Briljante kunst van STAN en Dood Paard

‘Ik had ook milder kunnen zijn.’ Halverwege de voorstelling peinst Marc hardop over zijn rol in de ruzie met zijn beste vriend Serge. Waarom is het zo faliekant uit de hand gelopen? En waar ging het eigenlijk ook alweer over?
Kunst (1994) is een toneelstuk van de Franse schrijfster Yasmina Reza. Het is hier al meermalen te zien geweest, net als haar andere wereldhit Carnage (De God van de Slachting). Nu wordt het gespeeld als coproductie van het Vlaamse Stan (Frank Vercruyssen) en het Nederlandse Dood Paard (Kuno Bakker, Gillis Biesheuvel) en het is verreweg de meest interessante en meest komische versie tot nu toe. De tekst is door de makers zelf vertaald en hier en daar bewerkt, waardoor ze super eigentijds overkomt. Het is een briljant stuk waarin de twee grote thema’s, kunst en vriendschap, subtiel door elkaar heen zijn geweven. 
Om te beginnen de kunst: de ruzie ontstaat wanneer Serge (Kuno Bakker) voor een klein fortuin een wit schilderij gekocht heeft, dat hij vol trots aan zijn twee beste vrienden laat zien. Mark (Frank Vercruyssen) is geschokt: hoe kan Serge zich zo laten bedotten? Ivan (Gillis Biesheuvel) schippert zo’n beetje tussen de twee tegenpolen. Dat loopt compleet uit de hand.
De kennismaking met de drie vrienden is geraffineerd opgebouwd. De personages kijken elk vanuit een ander perspectief naar zichzelf en naar elkaar en zo ontstaat een mozaïek vol scheuren en deuken. Steeds verder pellen ze zichzelf en de ander(en) af. Om uiteindelijk te komen bij de kernvragen over vriendschap: waarom vonden we elkaar ook alweer leuk? Wat is een echte vriend? Wat verwacht je van hem? En in hoeverre permitteer je je leugentjes om bestwil om de ander te vriend te houden? 
Telkens verschuift het perspectief. En omdat de acteurs zichzelf ook nog eens onderdeel van het spel maken, wordt er een meta-laag aan toegevoegd, met name door de vele terzijdes en grapjes over het spel (‘sorry, deze monoloog duurt nog even, hoor’). Het gaat dan ook niet alleen maar over de controversiële aankoop van een schilderij, maar over de waarde van kunst überhaupt, ook over die van henzelf, die van het toneelspelen.
 De voorstelling blijft boeien tot het verrassende eind. De acteurs hebben zelf zichtbaar veel plezier en ook dat draagt bij aan een heerlijke avond waarin het ergens over gaat – in het bijzonder de reflecties over de waarde van kunst – en er veel gelachen kan worden.

Margriet Prinssen, Haarlems Dagblad, 18 november 2014