'Er is geen reden om niet samen te zijn'

interview met Oscar van den Boogaard

Oscar van den Boogaard heeft blauwe ogen. Daarmee kijkt de net zevenendertigjarige schrijver zijn interviewer aan, maar nog vaker is er iets of iemand anders die zijn aandacht trekt. Een gammele man op een geoliede fiets. Een pluisje dat ronddwarrelt en uiteindelijk op onze terrastafel belandt. De waardin van het Brusselse café dat gedurende twee uur als locatie dient voor een gesprek over theater, literatuur en andere geestverruimende middelen. 'Volgens mij is ze heel erg dronken. Denk je niet?'

Aanleiding voor het gesprek is Van den Boogaards toneeldebuut. Dat heet Lucia smelt en gaat later deze maand in première in de studio's van het Kaaitheater. Het is een productie van het Antwerpse collectief STAN met Sara De Roo en Steven Van Watermeulen als vertolkers. Zij spelen een man en een vrouw die willen scheiden en daar niet in slagen, vertelt Van den Boogaard. De tot Brusselaar genaturaliseerde Nederlander, auteur van verscheidene romans, waaronder De heerlijkheid van Julia (1995), Liefdesdood (1999) en Sensaties (2000), buigt zich voorover naar mijn bandopnemertje en steekt van wal met een vriendelijke verontschuldiging. Waarom ik eerst wel, en dan niet de tekst van Lucia smelt mocht lezen.

"Aanvankelijk dacht ik dat dat goed zou zijn, dat je het vóór het interview kon lezen. Maar eigenlijk wil ik dat niet. Het stuk bestaat pas op het moment dat het een voorstelling is, net zoals het pas een andere definitieve vorm zal vinden wanneer ik het als roman publiceer."

Lucia smelt wordt dus ook een roman?

"Het ís een roman. Ik heb er de afgelopen tijd aan gewerkt en ik heb het gevoel dat het nu af is. Hij zal in het najaar verschijnen. Lucia smelt is geschreven als toneelstuk, maar ik ben een romanschrijver en ik wilde de dialogen niet als dialogen zonder meer uitgeven. En dus is het ook een, weliswaar korte, roman.

"Ik wilde een liefdesverhaal vertellen. Over een man en een vrouw die elkaar een half jaar na hun scheiding terugzien. Hij komt in hun oude huis om zaken te regelen; zij is daar blijven wonen. Zij stelt zich sterk op; hij eigenlijk ook. Maar uiteindelijk blijkt er niks te zijn veranderd. Het gaat over hoe er in de liefde geen besluiten genomen kunnen worden."

Schreef hij het stuk in opdracht van STAN?

"Ik heb vorig jaar Sara De Roo en Steven Van Watermeulen zien spelen. Voor het eerst had ik bij acteurs het gevoel dat ik voor hen iets zou willen maken. Deze twee mensen hebben stemmen waarmee ik me zeer verwant voel. Het leek me geweldig om met hen samen te werken en ik heb hen dat ook voorgesteld."

Het zijn acteurs met zachte stemmen...

"Zacht ja, maar ze hebben allebei een enorme transparantie. Ik bedoel: ze zijn vrij, je kunt ze nergens op vastpinnen. Het is niet alleen hun stemgeluid, het is hun hele houding. Het zijn gewoon heel mooie mensen met een enorm register en een fijne uitstraling.

"Toen we begonnen, hadden we nog geen idee van wat er zou gebeuren, maar we hadden toch een soort vaag verlangen. Uiteindelijk is het resultaat precies wat ons voor ogen stond. Heel raar is dat: dat iets precies kan zijn wat je verlangde. Het heeft te maken met de herkenning van een wederzijds verlangen, denk ik.

"Toen ik hen zag spelen, dacht ik: ik wil iets schrijven over een man en een vrouw die net zo goed broer en zus kunnen zijn als twee geliefden als twee kanten van dezelfde persoon. Steven en Sara lijken erg op elkaar, vind ik. Op toneel zijn het echt verwante zielen. De verhouding tussen twee verwante zielen intrigeert me, omdat daar een bepaalde noodzaak van uitgaat. Bovendien ben ik zelf mijn leven lang op zoek naar verwante zielen.

