Vrolijk en gelukkig makend toneel

Ze bestaan een kwart eeuw, de toneelspelersgroep STAN. En ze vieren dat met een dierbaar stuk waarmee ze al een paar decennia zijn vergroeid, Een vijand van het volk van Henrik Ibsen.
Het stuk van Ibsen uit 1882 heeft de geconstrueerde precisie van een oud uurwerk – de kettingen worden gespannen en meteen begint de constructie te lopen en te draaien en om het kwartier te slaan dat het een aard heeft. De fabel is overzichtelijk. Huisarts ontdekt giftige microben in de geneeskrachtige baden waarop de economie van een kleine provinciestad draait. Zijn onthulling oogst aanvankelijk bewondering. Daarna afschuw. Vervolgens zware jeuk aan de portemonnee. Daarna alleen nog maar hoon en spuug.
De snaren van het uurwerk worden gespannen gehouden door een souffleur. Vanavond is dat Annet Kouwenhoven, gast vanuit Maatschappij Discordia. Drie toneelspelers van de Vlaamse groep STAN doen alle antagonisten. De vierde, Frank Vercruyssen, speelt de protagonist Tomas Stockman. Een begeerde rol de afgelopen jaren, het stuk Een vijand van het volk i s in heel Europa een weerkerende hit. Over de kleinst denkbare minderheid van het eenzaam gepositioneerde individu tegenover de grootst denkbare meerderheid van ‘het volk’, of beter: ‘het gewone volk’, of nog beter: het alom gevreesde, zwijgend zwevend stemvee.
Jolente De Keersmaeker, Sara De Roo en Damiaan De Schrijver nemen gemiddeld zo’n drie tot vier personages per acteur voor hun rekening. Die zijn geconstrueerd vanuit het complex van gebaren, mimiek en dictie waar Bertolt Brecht het begrip gestus voor heeft bedacht, zeg maar: de ruwe toneelspelers-ets van een mens. De Schrijver heeft diverse varianten van lucht-piano-spelen, enkele pirouettes en nog zo wat vliegensvlugge dansjes bedacht voor het prototype van de woedende maar ijverig ritselende politicus. De Keersmaeker bouwt de echtgenote van Stockman op vanuit haar nek en haar schouders. Maar als ze een gewiekst liberaal politiek dier speelt, maakt ze van haar hoekige gezicht een eigenwijs vogelkoppie. De Roo speelt de dochter van Stockman vanuit een vlees geworden glimlach. Maar haar krantenmagnaat is weer pure slapstick, die bouwt ze op vanuit haar heupen en haar onderrug. Het gaat razendsnel. Het is cartoontoneel én jongejannen in vijf, zes steeds achter elkaar geschakelde ‘pennestreken’. Ondersteund door een kei-geestige en rapbetongde tekstbehandeling. Het is virtuoos zonder zich daar op te laten voorstaan. Het is het vrolijk en gelukkig makende toneel waar STAN al een kwart eeuw het ene feest na het andere mee tovert.
Vooraf deelde ik met een mede-toeschouwer het besef dat we als publiek met deze toneelspelers ouder zijn geworden, inclusief het ondergaan van hun repertoire. Achteraf deelde ik met een andere tribuneklant het besef dat de Vlaamse overheid met deze verworvenheid in het toneel een stuk beschaafder is omgesprongen dan de Nederlandse. STAN en de Roovers (die volgende week in Amsterdam zijn te zien) bestaan tenminste nog. Maatschappij Discordia en ‘t Barre Land zijn bij ons nagenoeg volledig het toneellandschap uitgeschopt. Geen overbodige luxe ons dat nog eens te realiseren!

Loek Zonneveld, de Theaterkrant, 9 april 2014

Nederlands