interview met Frank Vercruyssen

Frank Vercruyssen is druk geëngageerd, in elke zin van het woord. In de eerste plaats in tijd, want binnenkort kan je de acteur uit onder meer Manneke Pis bewonderen in de nieuwe Vlaamse speelfilm De Koning van de Wereld én staat hij voor tg STAN met niet één maar twee producties op de planken.

Daarnaast vindt de voormalige medewerker van Radio Centraal nog eens de tijd en energie om zich op te winden over de wereldpolitiek en vooral over George W’s schurkenstreken: ‘Het Amerikadossier ken ik het beste. De herverkiezing van Bush was voor mij een onwerkelijk gebeuren. Ik ben nog steeds verstikt van woede.’ Maar omdat kunst de zeden schijnt te verzachten hebben we het eerst over de nieuwe STANproducties.

Zowel nusch als neoptolemos gaan rond deze tijd in première. Slaap jij tussendoor nog wel wat, Frank?
‘Tuurlijk. Het is niet zo heroïsch als het klinkt, hoor. Ik vind het gewoon plezant om met veel verschillende dingen bezig te zijn. Ik heb er zelf voor gekozen om de twee voorstellingen van STAN samen te doen. Ik vloek wel eens als ik tekst aan het leren ben, want dat doe ik niet graag. Maar er is niemand die ik de schuld kan geven.’

MUZES

In beide voorstellingen staat een vrouw centraal. In nusch is dat de muze van Paul Eluard, in neoptolemos Andromache, de weduwe van de Trojaanse held Hector. Hebben ze iets gemeen?
‘Het zijn beide sterke vrouwen. Vooral Nusch was een kind van die jaren '20-generatie van autonome, zelfstandige vrouwen. Geen vrouwtje dat aan de arm van haar man hing - heel aantrekkelijk. Ik vind het altijd heel mooi om te zien hoe een man een muze heeft. Zo’n vrouw waar hij alles voor doet en die alles voor hem betekent.’

Een muze die ook van de ene dag op de andere sterft.
‘Ja. Dat is een onwaarschijnlijke tragedie in Eluards leven, dat heeft mij erg gepakt. Eluard was tijdens de Tweede Wereldoorlog een held van het verzet, pamfletten met zijn gedichten werden door de Engelse piloten boven het bezette gebied verspreid. In 1945, wanneer alles achter de rug is, loopt die mens op wolkjes: de oorlog gewonnen, alles prima in zijn relatie. En dan, in november 1946, sterft zij, terwijl hij in het buitenland zit: een hersenbloeding, boenk, gedaan. Zijn wereld stort in. Hij schrijft een aantal gedichten waaruit een ongelooflijke verscheurdheid, een apocalyptisch verdriet spreekt, gedichten die ik ook in de voorstelling gebruik. nusch en neoptolemos gaan voor mij over de onmisbaarheid van de vrouw. Niet alleen in de amoureuze, rationele of seksuele betekenis, maar ook in de sociale en politieke betekenis: de vrouw als een broodnodig facet voor de gezondheid van de maatschappij. Een facet dat tweeduizend jaar lang door het geloof, door de politiek, door de mannenwereld is opzij geschoven, maar waar de gezondheid van een hele wereldgemeenschap van afhangt.’

Ken jij zelf ook dat soort sterke vrouwen?
‘Tuurlijk. In nusch heb ik het geluk met vijf danseressen van Rosas te werken en voor neoptolemos met Minke Kruyver, die tot de laatste generatie Studio Herman Teirlinck-studenten behoort. Ook bij STAN lopen een heleboel onmisbare vrouwen rond. Ons gezelschap is heel erg door vrouwen beïnvloed. We hebben twee sterke vrouwenfiguren op scène, en op ons bureau zitten er nog eens drie. De vrouw is all over the place in mijn leven. En ik vind dat geweldig.’ (lacht)

ENGAGEMENT

Eluard was een surrealist en geëngageerd communist. Vind je jezelf in een van beide aspecten terug?
'Ik ben zelf geen surrealist, ik ben een zeer rationeel wezen als het gaat over theater. Ik heb heel hard gevochten met de teksten van Eluard, omdat hij qua temperament helemaal anders is dan ik. De dingen draaien anders in zijn kop dan in de mijne. Maar waar ik hem wel in vind is in zijn totaliteit: er is voor hem een onlosmakelijke verbintenis tussen politiek, leven en liefde, een verbintenis die ook voor mij heel belangrijk is. Enerzijds is hij een held van het verzet, zoekt hij naar een manier om de onrechtvaardigheid te bestrijden – voor hem was dat het communisme. Hij had het zeer moeilijk met de figuur van Stalin maar bleef lid van de communistische partij omdat hij nu eenmaal niet kon zonder ideaal. Anderzijds is hij een van de mooiste en gevoeligste liefdesdichters van de geschiedenis. Dat maakt die mens is zo totaal, zo volledig. Hij gaat er helemaal voor: voor zijn engagement, voor zijn liefde, voor zijn poëzie.’

