Stan speelt De eenzame weg zonder een spoor van emotie

Er is een gehorig feest gaande bij de buren. Hun stemmen drenzen door de muren: de gasten praten door elkaar heen, je ziet ze staan met de handen in de zakken, of liggen op de grond. Zo speelt het Vlaamse gezelschap Stan een van de mooiste stukken uit de sociaal-psychologische toneelliteratuur, De eenzame weg van Arthur Schnitzler uit 1903. Zelden komen zoveel eenzaamheid, verdriet om verkeken kansen, angst om de greep op het leven te verliezen en melancholie samen als in dit stuk. Voor deze Weense toneelschrijver is oud worden de ‘werkelijke tragedie’ van het leven, de rest noemt hij ‘avontuur’.

De groep spelers van Stan kent geen hiërarchie. Stan vertegenwoordigt nog steeds de al jaren voorbije golf van Vlaamse volgelingen van Discordia. Geen herkenbaar ingeleefd theater, maar gewone, niet-gearticuleerde mensen in hun rommelige bestaan. Rommelig is het decor: overal voorwerpen, van sinaasappels tot een houtversnipperaar. En rommelig is het spel; de acteurs wisselen geregeld van rol en stralen grote onverschilligheid uit.

Zo’'n vijftien jaar geleden bracht regisseur en vertaler Ger Thijs de stukken van Schnitzler met weemoedige lichtheid. Bij Stan is alles anders, maar waartoe dat andere moet leiden, is onduidelijk. De stemmen van de acteurs moeten de lange, complexe teksten dragen, zonder enige poging tot toegankelijkheid. Het verhaal over een zoon die zich verzet tegen zijn echte vader, over een moeder die zelfmoord pleegt, en over een schilder die is uitgerangeerd, is niet de force van Schnitzlers drama. Zonder een spoor van emoties of ook maar de geringste versnelling of accentuering gaat het spel voort. Omdat de spelers dicht bij elkaar staan en hun blik op de grond gericht houden, is het vaak lastig te traceren van wie de stem komt. Tsjechov en Schnitzler zijn de meesters van de dadenloze weemoed. Maar speel je niets anders dan die leegte, dan houd je weinig over. De ouderdom is een ‘eenzame bezigheid’, zegt een van de personages, een toneelschrijver. Van dat bittere gevoel toont Stan helaas geen spoor.

NRC Handelsblad, Kester Freriks, 19 mei 2007