"Eerst heb ik teksten verzameld uit mijn eigen werk die met dit onderwerp te maken hadden, waarvan ik het gevoel had dat ze interessant zouden zijn voor Steven en Sara. Vervolgens zijn we daarover gaan praten, over onze ervaringen in de liefde. Er is met ons alledrie op dat vlak veel gebeurd de afgelopen tijd. Terwijl ze hun verhaal vertelden kwamen ook bij mij herinneringen boven. Zo is langzamerhand een toneelstuk tot stand gekomen.

" Lucia smelt is heel erg mijn toneelstuk, maar ook van hen. Dat is mooi. Ik wilde geen stuk schrijven dat vervolgens door de acteurs moet worden gereproduceerd. Ik vind het veel spannender als je het gevoel hebt dat de acteurs er staan als de mensen die ze zijn, dat er niet zo'n afstand is. Dat is nu het geval.

"We wilden ook werken met mensen die zich zelfstandig met vorm bezighouden. Zo is een contact tot stand gekomen met B-architecten, een groep jonge architecten in Antwerpen. Zij hebben allerlei interessante projecten: ze zijn de Beursschouwburg aan het verbouwen, maar ze hebben ook de tijdelijke Beursschouwburg in de Kazernestraat gemaakt, en ze hebben de winkel van Walter van Beirendonck ingericht. Bij Lucia Smelt zijn ze al vrij vroeg betrokken geweest. Ze hebben een vorm bedacht voor het stuk die perfect is. Ik kan er niet veel over vertellen, maar het past. En verder? Het is een bescheiden voorstelling, bedoeld voor maximum honderd toeschouwers. Iedereen zit met zijn neus op een situatie die onontkoombaar lijkt. Het is dicht op de huid en dat vind ik mooi in het theater. Het idee van een voorstelling is toch dat je samen het moment beleeft."

Iets wat je met literatuur niet kunt bereiken?

"Ja. Dat is zo. Als iemand iets voorleest hoor je ook een stem, maar dat is anders."

Wordt hij vaak gevraagd voor lezingen?

"Ja, maar ik lees nooit voor: ik improviseer. Mensen vinden het leuk om een schrijver zijn stem te horen en dat begrijp ik wel, maar op het moment dat je iets doet met een tekst moet het een stap voorwaarts zijn. Moet er een nieuwe laag bij komen. Ik vind niet dat als een schrijver zijn eigen werk leest, dat werk op een ander plan komt. Als iemand anders echter hetzelfde gaat voorlezen, krijgt de tekst nieuw leven. Een nieuwe inhoud.

(enthousiast) "Het leuke aan schrijven is dat je ieder woord overweegt. Voor Lucia smelt hebben we dat met z'n drieën gedaan: ieder woord is overdacht, iedere zin is honderd keer uitgesproken. Voor mij was het echt een openbaring. Ik wil het ook absoluut vaker gaan doen. Ik ben op dit moment bezig aan een stuk voor Toneelgroep Amsterdam dat Gerardjan Rijnders volgend seizoen zal regisseren, en ook voor het Vlaamse gezelschap SKaGeN schrijf ik een stuk dat volgend voorjaar in première gaat. Dat gaat Steven Van Watermeulen regisseren. Van beide producties ken ik de acteurs op voorhand. Zo kan ik naar hen toe schrijven.

"Door het toneel ben ik een beetje uit mijn isolement aan het geraken als schrijver. Ik vind het fantastisch dat je personages maakt en die kunt toetsen aan de mensen die die personages gaan vertolken. Je krijgt veel terug. Als je romans schrijft, gééf je alleen maar."

Waarom toch een roman van Lucia smelt ?

"Ik wilde die kans niet laten liggen. Ik heb natuurlijk iets over die mensen te vertellen. In de derde persoon, als een soort commentator. Nu ja, ik noem het een roman, maar iemand anders kan de tekst gebruiken om te spelen. Ik vind dat onderscheid niet zo belangrijk."

