WIR SIND WOHL WIRKLICH ETWAS VERSIMPELT

Er wordt zoveel gerookt dat de scherpe geur je doet hoesten. Het gekuch en gehoest van de toeschouwers mengt zich met dat van de spelers. Zij zijn begonnen. Direct bij binnenkomst van het publiek in de zaal klonk die ziekelijke rochel al. Zij blijven desondanks lurken aan hun sigaretten en sigaren.

Een blik op het toneel. Witte lakens over stoelen stellen bergen voor. Twee koelkasten met doorzichtige deuren, beide tot bovenin volgestouwd met blikken bier; dit moet het restaurant zijn. Vijf mannen en een vrouw nestelen zich omzichtig in hun ligstoelen. Voor wie het mocht vergeten, wordt nog eens flink gehoest. Welkom in het sanatorium. We zijn in ‘Berghof’ in het Zwitserse Davos, decor van een van de monumenten uit de Westerse literatuur: de roman 'Der Zauberberg' van Thomas Mann.

Leesclub
Het theaterwerk dat zich ontvouwt, houdt het midden tussen een toneelstuk en een leesclubavond. Er worden scènes uit 'Der Zauberberg' gespeeld en gelezen, maar een voor een diepen de personages ook wederwaardigheden op over Pé Hawinkels, de Nederlandse vertaler van het boek, over de drukgeschiedenis en tal van zijdelingse raakvlakken: een lijstje van boeken waarvan je zou willen dat je ze gelezen had, een boek dat je leert hoe te praten over boeken die je niet gelezen hebt. En passant worden verhaallijnen en gebeurtenissen uit 'Der Zauberberg' aangehaald. Op een laconieke en geestige manier: “Moeten we het niet nog over de irrigatiewerken bij de Elbe hebben?”

De acteerstijl is onopgesmukt. De acteurs richten zich rechtstreeks tot het publiek dat daardoor direct bij de voorstelling betrokken raakt, alsof het bij deze leesclub te gast is. Iedereen heeft zijn eigen versie van het boek. Zijn eigen ergernissen of passages die juist worden gekoesterd. Ook hier blijken de meeste lezers slechte lezers die in elk boek vooral iets over zichzelf terugzien zonder dat daar aanleiding voor hoeft te zijn. Hier ook keren de lezers zich geleidelijk tegen het boek. De bijna duizend pagina’s van 'Der Zauberberg', volgeschreven in een meanderende, breedsprakige stijl waarin vrijwel elk denkbaar onderwerp wel even wordt aangestipt, worden meer en meer een onoverbrugbare barrière. De toon wordt spottend. Wie 'Der Zauberberg' wel uitgelezen heeft, lijkt zich eerder te moeten schamen dan degene die het boek voortijdig voorgoed heeft dichtgeklapt.

Lachwekkend
De manier waarop de draak gestoken wordt met het ongebreideld vertoon van eruditie en de daarbij passende oeverloze uitwijdingen in 'Der Zauberberg' is ontegenzeggelijk geestig. Het naturelle spel van de acteurs scherpt het contrast met de gekunstelde stijl van Thomas Mann. Hier botsen twee werelden; het in zichzelf gekeerde milieu van de zieken die in de beslotenheid van het sanatorium hun eigen omgangscodes en visies hebben gecreëerd met het wereldwijde universum van de eenentwintigste-eeuwse mens die minder van meer weet en zich de vrijheid kan permitteren zijn eigen weg in het sociale verkeer te kiezen. 'Der Zauberberg' verscheen in 1924. De vierentachtig jaar die sindsdien verstreken zijn, hebben een onbeschrijflijke kloof geslagen tussen deze oude wereld en de huidige.
De medische adviezen uit die tijd komen de moderne mens ronduit lachwekkend voor. Kulmbacher bier bij het ontbijt, longzieke patiënten die dikke sigaren blijven wegpaffen, het is gefundenes fressen voor de makers van deze voorstelling die de lachers eenvoudig op hun hand krijgen met deze nu potsierlijk klinkende doktersvoorschriften. Hetzelfde geldt voor de ingewikkelde sociale codes waarvan iedereen in het sanatorium zich rekenschap moet geven. De omzichtige omgangsvormen waarbij het iemand mogen tutoyeren de betrokkenen tot tranen brengt; het mogen lenen van een potlood als hoogst haalbare liefdesblijk – het toont allemaal aan hoe ontzaglijk veel er in nog geen eeuw veranderd is. Daarmee is de door Thomas Mann beschreven wereld zo ver van ons af komen te staan dat zij vanzelf belachelijk is geworden. Wie, zoals een van de acteurs in dit stuk doet, een romantisch fragment uit het boek leest, hoeft het maar iets aan te dikken om de zaal buiten zichzelf te krijgen van het lachen.

