Valse kreeften, echte acteurs

Denis Diderots Paradoxe sur le comédien (1773, gepubliceerd 1830) behoort tot de meest geciteerde teksten over theater. Hem op het toneel zetten, is minder vanzelfsprekend. Damiaan De Schrijver, Matthias de Koning en Peter Van den Eede gaan de uitdaging aan - zet u schrap, hier komt de titel - in vandeneedevandeschrijvervandekoningendiderot .

Eind vorig seizoen al ging deze productie tijdens de 'Fin de Saison' van Maatschappij Discordia in première. Dat merk je, want meer dan My dinner with André (1998), de met de Grote Theaterfestivalprijs bekroonde samenwerking tussen Damiaan De Schrijver en Peter Van den Eede, ademt vandeneedevandeschrijvervandekoningendiderot de geest van Maatschappij Discordia uit. Enerzijds past de tekstkeuze bij het grote historische bewustzijn van Jan Joris Lamers, Matthias de Koning en co., anderzijds heeft de productie, net als het oeuvre van Discordia, een beschouwend tintje dat het spelplezier nooit in de weg staat.

Dat laatste biedt de voorstelling immers in overvloed. Bij aanvang zien de toeschouwers, die aan weerszijden van het speelvlak zitten, erop toe hoe de acteurs zich opmaken om te beginnen te spelen. "An actor prepares", heet dat met de woorden van die andere theaterdenker Konstantin Stanislavski. De drie zetten nepbloed klaar, schikken valse kreeften en hespen op een tafel, en zetten een gepoederde salonpruik op. Deze hilarische intro duurt twintig minuten. Vervolgens storten Van den Eede, De Schrijver en De Koning zich op Paradoxe sur le comédien .

Diderot, die, naast samensteller van de beroemde Encyclopedie , zelf theaterauteur was, voert in dit essay een dialoog met zichzelf. De stelling die hij voorstaat, is de volgende: een goed acteur doorvoelt de emoties van zijn personage niet zelf, maar analyseert en imiteert wat hij in zijn omgeving waarneemt; enkel op die manier kan hij gevoelens losweken bij het publiek. Sinds Brecht zijn Diderots ideeën niet langer gemeengoed, en zeker aan Van den Eede, De Schrijver en De Koning is zijn overtuiging weinig gelegen. Het fijne aan de voorstelling echter is dat het drietal Diderot niet zomaar afzweert, maar het publiek een scala aan theaterstijlen, toont als evenveel mogelijkheden om echt en waarachtig over te komen.

Het grootste effect sorteren twee tegengestelde manieren van aanpakken: de puur theatrale slapstick, waarbij het decor in elkaar zakt en het publiek zich effectief zorgen begint te maken over het welzijn van de acteurs, óf grappen en opmerkingen die met de spelers zelf te maken hebben (onder meer over de leeftijd van De Koning en het lichaamsgewicht van De Schrijver). Het siert de drie dat ze zo ook hun eigen theateropvattingen durven te relativeren.

De tekstfragmenten die uit Diderot stammen, overtuigen uiteindelijk het minst. De spelers slagen er weliswaar in om de dialoog van zijn essayistisch karakter te ontdoen, maar ze gaan te gemakkelijk in Diderots wijdlopigheid mee door de voorstelling tot een twee uur lengte te rekken. Terzelfder tijd blijkt Paradoxe sur le comédien , zelfs al vullen de makers hun bron met eigen materiaal aan, een te smalle basis om een avondvullende theaterproductie op te bouwen. Dat zet een domper op de speelvreugde.

De Morgen, Peter Anthonissen, 23 januari 2002

Nederlands