De artistieke keuken van Stan zou je grosso modo kunnen opdelen in twee kookwijzen: het smeuïge theater-over-theater-en-kunst van Damiaan De Schrijver enerzijds en het vezelrijke engagement van Frank Vercruyssen anderzijds.

Toegegeven, het is wat grof geborsteld, want meestal lopen de benaderingen en de figuren door elkaar. Stan is immers een 'toneelspelersgezelschap'. De leden nemen samen zowat alle taken van het theatermaken voor hun rekening en de hele ploeg trekt aan de kar. Een mooie illustratie daarvan krijgen we binnenkort wellicht in Point Blank, de bewerking die Stan samen met vier Portugese acteurs maakte van Platonov van Anton Tsjechov.

Wie een aparte plaats inneemt binnen het colectief is Damiaan De Schrijver. Hij is de cavallier seul die je zelden in politieke werkstukken als One 2 Life (1996) of Het is nieuwe maan en het wordt aanzienlijk frisser (1991) zal aantreffen.

Nee, geef hem maar zo'n aanstekelijke tirade als Oude meesters van Thomas Bernhard. De Schrijver hangt bovendien steevast de clown uit en prikt de ballonnetjes ernst die in het theater zweven graag stuk.

Hij maakt handig gebruik van zijn knuffelbeerfysiek en neemt overdrijving als voornaamste stijlfiguur om humor in een voorstelling te brengen. Bekijk maar hoe hij samen met Matthias de Koning cabotineren tot een opwindende en aanstekelijke kunstvorm weet te verheffen in DeSchrijver DeKoning.

In die productie gaat alles wat mis kan gaan ook mis. Het decor komt naar beneden, zoals het variétékomieken betaamt botsen De Schrijver en De Koning tegen elkaar op, ze timmeren op hun duimen en alles lijkt hen wel uit de handen te glippen. Of beter, ze gooien er gewoon mee. Samen met enkele teksten van de Duitse cabaretier Karl Valentin geven ze zo een persoonlijke en grappige kijk op het acteren.

Een Vlaamse knipoog

Dat thema is ook aan de orde in My dinner with André, een coproductie van Stan en Cie de Koe die bij Het Toneelhuis in première ging. De Schrijver schuift dit keer letterlijk aan tafel met Peter Van den Eede. Voor My dinner with André grepen ze terug naar het gelijknamige scenario van André Gregory en Wallace Shawn voor de Amerikaanse prent van de Franse cineast Louis Malle.

De in 1981 gedraaide film bestaat uit één fascinerende tafeldiscussie tussen de scenaristen over het theater en hun leven als acteur. Net zoals Gregory en Shawn zichzelf vertolken en op die manier fictie en realiteit samenbrengen, vallen De Schrijver en Van den Eede soms opzettelijk uit hun rol en worden hun personages met hun werkelijke persoon verwisseld. Leven wordt met andere woorden acteren en omgekeerd.

In het begin van de versie van Stan en Cie de Koe ziet de toeschouwer op drie videomonitoren De Schrijver door de Antwerpse straten richting Bourla lopen. Wanneer hij de schouwburg binnenstapt en uiteindelijk op de bühne belandt, verandert de videofictie in een theaterrealiteit: de acteur verschijnt in levende lijve.

Het schijnbare realisme van het diner wordt nog verhoogd door de voor de gelegenheid op het achterpodium geïnstalleerde keuken. Acteur Michaël Pas – Van den Eede tegen De Schrijver: "Ik ken die gast van ergens, hé" – komt zelfs even de verschillende gangen opdienen. Een Vlaamse knipoog naar een New Yorkse situatie, waarin acteurs overleven dankzij een job in de horeca.

Knack, Paul Verduyckt, 30 september 1998