Van den Boogaard heeft blijkbaar heel wat projecten op stapel staan. Is dat altijd zo?

"Och, soms denk je dat je jaren niets aan het doen bent, en dan blijk je opeens allerlei dingen gedaan te hebben. Voor mij is het vrij normaal om verschillende dingen naast elkaar te doen. Ik vind dat mijn tempo, als ik mezelf zo bekijk, vrij laag ligt. Ik ben niet iemand die veel achter zijn bureau zit. Maar terwijl ik mijn vrienden zie of mijn dingen doe, ben ik er in mijn hoofd wel degelijk mee bezig. Van tijd tot tijd schrijf ik alles dan in één keer op."

Wijdt hij zich dan nooit uitsluitend aan één project? En is dat een bewuste werkwijze?

"Weet je, ik heb jaren een kunstgalerie gehad. Zo combineerde ik het schrijven met beeldende kunst. Omdat ik de literatuur niet vertrouwde - literatuur als het alleen maar omgaan met taal. Ik dacht: daar moet toch iets tegenover staan. Nu merk ik dat ik romans ook kan combineren met toneel, en met film. Want daar ben ik ook mee bezig: het afgelopen half jaar heb ik met een Oostenrijkse regisseur een script geschreven op basis van De heerlijkheid van Julia . We hebben het getransponeerd naar een Amerikaanse situatie. Het speelt zich af in Jacksonville. Daar woont Julia, die in het boek in het Pajottenland woont. De Oostenrijkse producent is geld bij elkaar aan het zoeken. We zullen zien."

In zijn prozabundel Sensaties beschrijft hij hoe hij in Brussel een meisje benadert om de jonge Julia te spelen in de verfilming. Komt dat meisje nog in aanmerking voor de rol?

"Nou nee. Ik had indertijd echt het idee dat de verfilming snel gemaakt moest worden, maar ik heb ontdekt dat film het logste medium is dat er bestaat. Ik heb mijn verwachtingen wat dat betreft goed bijgesteld.

"Ik heb ook de plot aangepakt. In de roman heeft alleen Julia seksuele ervaringen, maar in de film beleeft zowat iedereen avonturen. Ook de man van Julia, die in het boek zo'n beetje braaf op de achtergrond blijft. Hij gaat, net als Julia, de liefde achterna. Fantastisch, toch?"

Zowel De heerlijkheid van Julia als Sensaties wordt 'een ode aan het leven' genoemd.

"Mja. Dat soort dingen riep ik een paar jaar geleden zelf altijd, maar die dingen hebben nog zo weinig betekenis. Het is een kreet, net zoals 'Je leeft maar één keer'. Terwijl ik geloof dat je meerdere levens tegelijk kunt leven.

"Ik weet niet of het te maken heeft met ouder worden, maar de dingen verplaatsen zich steeds meer naar mijn binnenkant. Vroeger, toen ik studeerde, riep ik bij wijze van spreken de hele stad bij elkaar. Ik stond op om te schreeuwen tijdens voorstellingen of colleges. Pas toen ik begon te schrijven werd ik stil, maar schreef ik al die dingen wel op. En daarrond riep ik dan nog van alles: over hoe je moest leven en wat het betekende... Ik ben daar nu niet meer bezig. Ik ben gewoon bezig met het leven zelf, net zoals ieder ander."

Maar niet iedereen schrijft zijn leven zo openhartig neer zoals Van den Boogaard in Sensaties . Of is dat een afgesloten hoofdstuk?

"Als ik naar mijn werk kijk, is ieder boek totaal anders. Sensaties was een totaal ander boek dan die daarvoor, en ik wil niet nog een Sensaties maken. De betekenis van dat boek voor mij is een levensgevoel: vloeibaarheid maar geen vluchtigheid, intensiteit dus geen oppervlakkigheid, voorlopigheid maar geen behoefte aan vastigheid, vertrouwen maar geen geloof. I just wanna love MORE. Het zijn niet de dingen in concreto die ik heb meegemaakt die ik wil vertellen, want die vind ik niet belangrijk genoeg, maar wel, gewoon, de schwung die je soms kunt hebben. Ik ben nu ook opgehouden, althans voorlopig, met mijn notities in De Standaard der Letteren. Ik wil even kijken wat ik wil gaan doen. Maar het was belangrijk voor mij om die stukken te schrijven, omdat ik mijn levensgevoel op die manier echt op het spoor kwam."