Hét boek is maar een boek?
We hebben een/het boek (niet) gelezen is een veelzeggende titel. Letterlijk, want de zin biedt diverse interpretatiemogelijkheden zonder dat een eenduidige verklaring hard te maken is. Het is een titel die de opties open houdt: een/het boek (niet) gelezen, dat is altijd waar. Het gegeven dat alle acteurs een exemplaar van 'Der Zauberberg' binnen handbereik hebben, dat ze over het boek vertellen, eruit citeren of er scènes uit spelen, betekent blijkbaar niet automatisch dat de voorstelling over 'Der Zauberberg' gaat. Hoe verleidelijk het ook is om te denken dat de ‘een/het’-constructie een pesterige uithaal naar de status van 'Der Zauberberg' als onbetwist meesterwerk is; bewijs is daar niet voor.

Die doelbewust neergezette ongewisheid past binnen de traditie van de theatergroepen die hier een samenwerkingsverband zijn aangegaan: Maatschappij Discordia, TG Stan, Dood Paard en De Koe. Hun theater gaat over theater. Zij gebruiken taal om de feilbaarheid van taal te tonen. Ze communiceren ogenschijnlijk ongekunsteld met elkaar en met het publiek om te laten zien dat communicatie in feite een onmogelijkheid is. Zo stellig als het hier staat, zullen ze het zelf echter niet zeggen. Die weigering om zich nadrukkelijk uit te spreken, geeft enerzijds aanleiding tot een groot aantal interessante vragen.
Tegelijkertijd roept die halfslachtigheid bij menigeen ook het nodige ongenoegen op. Zo kenschetste fotograaf Bert Nienhuis het toneel van Maatschappij Discordia ooit als volgt: “Een voorstel, in plaats van iets definitiefs. De eerlijkheid gebiedt me te bekennen dat die ogenschijnlijk wijfelende blik van de toneelspelers van Maatschappij Discordia me niet zelden heeft geïrriteerd, me kriebelig maakte, ongemakkelijk, als toeschouwer ook geneigd letterlijk iets terug te roepen, in de trant van: laat nou zien wat je bedoelt, wat je wilt, waar je naartoe gaat met dat stuk, die scène, die tekst!”

Dergelijke gevoelens duiken bij mij ook op. Tot vijf keer toe denk ik dat de voorstelling afgelopen is. Pas de laatste keer heb ik gelijk. Aangezien de narratief van 'Der Zauberberg' is losgelaten, is alles mogelijk. Er kan nog wel een uitweiding bij. Of af. Die sensatie is niet veel anders dan de leeservaring bij 'Der Zauberberg', waarin ook niet elke passage noodzakelijk lijkt.

Machteloos en onvolkomen
De voorstelling We hebben een/het boek (niet) gelezen volgt op het stuk Onomatopee van de acteurs Willem de Wolf, Damiaan de Schrijver, Peter van den Eede, Matthias de Koning en Gillis Biesheuvel, afkomstig uit de genoemde toneelgroepen. Voor dit werk werd de groep nog uitgebreid met actrice Sara de Roo.

