is maar realiteit. Want het staat in de koran.'

Twee voorstellingen van TG Stan en Fase van Rosas spelen in het cultuurcomplex Dar Al-Assad. Dat is een prestigegebouw met drie zalen van respectievelijk 1330, 636 en 237 zitjes. 'Sinds we in 2004 openden, hebben hier vierhonderd activiteiten plaatsgehad', zegt Wael Odeh (35) van de communicatiedienst. 'Een vierde daarvan komt uit het buitenland. Het is werk dat hier door internationale cultuurdiensten en ambassades wordt aangeboden. Zij brengen telkens een deel van het publiek mee. Om Syrische inwoners aan te trekken, hebben we de eerste twee jaar alle activiteiten gratis gedaan. Nu vragen we een minimum. Voor drie dollar koop je een operakaartje eerste rang.'

Overgangsperiode

Ook in Damascus is niet elk programmadeel even zichtbaar. Een reeks video's, onder andere een intrigerende persiflage op de moord van de Egyptische president Sadat door Wael Shawky, zit een beetje weggestoken in het Centre Culturel Français. Gemotiveerde Syrische studenten die er de subjonctif komen leren, zullen er allicht hoogte van nemen, maar een breder bereik zit er niet in.

Een collectie dvd's, waarin Arabische artiesten hun favoriete films groeperen, ging te laat van start omdat de censuurcommissie de zestien films niet tijdig gezien kreeg.

'We zitten in een overgangsperiode', zegt de plaatselijke coördinatrice Jumana Al Yasiri (30). 'De economie draait beter, en door de komst van het internet en gsm's komt er meer openheid naar het Westen. Laten we zeggen dat we nu in een democratische dictatuur zitten.'

'Eigenlijk moeten we hier stilaan beginnen. En dat moet stap voor stap gebeuren. We hebben hier een kleine experimentele muziekscène en enkele plastische kunstenaars verdienden ook wel een plaats in het programma. Alleen had Meeting Points liever geen traditionele kunst, zoals schilderkunst, in het programma. Maar dat is nu eenmaal de meest verspreide uitdrukkingsvorm van onze artiesten. Men is hier niet zo erg voor video. De hedendaagse kunst is zich nog aan het ontwikkelen, ze is kwetsbaar. De artiesten zijn er nog wat onzeker over. Dat mag men niet breken.'

De Standaard, Geert Sels, 25 november 2007