Uit de hand gelopen verkleedpartijtje

Deze voorstelling van tg STAN vormt het tweede deel van een Bernhard-trilogie, en richt ook deze keer haar pijlen op een door extreme verrechtsing verzuurde maatschappij. Een vrije bewerking van een aantal zwartgallige 'Dramoletten' van de hand van cultuurpessimist Thomas Bernhard doet haar intrede. Deze mini-drama's getuigen van een maatschappij die doordrenkt is van onverwerkte flarden naziverleden. Dat deze thema's nog steeds actueel relevant zijn, weet tg STAN met deze voorstelling treffend te bewijzen.

‘Geen tekst vandaag, alleen omkledingen', mompelt een nonchalant aan zijn sigaar lurkende Damiaan De Schrijver spottend. En zo lijkt het aanvankelijk te zijn. Een in een acrobatische verkleedact verwikkelde Sara De Roo en Jolente De Keersmaeker kunnen dat enkel bevestigen. Een slagveld van omvergegooide stoelen, tafels en een verdwaald strijkijzer zetten meteen de extravagante buitensporigheden van de door Bernhard bekritiseerde elite in de verf. Het vreemde zwarte zeil dat de spelers voordien als een onheilspellende schaduw overspande, wordt langzaam en met veel show naar beneden gehaald. Een oogverblindende kroonluchter maakt zijn entree. Het slagveld wordt met een zwarte sluier bedekt. Een pleister op een open wonde. De associatie met een door oorlog verwoest landschap is niet ver zoek.

Het staat in schril contrast met de banale, van weinig intellectuele en morele tact getuigende woordenstroom die hier wordt aangevat. De toon is gezet. Een cynische aanklacht tegen de menselijke conditie vangt aan. Stompzinnige dialogen geven aan de op het eerste gezicht gladgestreken personages een eerder verwilderd en ontspoord imago. Discussies zonder plot worden afgewisseld door van de pot gerukte aforismen en inhoudsloze fascistische uitspraken. Een verhaal over een ‘bevriende' man met een kruiwagen, aangereden door een Turk, neemt steeds grotere racistische proporties aan. Hoewel de onvoorzichtigheid van de vriend diens dood ongetwijfeld veroorzaakt heeft, ‘moest die Turk maar niet voorbijgereden zijn'.

Elke scène eindigt met een ironische buiging, waardoor het medium van het traditionele theater in het belachelijke wordt getrokken. Toch is deze vorm van theater helemaal niet zo vernieuwend als hij zou willen zijn. Het stuk dreigt overigens vaak het evenwicht te verliezen, waardoor het clichématig wordt. Ook moet het verhaal op cruciale momenten aan kracht inboeten, doordat het van geniale humor in goedkope slapstick vervalt.

Hoewel de personages nogal eenzijdig en karikaturaal overkomen, kunnen de hilarische uitspattingen van Jolente De Keersmaeker zeker niet over het hoofd gezien worden. Zij zorgt, door haar perfecte timing, steeds voor de nodige schwung, waardoor het stuk telkens net niet als een pudding ineenzakt. De voorstelling schommelt tussen een staaltje knap gebrachte, hedendaagse bourgeoisiekritiek en een uit de hand gelopen verkleedpartijtje. Aan jou de keuze!


Cutting Edge, Sophie Doutreligne, 18 februari 2010

Nederlands