Kolder na de oorlog

interview met Jolente De Keersmaeker

Niet één stuk, maar het hele œuvre van de 17de-eeuwse Franse toneeldichter Molière ligt aan de grondslag van de jongste voorstelling van tg STAN, die deze week wordt gepresenteerd door het KunstenFESTIVALdesArts in Brussel. Na het erg maatschappijbetrokken en directe Vraagzucht eerder dit seizoen, waagt het Antwerpse collectief zich ditmaal met Poquelin aan de brute eenvoud van het blijspel en de kunst van het komedie spelen.

Tijdens de eerste editie van het KunstenFESTIVALdesArts in 1994 was het toneelspelersgezelschap STAN prominent aanwezig. Hoewel artistiek directrice Frie Leysen de groep ook nadien bleef volgen, bleef een verdere samenwerking voorlopig uit. Wel was er nog In Real Time drie jaar geleden, waarbij de acteurs van STAN en de dansers van Rosas zich overleverden aan een grootschalig bewegingstheater op muziek van Aka Moon. Met Poquelin , dat deze week in première gaat in het Brusselse Kaaitheater, staat er dan weer een STAN-productie pur sang op de affiche. Behalve op de kernspelers van de groep Jolente de Keersmaeker, Sara de Roo, Damiaan de Schrijver en Frank Vercruyssen, werd een beroep gedaan op Matthias de Koning van het Nederlandse Maatschappij Discordia en de vaste gastacteurs Natali Broods, Tine Embrechts en Adriaan van den Hoof. Voor het in 1989 na de studies aan het conservatorium van Antwerpen opgerichte collectief, sluit de omkadering van het KunstenFESTIVALdesArts mooi aan bij de meer internationaal gerichte werking die de laatste jaren werd uitgebouwd.

Eigenlijk was het een idee van Matthias de Koning van Discordia om iets met het hele oeuvre van Molière te doen. Op basis van alle stukken van Molière wilde hij één nieuw stuk schrijven om van daaruit te peilen naar waar dat werk in zijn geheel zou kunnen over gaan.

Jolente de Keersmaeker: 'Dat leek ons een heel spannend uitgangspunt. We wilden geen best of brengen, niet één bepaald stuk spelen en toch ook geen collage maken van aan elkaar geplakte stukjes. In die zin was het een uitdaging voor ons, zeker omdat niemand Molière echt goed kende. Het idee om iemands hele oeuvre onder de loep te nemen is interessant omdat je eigenlijk een heel leven leest. Je ziet hoe iemand evolueert, verandert en groeit in wat hij doet.'

Zelfzucht

Geboren als Jean-Baptiste Poquelin in 1622 groeide Molière op in een burgerlijk milieu. Hij ging dan ook zoals het hoorde rechten studeren aan de universiteit. Via de ontmoetingen met de actrice Madeleine Béjart ontvlamde in hem de theaterliefde, die hem na een erg moeilijke periode vol schulden en financiële problemen rond zijn eigen theatergroep L'illustre Théâtre tot aan het hof van Louis XIV zou leiden. In 1654 verscheen zijn eerste toneelstuk, waarna er nog een dertigtal, waarvan zestien bewaard zijn gebleven, zouden volgen. Ondanks zijn succes en status als eerst Comédien du Roi en dan zelfs ceremoniemeester van alle koninklijke vermaken, kende Molière ook heel wat tegenkanting in zijn tijd. Onder meer de meningsverschillen met zijn collega-schrijver Racine zijn berucht. Zeker in zijn laatste twee stukken, Le Bourgeois Gentilhomme uit 1670 en Le Malade Imaginaire uit 1673, is de verbittering die hem in zijn nadagen besloop, duidelijk voelbaar.

Na het lezen van al het toneelwerk van Molière en pogingen allerhande om hieruit één sluitend verhaal te putten, besloten de makers van STAN uiteindelijk vier korte stukken na elkaar te spelen. Op dezelfde avond krijgt het publiek het comédie-ballet Le Malade Imaginaire , de blijspelen Sganarelle ou le Cocu imaginaire uit 1660 en Le Médecin malgré lui uit 1666 en het zelf in elkaar gepuzzelde Les Egotistes op het bord.

De Keersmaeker: 'Eerst wilden we over dat alles nog eens een saus gieten van andere fragmenten, maar die hebben we uiteindelijk weggelaten. Dat heeft te maken met waar we graag zouden willen dat de voorstelling over gaat. Hoe simpeler en helderder, hoe beter. Er mocht geen ruis op zitten. Twee van de vier stukken zijn echt kluchten, een soort sprookjes die gruwelijk zijn in hun bruutheid. Op het eerste gezicht lijkt het allemaal naïef, maar het is eigenlijk gruwelijk direct. De verhaaltjes op zich stellen niet veel voor. Zo heb je in een ervan een vader met een dochter die ziek is. Die ziekte bestaat er in dat ze niet meer wil spreken. Dan is er een man aan het houthakken en komen er twee knechten voorbij. Zij denken: misschien kunnen we van die man wel een dokter maken, en ze slaan hem zolang tot hij zegt dat hij dokter is. Als hij het meisje weet te genezen, blijkt dat ze niet echt ziek was, maar liefdesverdriet heeft omdat ze niet mag trouwen met degene die zij verkiest. Dat thema keert altijd terug bij Molière: een dochter wil graag met iemand trouwen, maar de vader is er tegen omdat hij niet genoeg geld heeft. Op het einde komt het na veel verwikkelingen dan toch nog in orde. Ook in Le Malade Imaginaire is een ziekte niet meer dan inbeelding, zij het dat de enige kwaal in dit geval zelfzucht blijkt te zijn.'