Waar komt je eigen engagement vandaan?
'Ik ben een kind van Radio Centraal, daar ben ik intellectueel gevormd. Daarvoor was ik een kieken, zoals velen onder ons kiekens zijn in het middelbaar onderwijs. Ik was een goede student, maar qua bewustzijn… noppes. Bij Radio Centraal kwam ik grote persoonlijkheden tegen die mij opvoedden en mij een geweten schopten. Centraal was natuurlijk een ongelofelijk links nest, dus werd mijn credo dat van Louis Paul Boon: ‘Ik vind alle kleuren mooi, als het maar rood is’. (lacht)’

Schemert die achtergrond door in de voorstellingen van STAN?
‘Soms wel, soms niet. Er zit in ieder geval geen moraliserend masterplan achter onze voorstellingen, want ik geloof niet in de moraliserende kracht van theater. Ik heb het aan den lijve ondervonden: op het moment dat wij Vraagzucht aan het spelen waren vielen de bommen op Bagdad. Ik weet nog goed dat ik dacht ‘Hé, die stoppen niet’ en daarna ‘Wij betekenen blijkbaar niets. Wij, de artistieke wereld, de acteurs, de narren…wij betekenen helemaal niets. Wij zullen dus maar stukjes maken, tot groot jolijt van de toeschouwers.' Ik voel daar een grote bitterheid, een grote wanhoop over. Maar ik koester niet de illusie dat wij de wereld kunnen veranderen met theater.’

NAÏVITEIT

In een interview tien jaar terug dacht je er nog anders over: ‘Theater is een ideaal medium om mensen tegen hun kloten te stampen’. Ben je zoveel jaren later realistischer geworden?
‘Niet realistischer, maar ik vind die uitspraak nu… een beetje naïef. Nee, ik vind ze niet naïef, ik vind ze gewoon slecht verwoord: ze drukt niet uit wat theater moet zijn. Dat gaat meer over vertellen en bevragen.’

Heb je begrip voor kunstenaars die enkel bezig zijn met hun kunst?
‘Als het een consequente houding is, heb ik daar geen problemen mee. Er zijn een aantal mensen die ik respecteer en die niét met politieke vraagstukken bezig zijn, maar wel consequent hun verhaal vertellen. Misschien is ‘wakker zijn’ het enige dat we verplicht zijn aan het leven. Omdat het zo kort is en zo plezant.’

Ben je in de loop der jaren milder geworden of net strijdbaarder?
‘Dat is een moeilijke vraag, want mijn houding gaat op en neer. Soms ben ik erg met die zaken bezig, soms denk ik 'whatever'. Ik laveer tussen A en B. Soms merk ik dat mijn hart en vooral mijn woede nog altijd heel hoog in mijn keel zitten, terwijl het me de volgende dag allemaal geen fluit kan schelen, en ik gewoon een goed glas wijn wil. De herverkiezing van Bush heeft me wel geïmmobiliseerd. Ik vond dat zo out of this world , zo onmogelijk, dat ik meteen dacht ‘ontplof nu gewoon allemaal’.’

VERBITTERD

Nooit aan gedacht om zelf in de politiek te gaan?
‘Ik heb absoluut geen ambitie noch de kwaliteiten om deel uit te maken van het politiek bestel. Ik kan dat niet. Het is niet dat ik denk dat ik boven compromissen sta, maar ik ben te losbollerig. Omdat ik een nar ben, heb ik het recht om te roepen en te schreeuwen. Ik wil ook de luxe om te dromen en om onnozel te doen niet opzij zetten.’

Is het dan allemaal maar een spel?
‘Nee, begrijp me niet verkeerd. We zijn geen clowns, we zijn narren. Een nar zal de waarheid zeggen tegen de koning, hij is de enige die tegen de koning zal zeggen wat hij denkt.’

Heb je geen schrik om te vervallen in cynisme?
‘Het is geen cynisme, het is wanhoop. Politiek gezien ben ik geen millimeter opgeschoven naar het centrum. Ik verzet me nog steeds heel heftig tegen de vernietigende kracht van het kapitalisme. Je kan dat oubollig vinden, maar de dictatuur van de vrijemarkteconomie blijft in mijn ogen problematisch. Nog problematischer is de leugen. Wie de waarheid erkent, mag voor mijn part gerust zeggen: ‘Mij kan het niet schelen dat de Belgen al die Congolezen vermoord hebben’ of ‘Kijk mannen, wij komen jullie land inpikken’. Je zal mijn tegenstander zijn, maar de realiteit wordt tenminste erkend. Maar een leugen als ‘Irak bevrijden’ vind ik walgelijk. Gelukkig is het mooie aan de mensheid dat er altijd personen zullen zijn als Paul Eluard, die wél puur zijn, zonder leugens. Dat maakt het leven de moeite om te leven. De honden hebben de macht, maar gelukkig bestaan er nog steeds zeer mooie mensen.’

Zone 03, Evelyne Coussens, 6 december 2006

Nederlands