Vermoeiend virtuoos

Op De eenzame weg blijft STAN steken in theaterexperiment.

Het toneelwerk van de Weense schrijver Arthur Schnitzler (1862-1931) is na een eeuw wat in de vergetelheid geraakt. Het Antwerpse collectief STAN probeert in De eenzame weg het stof ervan te blazen, maar doet dat nogal krampachtig.

In Der einsame Weg (1904) staat het bourgeoisgezin Wegrat centraal. Felix, een militair, heeft verlof en keert naar het ouderlijk huis terug, zijn zieke moeder komt te sterven en dan blijkt zijn vader ook nog eens niet zijn biologische pa te zijn. Dat is de kunstschilder Fichtner, die ooit de huwelijkscel ontvluchtte, maar nu met zijn leeftijd wordt geconfronteerd. En eenzaam oud worden, dat wens je niemand toe - zeker jezelf niet. Alleen, 'wanneer ben je niet alleen?' De dialogen zijn gekleurd door dood, weemoed, verloren dromen en verdrongen verlangens waarin de geest van Schnitzlers tijdgenoot Freud rondwaart.

Collectief STAN (acteurs Jolente De Keersmaeker, Damiaan De Schrijver en Frank Vercruyssen, ditmaal aangevuld met Natali Broods, Tine Embrechts en Stijn Van Opstal) weet doorgaans als de beste het spel met afstand en nabijheid tot personages te spelen, in een kale ruimte een tekst te ontleden, het woord onder het woord bloot te leggen en terug te geven aan het publiek. Maar vooral wat dat laatste betreft, rammelt de kar op De eenzame weg .

Is Schnitzlers tekst, waarbij elke zin zowat een filosofische oneliner is, al een taaie brok van tweeënhalf uur, dan doet STAN er nog een schepje bovenop. De acteurs geven in hun rollenspel personages onderling aan elkaar door, soms zelfs midden in een zin. Dat levert bijwijlen leuke spelmomenten op, maar met het tentoonspreiden van hun virtuositeit zijn Schnitzler en STAN in eenzelfde bedje ziek.

Knack, Liv Laveyne, 2 mei 2007

Nederlands