Qua opzet sluit het afsluitstuk in Poquelin nog het best aan bij het oorspronkelijke idee om uit het oeuvre van Molière één nieuwe tekst te houwen. Voor Les Egotistes gingen de makers van STAN te rade in onder meer Les Précieuses ridicules uit 1659, Les Femmes savantes uit 1672, L'Ecole des Femmes uit 1662 en La Critique de l'Ecole des Femmes uit 1663.

De Keersmaeker: 'Eigenlijk zijn dat allemaal stukken die op zich niet echt goed zijn. Ze spelen zich allemaal in hetzelfde milieu af van de hogere klasse en het zijn iets meer spreekstukken. Molière was altijd heel voorzichtig, braaf, schreef binnen de lijntjes, maar je voelt wel dat er onderhuids iets suddert. Onder zijn woorden blijft hij wel altijd duwen, alsof hij eigenlijk meer zou willen zeggen. In Les Egotistes draait alles om dat mooie en goede gesprek, het is wat intellectueler dan de andere stukken en wat pompeuzer in zijn lyriek. Daardoor denken we dat het goed in evenwicht staat met de drie andere stukken.'

Poppenkast

Na de heftige, door Frank Vercruyssen gespeelde monoloog Vraagzucht , waar in een laatste deel op zeer expliciete wijze het Amerikaanse defensiebeleid werd aangekaart, belooft Poquelin theater van een heel andere orde te worden.

De Keersmaeker: 'Voor mij is dit eigenlijk een logische volgende stap na Vraagzucht . Het is goed als je jezelf ernstig neemt, dat je dat soms ook kunt loslaten en het gewoon 'vettig' kunt laten zijn. Het gaat hier ook om entertainment. Wat we gaan doen is eigenlijk not done, zeker voor een gezelschap zoals het onze. Je moet het zien tegenover de tijdsgeest vandaag: door alles wat je op televisie ziet of wat er rondom gebeurt, kun je heel machteloos worden. We hebben dat stuk gemaakt tijdens de oorlog in Irak. En ook tijdens het beëindigen van die de oorlog. Vandaar dat we met de vraag zaten: wat moeten wij nu nog vertellen? Wat valt er nog aan intelligente dingen te zeggen? Wat kunnen we hier nog aan toevoegen? Onze reactie daarop was, wat eenvoudig entertainment te brengen. Het is allemaal zo extreem, dat je eigenlijk alleen met een extreem antwoord kunt reageren: we spelen niet één komedie, we brengen er ineens vier. Je wordt vandaag van alles redelijk triest en dus gaan we nu even voor de volle lading van de andere kant. Iedereen van ons beseft dat onder een boom gaan liggen huilen ook niets uithaalt, en dus werpen we ons er net helemaal in. We spelen ons verdriet weg en hebben ongelooflijk veel goesting om er met het volle gewicht tegenaan te gaan. We spelen natuurlijk ook allemaal doodgraag en hangen ook graag de clown uit. We spelen het ene stuk na het andere en amuseren ons daarmee. Maar pas op: het is zeker meer dan gewoon 't Is show in den bungalow .'

Precies door het op elkaar stapelen van de verschillende stukken, hopen de spelers dat de voorstelling naar het einde toe ook iets bitters krijgt. Uiteindelijk kun je niet blijven lachen en wordt het zelfs voor de grootste lachers ooit allemaal te veel.

De Keersmaeker: 'Eigenlijk is het verschrikkelijk wat je ziet. Door hier en daar wat in te korten en de ruis van de stukken weg te halen weg te halen, is wat overblijft een grove tekening met helle kleuren. In al die stukken zit niets van psychologische opbouw. Je zou kunnen zeggen: het klopt toch niet dat mensen die elkaar enkele minuten kennen al beslissen om met elkaar te trouwen. Maar je kunt dat ook anders bekijken. Misschien worden beslissingen dikwijls echt zo snel genomen en doen wij er veel langer over. Er wordt bijna nooit over liefde gesproken in dat oeuvre van Molière. Van mooie liefdesdialogen hebben we er misschien drie of vier gevonden. Dat is heel erg weinig. Eigenlijk krijg je maar enkele ruwe strepen te zien, maar die geven wel grote en vaak ook heel lage gevoelens weer. Daardoor is het helemaal niet zo naïef als het lijkt. Er zit ook ongelooflijk veel pijn in. Het is bruut, die mensen slaan elkaar voortdurend. Het heeft iets archetypisch, zonder franjes. Ze slaan elkaar, zeggen dat ze elkaar graag zien en dus willen ze meteen ook trouwen. Misschien is het ergens ook niet meer dan dat hoe mensen reageren, hoe mensen zijn, hoe mensen nadenken. Zonder daar denigrerend over te doen, want ik reageer ook zo. In Le Malade Imaginaire is er bijvoorbeeld een hele scène waar de meid tot de hoofdpersoon zegt: weet je wat, we gaan eens testen hoe graag je vrouw en je dochter je zien. Je moet doen alsof je dood bent en dan zullen we zien wat er gebeurt. Dat is natuurlijk poppenkast, maar tegelijk is het iets waar iedereen wel eens aan gedacht heeft: wat zal er gebeuren als ik dood ben? Wat gaan de mensen op mijn begrafenis zeggen? Natuurlijk is het kolder, maar voor mij is het wel kolder met een diepere bodem.'

De Tijd, Jef Aerts, 21 mei 2003

Nederlands