Hoe lang gaat hij al naar theater?

"Al van kinds af aan eigenlijk, maar ik ben me pas bewust gaan identificeren met theater toen ik in Amsterdam rechten studeerde en een vriendinnetje had. Een heel kritische vriendin. De eerste keer toen ik haar ontmoette, vond ze dat ik een lelijk schrift had. Het was een oranje schrift en ik schaamde me ervoor, want ik vond haar geweldig. Ik dacht: als je door deze vrouw geliefd wordt, dan heb je het echt helemaal gemaakt. Het was bijna eigenliefde (lacht). Maar ik wilde heel erg voldoen aan al haar criteria en samen gaven we af op de mensheid. We gingen vaak naar Discordia kijken en gedurende vijf jaar zaten we altijd op de eerste rij tijdens de voorstellingen. We vonden die mensen en de teksten mooi... Maar op een gegeven moment werd ik daar toch niet goed van. Het was een vorm van esthetiek die na verloop van tijd voor een soort 'goede smaak' stond. Althans, zo formuleerde ik dat. Toen ik daarachter kwam, dacht ik: je moet je daarvan vrijmaken. Je kunt niet in een smaak blijven hangen. Dat is iets wat ik voor mezelf wil: ik hoop dat ik iemand ben wiens esthetiek evolueert. Daarom zijn mijn boeken ook telkens anders. Op het moment dat je samenvalt met je smaak, da's niet goed.

"Wat die smaak betreft: ik heb een paar jaar geleden een filmpje gemaakt met Ian Kerkhof. Sylvia Kristel deed ook mee. Nu moet je weten: Ian is een geweldig iemand, en het was heel leuk om met hem samen te werken, maar waarom ik met hem wilde werken, was omdat hij iedere keer tegen de goede smaak ingaat. Hij maakt echt beelden die zó lelijk en afstotelijk zijn... Dat was dus een bijzondere ervaring. Het ging over Sylvia, maar eigenlijk was Ian meer geïnteresseerd in waarom ik in Sylvia geïnteresseerd ben. Hij liet me dingen doen waarvan ik later dacht: jezus. Dan moest ik mijn borst ontbloten en ging Sylvia met de naaldhak van haar schoen in mijn borst priemen. Dat werd opgenomen, op slechte kwaliteit videoband nog wel. Het waren zulke lelijke beelden! Ian monteerde er ook allemaal hartjes omheen, zodat het totale kitsch werd. Maar het was wél vrij, snap je, want ontdaan van enge esthetische regeltjes."

In Sensaties schrijft hij: 'Misschien esthetiseer ik wel alles en leef ik in beelden in plaats van de werkelijkheid'. De neiging om te esthetiseren is hem dus zelf ook niet vreemd?

"Daar ben ik me van bewust. Ik probeer dat open te maken, omdat ik wil zien hoe de dingen zijn. In het stukje dat je aanhaalt, ging het over het gevoel dat je de werkelijkheid ervaart als een film. Ik hoop dat dat niet zo is, maar je moet daartegen vechten. Je moet je iedere keer opnieuw openen. Ik heb geleerd dat je je alleen maar kunt ontwikkelen als schrijver, kunstenaar of mens in het algemeen als je je ook persoonlijk ontwikkelt. Je kunt niet zeggen: ik hoef me niet te ontwikkelen. Je kunt niet kritisch zijn op wat je maakt als je niet kritisch bent op wie je bent. Dat betekent dat je je moet dwingen om vooruit te gaan, dat je keuzes moet maken. Dat je niet alleen maar op zoek mag gaan naar veiligheid. Ik heb wat dat betreft de afgelopen jaren meerdere stappen voorwaarts gezet, denk ik."

