interview met Frank Vercruyssen

"The tangible" is een stuk over de vruchtbare sikkel die loopt van Syrië tot in Egypte. De wieg van de beschaving, maar ook het toneel van eindeloos oorlogsgeweld. Frank Vercruyssen van tg STAN wou daar een voorstelling rond maken met drie danseressen. Later nodigde hij ook twee acteurs uit het gebied en twee fotografen uit. Maar toch: "We zijn begonnen bij dans, en weer uitgekomen bij dans."

Waar komt de titel vandaan?

Frank Vercruyssen: "In zijn boek From A to X schrijft John Berger bij een bezoek aan een verwoest huis: "Everything which had been assembled during a lifetime had gone without trace, had lost its name. An amnesia not of the mind but of the tangible". Ik raakte in de jaren 1980 gefascineerd door de geschiedenis van dit gebied. Maar de tastbare sporen ervan – the tangible – zijn op vele plaatsen uitgewist."
Dans lijkt toch geen evidente weg om het over die complexe materie te hebben?
"Het project kende een lange aanloop. Ik wilde in 2008 al werken met Tale Dolven (Noorwegen), Liz Kinoshita (Canada) en Federica Porello (Italië). Ik kende ze via Rosas en PARTS, waar ik lesgeef. Ik heb mooie ervaringen met dansers. Eind 2005 raakte ik wat uitgekeken op teksten. Ik was geboeid door wat er in de danswereld gebeurde. Zo heb ik Nush gemaakt samen met danseressen van Rosas (een onwaarschijnlijk mooie voorstelling rond de gedichten van Paul Eluard, PT). In 2008 liep ik rond met het idee om een stuk over Palestina te maken dat niet de expliciet politieke kant van de zaak belicht, maar eerder het gevoel dat wij hebben bij wat daar gebeurt. Dans leek mij daar een goed medium voor, omdat het nuances en onuitgesproken dingen kan uitdrukken die in een stevig betoog ondergesneeuwd raken."

Maar daarna haalde je er toch twee acteurs bij, Rojina Rahmoon uit Damascus en Eid Aziz uit Nablus. En ook twee fotografen, Yazan Khalili en Ruanne Abou-Rahme, kunstenaars uit Ramallah.

"Dat groeide spontaan. Ik leerde die mensen daar ter plaatse kennen. Ik vond ze zo goed dat ik ze er ook bij wilde. De acteurs schreven en zeggen trouwens het grootste deel van de teksten. Dat is dus in het Arabisch, met ondertiteling in het Nederlands en Frans weliswaar. In de aanloop naar het project las ik veel, en vanaf februari zijn we met zijn allen door die teksten gegaan. De uitdaging bestond erin om alles samen te brengen in één stuk, zonder met grote verklaringen te zwaaien, paternalistisch of oriëntalistisch te doen, en zeker zonder te simplificeren. Dat houdt in dat je een soort abstractie moet bereiken, iets moet betrappen dat je via documentair werk niet aan de oppervlakte kunt brengen. Trouwens, in Vraagzucht had ik dat documentaire pad al bewandeld. Dat hoefde niet weer. Uiteindelijk draaide het erop uit dat we begonnen met dans, en weer uitkwamen bij dans."

Moet ik het mij zo voorstellen dat tekst, beeld en muziek een soort van "leestekens" plaatsen bij de dans, zodat de bewegingen meer worden dan alleen maar bewegingen?

"Die vier facetten van het werk spreken samen over de dingen. Ze zijn zo bedacht dat ze plaats laten voor de andere elementen in het werk. De danseressen en ikzelf waren het er alvast over eens dat het niet de bedoeling kon zijn dat de dans anekdotisch wordt. Dat werkt gewoon niet. Het is via het samenspel met de andere facetten dat de dans zijn werk doet. Zelf zorg ik vooral voor de muziek. Ik ben een soort dj. De score is nooit helemaal gelijk, ook al zijn er vaste onderdelen. Ook in de dans zit een zekere graad van improvisatie."

Dat klinkt als een gezamenlijke improvisatie vanuit vier disciplines.

"Nee, tekst en beelden liggen wel vast. Maar ze laten ook ruimte voor interpretatie. De foto's tonen bijvoorbeeld geen oorlogsgeweld, of suggereren geen verhalen. Ze blijven vrij abstract, net als de dans, ook al herken je gebouwen of objecten. Idem voor de tekst. Die is breekbaarder, poreuzer dan bijvoorbeeld The Monkey Trial. Het dendert niet door van het begin tot het einde, zonder stoppen. Maar toch: het blijft allemaal ook weer niet zo impliciet dat het ongevaarlijk wordt."

De Morgen, Pieter T'Jonck, 22 april 2010

Nederlands