Terloops het leven tegemoet en achterna

De kernwoorden laten zich bondig samenvatten: „Ik moet weg. Vanmiddag ben ik terug. Tot ziens!” Met De eenzame weg schreef de Oostenrijker Arthur Schnitzler zijn toneelstuk over het niet maken van keuzes. En daardoor dus weer wel.

De Belgische toneelgroep STAN (Stop Thinking About Names) speelt De eenzame weg met elkaar overlappende scènes. Ook de personages zelf overlappen elkaar; de spelers spelen elkaars personage. Volgens de rolverdeling in oorverdovende STAN-simpelheid: „Derde bedrijf: Natali ’Sala’ en later ’Johanna’, Tine even ’Johanna’ dan ’dokter Reumann’, Jolente eerst ’Felix’ maar daarna Stijn behalve wanneer Daminaan heel even ’Felix’ is, dan is Stijn ’Julian’, Damiaan eerst ’Wegrat’ dan ’Julian’ en dus ook heel even ’Felix’, Frank ’Julian’ als Damiaan ’Wegrat’ is, maar dan is ’Felix’ gewoon weer Stijn.”

Dat is de rolverdeling op papier. Staan de STAN-acteurs eenmaal op het toneel, dan is min of meer van begin tot slot duidelijk wie welk personage speelt. Het waarom van die personagewisselingen is minder duidelijk, maar dat doet er bij STAN doorgaans ook niet toe.

Voorop staat hun sterk ensemblespel, ingetogen soberheid en een kunstmatige terloopsheid. Ze klonteren tot een verstikkend veinzend galeriereceptiegroepje samen, elkaar met valse en holle glimlach begroetend, massaal de handen even laf als verlegen in de broekzakken gebald.

Om opeens, net zo onaangekondigd als een school zwenkende makrelen, uit de groep te treden en als individu langs de wand te slierten. Verbaasd toeziend wat die anderen daar op het toneel toch allemaal aan het doen zijn. Allen belicht onder een harde gele, rode of witte tl-belichting van bovenaf. En ondergesneeuwd door jengelbelletjes van Mike Oldfield.

Over de vloer gedrapeerd verworvenheden van de moderne tijd: koffiezetapparaat, bandrecorder, tostimachine, beslagklutser, typemachine, fruitpers, platenspeler. Om beurten gaan die plompverloren werken. Stapje bij stapje komt er lijn in het verhaal: welke keus maakt de mens niet, welke wel, en waarom dan wel?

Jaren na hun scheiding krijgt een paar alsnog echtelijke ruzie over ’wat als we wél een kind hadden gehad’. Felix blijkt uiteindelijk de zoon van zijn vader te zijn, maar weigert die na 23 jaar vaderlijk verzwijgen te accepteren. Zijn vader ontvluchtte het huwelijk (’beter dan een treurige neergang van onze liefde.’) al zegt die dat het de moeder was die wegliep.

Schnitzler schrijft over binden en ontbinden. Het hele toneelstuk ligt in de titel besloten: de weg die elk mens eigenhandig moet gaan. Als dochter Joanne gevraagd wordt waarheen ze gaat, antwoordt zij: ,,Ik zal mijn weg vinden. Ik wil later van mezelf kunnen rillen, omdat ik in m’n leven niets onbeproefd heb gelaten.”

Trouw, Arend Evenhuis, 21 mei 2007