Als hij zijn oeuvre bekijkt, bekruipt hem dan vaker de zin om bestaande romanpersonages nieuwe avonturen te laten beleven?

"Boeken als Dentz of Fremdkörper zou ik wel een andere vorm willen geven. Op den duur zou ik daar wel allemaal filmscripts van willen maken. Om hetzelfde verhaal op een andere manier te kunnen vertellen, samen met iemand anders."

Nogal wat romanciers zijn niet happig op een filmadaptatie van hun boek. Zo laat je toch minder aan de verbeelding van de lezer over?

"Ja maar ik ben veel te nieuwsgierig om dat niet te willen. Ik hou niet zo van angst. Ik wil, in mijn werk tenminste, voortdurend kunnen loslaten. Zo van: hoe kan het ook anders?"

Wie vindt hij goed als romancier?

"Ik vind allerlei mensen goed om allerlei redenen. Ik ben nu, vrij laat misschien, The Doors of Perception van Huxley aan het lezen. Ik ben daar op dit moment helemaal vol van - het is één groot feest van herkenning. Huxley breekt een lans voor het opzoeken van andere ervaringen, eventueel met behulp van drugs. Hij beschrijft dat op zo'n positieve manier... Wat ik fantastisch vind, is dat hij na zijn ervaringen een soort bescheidenheid heeft ontwikkeld. Dat is ook mijn eigen aanvoelen: dat je door bepaalde ervaringen met drugs de wereld waarneemt op een andere manier. Minder vanuit jezelf maar meer de wereld vanuit de wereld. Dat je het gevoel hebt dat de dingen zelf spreken, of uit zichzelf zijn. Dat resulteert in een soort blijdschap, dat je op die manier iets kunt waarnemen."

Zonder drugs is dat niet mogelijk?

"Ik had dat zonder drugs niet gekund, denk ik. Ik ben wel altijd vol, maar ik denk dat ik voordien altijd erg vol van mezelf was. Begrijp me niet verkeerd: ik heb het niet over om het even welke drug. Ik heb het bijvoorbeeld over xtc. Ik heb dat niet nodig om me te amuseren, maar ik was er wel nieuwsgierig naar. Wel, ik heb het gevoel dat ik het vocabulaire van mijn ervaringswereld heb uitgebreid. Maar goed, je vroeg me wat ik graag las..."

Toch nog even: beantwoordde de uitbreiding van zijn vocabulaire aan de verwachtingen?

"Ik had helemaal geen verwachtingen."

Die heb je toch sowieso?

"Welnee. Luister, ik ben opgevoed door junks. Ik noem mijn ouders nu even junks, want tabak en alcohol zijn net zo goed drugs en ze veranderen je evengoed als persoon. Wel, ik wilde daar nooit wat mee te maken hebben. Ik heb boven alle coffeeshops van Amsterdam gewoond en ik heb toen nooit een joint opgestoken. Maar nu, de afgelopen jaren ben ik zo langzamerhand oud genoeg - dat laatste bedoel ik eigenlijk min of meer ironisch - om uit te zoeken wat er allemaal mogelijk is."

Het is op zich al ironisch dat die verkenning in Brussel gebeurt en niet in Amsterdam.

"Het was ook niet Brussel. Het was op een eilandje in de Middellandse Zee. En het was geweldig, al mag je zo'n ervaring natuurlijk niemand aanraden. Dat is net het geestige aan Aldous Huxley, dat hij het in zijn boek wél aanraadt. In ieder geval: toen ik terugkwam van die vakantie, was het eerste wat ik deed mijn vader opbellen - hij is een gepensioneerde beroepsmilitair, nu bijna tachtig - om te zeggen: pap, je moet dit eens uitproberen."

We komen dicht bij het cliché van de kunstenaar die iets moet nemen om te produceren...

"Ja, maar dat klopt niet. Ik heb zes boeken geschreven zonder iets. Gewoon, met water. Als ik schrijf ben ik nooit onder invloed."

Want schrijven zelf is al 'een staat van verlichting', zoals hij noteerde in Sensaties .

