Rouwen bij een glaasje wijn

In nusch van tg Stan en Rosas draagt Frank Vercruyssen drie gedichten voor van de Franse surrealist Paul Éluard. In 'Poésie ininterrompue' (1945), 'Le temps déborde' (1947) en 'Nusch' (1950) laat Éluard zijn emoties de vrije loop. In nusch wordt dat een aangrijpend verhaal over zijn ontreddering na de dood van zijn geliefde Nusch.

Frank Vercruyssen spreekt het publiek niet vanop een podium toe. De toeschouwers zitten met hem aan tafel, alsof ze bij hem op bezoek zijn. Vercruyssen ijsbeert wat. Dan schenkt hij de toehoorder, met een woordje uitleg, een glas wijn in. Zo weet je en passant dat hij een wijnliefhebber is. Een detail, al laat het wel uitschijnen dat Vercruyssen het via Éluard ook over zichzelf wil hebben.

Als de eerste woorden van Éluard weerklinken, klimt een Rosasdanseres op tafel. Ze danst terwijl Vercruyssen spreekt. Vercruyssen danst ook, zij het figuurlijk. Hij schurkt zo dicht tegen de poëzie aan dat zijn act op de slappe koord van de emotionele overkill danst.

Hoewel zijn formulering afgemeten is, lijken de woorden vaak uit zijn hart gegrepen. Als je wat beter luistert, merk je dat het niet zijn woorden zijn, maar dat hij even naast de tekst gaat staan. Zijn voordracht doseert de effecten heel precies en duidelijk. Net daarom ontaardt zijn act niet in een vals klinkend emotioneel exhibitionisme, maar grijpt het je echt aan.

Daar zit ook de dans voor heel wat tussen. Het is geen vlotte dans, maar een gewrongen, gevaarlijk bewegen tussen de glazen op tafel, tot vlak bij de gasten. Die fysieke nabijheid staat scherp tegenover de weerbarstige tekst en dito dans. De kijker moet zich hard inspannen om er iets van te maken. Wat als een droesem overblijft, is de onmogelijkheid om over echt belangrijke dingen te spreken. Het gaat over eenzaamheid. Met grote intensiteit, maar zonder flauwe kunstjes. Dat is pas kunst.

De Morgen, Pieter TJonck, 23 januari 2008

Nederlands