Onomatopee had met machteloosheid te maken, zo verklaarde Damiaan de Schrijver in een interview met Sara van der Kooi. “Met onvolkomenheid. Hoe verhoudt een toneelspeler zich met zijn repertoire, teksten en fysiek tot zijn omgeving.” Die machteloos- en onvolkomenheid had in ieder geval bij Onomatopee een bedoeling. De Schrijver: : “[…] dat je als acteur het woord rechtstreeks tot het publiek richt, dat is wel iets. Dat is in wezen een politieke daad.” Eerder in datzelfde vraaggesprek wordt gesteld: “[…] wij hebben echt iets te vertellen. We willen dat alleen niet expliciet uitspreken.”

Er zijn overeenkomsten tussen Onomatopee en We hebben een/het boek (niet) gelezen . Er is in ieder geval ook een belangrijk verschil. In beide voorstellingen wordt aan de samenbindende code die taal is stevig getornd. In Onomatopee gebeurt dat door veel niet-talig theater; slapstickachtige elementen. Onomatopee bevat veel non-gesprekken, eindeloze conversaties over thee en suiker. Loze mededelingen die genadeloos blootleggen hoe vaak wij taal gebruiken om de tijd te doden en we onszelf enkel door te praten kunnen koesteren in de gedachte niet alleen te zijn.

Aan Onomatopee ligt er echter geen tekst ten grondslag die eenzelfde kaliber heeft als 'Der Zauberberg'. Het boek van Thomas Mann heeft een inhoud. Bijna duizend bladzijden met theorieën, overpeinzingen en verhalen. De tekst is doordrenkt van een symboliek die voor veel tijdgenoten begrijpbaar was. Die ze aansprak ook. 'Der Zauberberg' heeft bovendien een status. Het werd geschreven door een Nobelprijswinnaar, was een bestseller in zijn tijd, is in vele talen vertaald en wordt nog altijd herdrukt.

'Der Zauberberg' als aanleiding kiezen voor een voorstelling is een daad. De suggestie die zowel in de titel als in het stuk zelf wordt gewekt dat de makers het boek niet tot het einde toe hebben gelezen, is een ferme uitspraak. Toch is er zelfs geen leraar Duits die verontwaardigd de zaal verlaat omdat er op zijn minst gemorreld wordt aan een icoon van de westerse literatuur. Zegt dat iets over deze voorstelling of over deze tijd? Of over beide?

Reden
Waarom is juist 'Der Zauberberg' als uitgangspunt voor deze voorstelling gekozen? Toegegeven; het is een kolos van een boek en wie eindelijk de laatste pagina heeft bereikt, kan de wrevel niet onderdrukken wanneer de auteur opmerkt: “Deine Geschichte ist aus. Zu Ende haben wir sie erzählt; sie war weder kurzweilig noch langweilig […].” Er zijn echter genoeg boeken die even dik en even gekunsteld zijn. 'Der Zauberberg' is een monument van de westerse literatuur, misschien is dat onterecht, maar is dat aanleiding genoeg om er een loopje mee te nemen? Wie de liefhebbers van wijdlopige literatuur iets wil inwrijven, had ook voor Manns hedendaagse navolgers als Brett Easton Ellis of A..F.Th. kunnen kiezen. Het heeft er eerlijk gezegd de schijn van dat de keuze voor 'Der Zauberberg' tamelijk toevallig is.

Als het niet om de literatuur gaat, als We hebben een/het boek (niet) gelezen geen parodie is op de door Mann gekoesterde verhevenheid, waar gaat de voorstelling dan over? Is het dan toch het getut in de ligstoelen en de eindeloze weeklacht van de patiënten die door het gelegenheidsgezelschap op vileine wijze te kijk worden gezet?

Corpuskritiek, Mischa Andriessen, september 2008

Nederlands