"Ja, en voor mij is dat genoeg. Zoals ik zei: het heeft alles met nieuwsgierigheid te maken. Ik wil dingen ervaren. Geen extreme dingen - ik wil niet vastgebonden en geslagen worden - maar het interesseert me wel om te leren hoe je muziek of beelden kunt ervaren. Of vriendschappen. Hoe kun je met andere mensen samen zijn? Dat zijn wezenlijke dingen en er is geen enkele reden om dat niet uit te zoeken."

Vorig jaar stond Van den Boogaard zelf op het toneel, tijdens een experiment van regisseur Jan Ritsema getiteld Verwantschappen . Het project lokte uiteenlopende reacties uit.

"Achteraf beschouwd kon het niet anders dan dat Verwantschappen mijn eerste stap binnen het theater zou zijn. Ik weet niet hoe andere mensen dat ervaren hebben, maar het was in ieder geval zo dat ik geconfronteerd werd met het op een podium staan zonder iets te kunnen representeren. Het was wel de bedoeling dat het een voorstelling werd, maar we mochten geen verhalen vertellen. We mochten elkaar ook geen vragen stellen. We mochten het ons kortom niet 'gemakkelijk' maken. We waren op zoek naar de grens van aanwezigheid, van bewustzijn. Het bewust zijn van een publiek, zonder te vervallen in alles wat gemakkelijk is. Ik ben daar een stuk zelfverzekerder door geworden, want het was eigenlijk het verschrikkelijkste wat je kunt meemaken."

Omdat het zo gênant was?

"Er was totale gêne. Ik kan me niet iets gênanter voorstellen dan jezelf presenteren, zo van: hier ben ik, zonder iets te kunnen geven. Maar het ging ons niet om gêne - het ging om het experiment, de abstractie. Vanuit die ervaring heb ik beslist dat ik voor Sara en Steven iets wilde schrijven wat dicht bij henzelf lag. Niks geen rollenspel met tekst en met gebaartjes. Het moet iedere keer op het moment zelf ontstaan. Maar tegelijkertijd wilde ik een goede tekst schrijven, snap je?"

Het wordt even stil. Hij glimlacht. "Hoe ga je dit ooit opschrijven, trouwens?"

Vindt hij het moeilijk, interviews geven?

"Nee, maar we hebben het over dingen die geformuleerd moeten worden. Da's altijd moeilijk toch, als je precies wilt zijn?"

Zal hij nerveus zijn voor de première van Lucia smelt ?

"Pff. Ja, wellicht. Maar ik heb niet het gevoel dat ik examen doe, om vervolgens te worden afgekraakt of opgehemeld. Daar ben ik niet mee bezig. Ik verheug me er eigenlijk op."

Hij is een optimist, schreef hij zelf.

"Ik neem de dingen zoals ze zijn. Of ik probeer dat tenminste. Natuurlijk probeer ik mijn leven ook te sturen, maar ik ben eigenlijk niet bezig met verwachtingen. Ik leef heel erg in momenten. Ik kan mezelf ook moeilijk een identiteit opkleven. Ik ben weliswaar een schrijver, maar ik ben toch vooral iemand die, net als iedereen, naar de wereld kijkt. Het is eigenlijk niet meer dan dat. Schrijven gaat bijna onbewust - ik merk er niet zoveel van."

Het besef van zijn schrijverschap heeft hem nooit getroffen, als een blikseminslag?

"Nee. Het is raar, want als je dan met een groep schrijvers samen bent, merk je dat je eigenlijk helemaal geen schrijver bent. Dan vraag ik me af: wat heb ik met deze mensen gemeen? Laatst was ik in Wenen en dan sta je daar tussen Harry Mulisch en Margriet de Moor en Connie Palmen... Wat hebben wij in godsnaam gemeenschappelijk, dacht ik toen.

"Natuurlijk heb ik enkele zielsverwanten onder schrijvers, maar onze gesprekken gaan niet over schrijven. Het gaat ook niet om schrijven als handeling maar om een sensibiliteit. Sara en Steven zijn evengoed collega's."

