Onmogelijke wereldliteratuur wordt toegankelijk gemaakt

Uche uche tuut tuut

'De Toverberg' van Thomas Mann staat bekend als de Mount Everest van de literatuur. Deze bildungsroman over een Zwitsers sanatorium is zo'n turf vol rijke details, ellenlange discussies en filosofische vertogen dat velen de klim aanvangen, maar weinigen hem voltooien.

Het gelegenheidszestal Willem de Wolf, Gillis Biesheuvel, Peter Van den Eede, Damiaan De Schrijver, Sara De Roo en Matthias de Koning (uit tg STAN, De Koe, Dood Paard en Maatschappij Discordia) raakte wel tot pagina 932. Maar toen begon de miserie pas: hoe hier in hemelsnaam een voorstelling van maken?

Het resultaat heeft iets van een tuffend treintje tegen de bergwand op. Gezapig zitten de zes spelers op ongemakkelijke zeteltjes tussen twee koelkasten. Ze kuchen, gespeeld ziekjes als de sanatoriumgasten. Maar altijd speelt wel één de machinist. Hij of zij trekt er breedvoerige stukjes tekst door, en zo ook Manns weloverwogen ideeën: over verveling, over muziek, maar ook 'gewoon' over lymfen.

De andere spelers vertragen intussen het genot van kijken en luisteren. Ze stokken op Manns bloemrijke nabepalingen, zetten een boompje op over boeken die je 'moet' of 'zou moeten' gelezen hebben of vechten robbertjes uit over de vraag of ze deze klassieker wel of niet systematisch moeten verbeelden. Verder dan vier dagen van de zeven beschreven jaren raakt hun treintje niet.

Het lijkt dus een rommeltje, maar pienter is het woord. Dialectische perspectieven tegenover literatuur worden uitgespeeld in dezelfde beweging als de lethargisch-intellectuele sfeer van Manns werk zelf openplooit. Maar bovenal zie je hier heel verschillende verwanten met een voorliefde voor het genot van het woord en de vertraging van de tijd. Van een onmogelijke onderneming is zelden zo toegankelijk en toch rijk toneel gemaakt.


De Morgen, Wouter Hillaert, 25 juni 2008

Nederlands