De nieuwe voorstelling van Stan is straf, bitter theater.

Der einsame Weg is een toneelstuk uit 1904, geschreven door Arthur Schnitzler. De welgestelde, Weense familie Wegrat wordt opgeschrikt door de dood van moeder Gabriele én de terugkeer van een oude vriend. De schilder Julian Fichtner heeft ooit op het punt gestaan met Gabriele te trouwen, maar is toen toch maar met de noorderzon vertrokken.

De zoon die hij bij Grabiele verwekte, is intussen een volwassen man die niet weet dat hij, behalve een vader, ook een biologische vader heeft. Julian wil de waarheid onthullen, om niet eenzaam de weg van de ouderdom op te moeten. Klinkt als een slecht idee. Is het ook.

Ooit was Der einsame Weg een moreel en seksueel provocerend stuk. Julian vertelt heel openlijk over zijn slippertje met Gabriele en ziet zijn vlucht als een ode aan de vrijheid. Schnitzler maakte het zijn publiek niet gemakkelijk door Julian niet als een smeerlap te portretteren, maar als een sympathieke vent. Voor rillingen van morele afschuw leeft het Vlaamse publiek sowieso een kleine eeuw te laat, dus is het zaak om andere dingen uit het stuk te halen.

Een klusje voor Stan, dat graag weinig bekend repertoire speelt en er haast altijd in slaagt daar iets zinnigs mee te doen.

Wat meteen opvalt aan deze versie van De eenzame weg , is de tekstzegging. Je zou deze tekst heel letterlijk kunnen spelen. De acteur kleurt dan de verwoorde emotie netjes in en blijft binnen de lijntjes. Dat doet Stan niet. Nu eens staan de acteurs enigszins ironisch naast hun tekst. Op andere momenten ,,onderspelen'' ze de gevraagde emoties, om meteen daarna juist larger than life te gaan.

Maar dat is niet alles. De acteurs wisselen ook vaak van rol. Als Julian en zijn zoon elkaar eindelijk in de ogen kijken, speelt Damiaan De Schrijver eerst de vader, daarna de zoon, en Stijn Van Opstal vice versa. De sleutel zit in een zinnetje dat Frank Vercruyssen uitspreekt: ,,Neem een acteur zijn rol af en vraag of hij het decor waar hij in staat, nog altijd mooi vindt.'' En dus geven de acteurs hun rol regelmatig door aan een collega. Dat vraagt wat oplettendheid van de kijker, maar het effect is ook vaak grappig.

Zoals de acteur zich niet in zijn rol kan ingraven, zo mogen de personages er niet van uitgaan dat hun levens altijd hetzelfde zullen blijven. De dingen kunnen razendsnel veranderen en à la limite zijn wij allemaal maar passanten in elkaars levens - bloedbanden of niet.

Een bitter stuk, zeker. De dood is alomtegenwoordig en we horen wijsheden van het type: ,,De herinnering is mooier dan het heden, dat ons als een vijand in de ogen kijkt.'' Stan haalt het beste uit een enigszins bestofte tekst, met een uitgesproken literaire taal. Op hun benadering valt werkelijk niets af te dingen, al hadden een paar cuts hier en daar de spanningsboog geen kwaad gedaan. Een rist huishoudelijke toestellen op scène die een eigen leven lijken te leiden, brengen de broodnodige afleiding in een uitzonderlijke sobere, ernstige voorstelling.

De Standaard, Mark Cloostermans, vrijdag 20 april 2007