Kan het dat er mettertijd eelt groeit op die sensibiliteit? Of is dat een waanidee?

"Op een gegeven moment was ik daar bang voor. In Sensaties haalde ik daarvoor Douglas Coupland aan. Die schreef dat er na je dertigste geen herinneringen meer bij kunnen, dat het kopje dan vol is. Er was een periode waarin ik dacht: mijn God, ik heb nu wel alles gevoeld wat je kunt voelen. Maar de afgelopen jaren ben ik weer door een grens gegaan en maak ik dingen mee die ik nooit eerder heb meegemaakt. Maar je moet je daartoe zetten. Nu ja, je moet natuurlijk niks - het is alleen een manier om niet te stikken in een eeltlaag."

Romans, toneel, film... Wanneer mogen we zijn eerste dichtbundel verwachten?

"Ik ben blij met die vraag. Ik vind namelijk dat ik poëzie schrijf. Ik zou mezelf echt niet toestaan om vijf regeltjes op een witte pagina te zetten en dan weer vijf regeltjes op de volgende. Ik schrijf gewoon achter elkaar door mijn gedichten. Ik zou een poëzieprijs moeten krijgen, eigenlijk, ook al ben ik een romanschrijver. Ik zie het verschil niet. Oké, ik bedoel dit een beetje als grap, maar ik denk in beelden. Ik ben een geconcentreerd schrijver. Dat is poëzie - geef het maar een naam."

Hoe belangrijk is muziek in zijn leven?

"Totaal belangrijk. Er is zoveel waarvan ik hou: van Kylie Minogue en Beethoven maar ook van de meest experimentele elektronische muziek. Ik ben me daarin aan het ontwikkelen. Er gebeurt zoveel in de muziek. Het slotfeest van het KunstenFESTIVALdesArts in de Hallen van Schaarbeek bijvoorbeeld was geweldig. Er waren enkele honderden luisteraars en een aantal mensen probeerde muziek te maken met planten en glas en allemaal apparaatjes... Het was net zo'n teenage wet dream-kamer, weet je wel. En dan die bereidwilligheid om te luisteren. Ik vond dat heel erg mooi. Het ging niet om consumptie. Als je het hebt over een gemiddelde party tegenwoordig is dat wel anders: mensen komen binnen, willen meteen gegrepen worden, nemen een pil en als het niet leuk is nemen ze er nog één en wordt het agressief. Ik hou niet van consumptie in muziek. Ik hou ervan dat je de muziek nog hoort en dat je daardoor verbaasd kunt zijn. Die avond in de Hallen van Schaarbeek, dat was fantastisch. Je had echt het gevoel dat mensen kwamen omdat ze méér wilden weten. Meer wilden horen. Meer ervaren.

"Uiteindelijk is er maar één criterium, denk ik: dat je echt daar bent waar je bent. Dat je openstaat voor wat er gebeurt. Ik vind het naar als je in een omgeving bent waar iedereen elders is. Ik probeer dat telkens te doorbreken. Dat is waarom theater fantastisch is: je bent op dat moment daar. Dat probeer ik in mijn leven altijd, en dat is niet evident.

"Het is ongelooflijk eigenlijk: ieder horloge tikt op dezelfde manier en de klokken staan overal gelijk, maar we zijn zo weinig samen op de momenten waarop we samen zijn... Mensen hebben natuurlijk wel het recht om hun eigen gedachten te hebben. (lachend) Vroeger was ik verontwaardigd als de persoon tegenover me in de trein geen gesprek met me wilde aanknopen. Ik kon daar agressief van worden. Ik dacht: waarom waardeert die meneer of mevrouw dit moment niet? Of dat kind of die jongere, want ik heb niets met leeftijdsverschillen. Ik dacht: de hele kosmos, de hele geschiedenis, alles is en wij zitten nu tegenover elkaar en u weigert een gesprekje met mij. Ik vond het een bloedbad, zo'n treinreis. Maar ik heb wat dat betreft al iets meer relativeringsvermogen."

De Morgen, Steven Heene, 9 juni 2001

Nederlands