We willen tonen hoe lelijk we zijn, en hoe knullig het leven is

interview met Peter Van den Eede en Damiaan De Schrijver

Bejubelde acteurs. Theatermakers die zichzelf blijven heruitvinden. Vrolijke vrienden. Mannen met plannen. Late veertigers die het soms ook even helemaal niet weten. Een gesprek over werk dat verdacht veel over het leven zelf gaat. 'Dit bestaan is één grote knoeiboel

Al meer dan twintig jaar is Peter Van den Eede artistiek leider van de Koe en maakt Damiaan De Schrijver deel uit van tg STAN, maar ze hebben elkaar ooit gevonden en blijven sindsdien overspel met de ander plegen. Binnenkort weer met We hebben een/het boek niet gelezen, naar De Toverberg van Thomas Mann. 'Tussen ons is er blind vertrouwen. We vangen elkaar op scène nooit vliegen af, we geven alleen maar kansen. Dat maakt het ook zo prettig.'

Het is meer dan tien jaar geleden, maar ik zie Peter Van den Eede en Damiaan De Schrijver nog zitten aan dat restauranttafeltje op de scène van de Bourla. Ze speelden de theaterproductie My Dinner with André , naar de gelijknamige film van Louis Malle. Ze aten, dronken, rookten en spraken. Meer niet. Bloedgeestig en meeslepend. De dikke en de dunne, maar dan slimmer. Hier en daar werd een toeschouwer boos: vier uur lang eten op kosten van de belastingbetaler, dat kon echt niet. Veel gezamenlijke projecten later zit ik met hen in de foyer van de Bourla. Dat ze hopen dat ik niet naar hun eetgewoonten of hun vakantiebestemming ga vragen, zeggen ze. En dat ze willen proberen ook in dit gesprek de passionele liefdesrelatie tussen hen twee geheim te houden voor hun partners. Hilariteit. En we moeten nog beginnen.

Damiaan De Schrijver: "Op de toneelschool zat Peter een jaar hoger dan ik. Ik keek naar hem op. Een onwaarschijnlijke, magische speler, een acrobaat met taal en voorwerpen. Peter gaat nooit zomaar op een stoel zitten, hij voegt aan elke handeling iets van fantasie toe. En als je met hem samenspeelt, blijft hij je verrassen. Heel prikkelend. Peter schrijft ook goed. Bij STAN klamp ik mij vast aan klassieke theaterteksten, als ik met Peter werk, doen we niet anders dan knippen, plakken en herschrijven. Peter teert niet op wat al bestaat, hij vindt uit. Misschien voor alle duidelijkheid even meegeven dat mijn collega's van STAN véél van die eigenschappen ook hebben. (lacht) Anders lijkt het alsof ik bij Peter solliciteer om vast werk te krijgen, maar hij kan mij hoegenaamd niet betalen."

Wat kun jij tegenover deze laudatio stellen, Peter?
Peter Van den Eede: "Veel van de dingen die Damiaan over mij zegt, gelden ook voor hem, maar nu moet ik iets nieuws verzinnen. Ik was liever begonnen. (lacht)
De Schrijver: "Begin bij het begin Peter: je bent jaloers op mijn kilo's."
Van den Eede: "Ook ik was op school al gefascineerd door Damiaan. Onze vaders zijn toen ongeveer op hetzelfde moment gestorven, dat schept een band. Maar ik vond hem ook een bijzondere acteur. Damiaan heeft op een scène die geweldig aantrekkelijke combinatie van domheid en intelligentie. Ik moet altijd enorm om hem lachen. Zelfs als we samenspelen, moet ik mij dikwijls inhouden, en dat is uitzonderlijk. De manier waarop Damiaan zich kan opwinden op een scène is ook onnavolgbaar: tegelijk gruwelijk geïrriteerd en vederlicht. En ik ken niemand die zo geloofwaardig kan overdrijven als hij. Hij is in veel opzichten een topspeler."

Maar toch heeft Damiaan na de opleiding met zijn klasgenoten STAN opgericht, en jij met Bas Teeken de Koe.
Van den Eede: "Die eerste jaren waren onze gezelschappen echte rivalen. Nu durf ik dat luidop te zeggen: we gunden elkaar het licht in de ogen niet. We moesten onszelf profileren, en we kozen heel andere wegen. Maar gelukkig word je met de jaren ouder en wijzer. En toen kwamen we elkaar opnieuw tegen op de set van Terug naar Oosterdonk , de fictieserie van Frank Van Passel."
De Schrijver: "We werden meteen naar elkaar toe gezogen. Hoe Peter improviseerde, betoverend. Hij schildert consequent buiten de lijntjes."
Van den Eede: "Ik herinner me dat we eens heel vroeg in de ochtend samen in de auto zaten, op weg naar een verlaten plek ergens tussen Nederland en België waar we gingen draaien. Toen hebben we ons ongelooflijk geamuseerd: we zaten elkaar met onze teksten uit de dagen: de ander onderbreken, uitlachen, teasen. We speelden de personages, maar we zaten er ook met onszelf tussen, en dat marcheerde heel erg. We hebben gevraagd aan Frank of we het ook zo mochten spelen. Niet vanzelfsprekend als je filmt, want de techniek moet al die onvoorspelbaarheid ook kunnen volgen, maar het mocht. Zalig om te doen. In die periode hebben we het plan gesmeed om samen een voorstelling te maken. Het werd My Dinner with André . De setting was simpel: wij zaten aan tafel, er werd echt eten bereid en tijdens de maaltijd praatten we. Uren aan een stuk. Een heerlijke ervaring omdat ik nog nooit zo graag met iemand had samengespeeld."
De Schrijver: "Peter was totaal op zijn gemak. Hij is zelfs tijdens één van de voorstellingen verdwenen: hij ging naar het toilet. Echt. Hij heeft me daar zeker vijf minuten laten zitten, alleen met het publiek. Dat is ongelooflijk lang. Wat een mens je durft aan te doen."
Van den Eede: "Ik moest echt dringend. (lacht) En Damiaan heeft het mij later teruggelapt."
De Schrijver: "Ik heb mij ook enorm geamuseerd. Eigenlijk was het een monoloog van Peter en een eetmoment voor mij. Ik noemde het toen een luisterstage. (lacht) Soms denk ik: My Dinner with André loopt eigenlijk al jaren. We voeren nog altijd eindeloze gesprekken in restaurants."

Is dat de ultieme blijk van vertrouwen: dat spelers elkaar durven te laten zitten op de scène?

De Schrijver: "Absoluut. Tussen ons is er blind vertrouwen. We vangen elkaar op scène nooit vliegen af, we geven alleen kansen. Dat maakt het ook zo prettig."
Van den Eede: "Onze projecten hebben kleine revoluties teweeggebracht, niet alleen in ons denken over spelen, maar ook voor onze gezelschappen."

Als ik jullie zo hoor, is het mogelijk om theater te maken zonder conflict, iets waar weinigen in slagen.

Van den Eede: "Wij kunnen dat evenmin. Er bestaat ook geen leven zonder conflict. We zijn net terug uit Parijs. Daar hebben Damiaan, Mattias de Koning en ik een stuk geregisseerd in de Comédie Française: Paroles/pas de rôles . Behoorlijk uitzonderlijk: we zijn geen van drie klassieke regisseurs, maar we hebben wel samen een bende Fransen geregisseerd. We zijn trots op het resultaat en gezien de moeilijkheidsgraad is dat proces al bij al goed gelopen. Maar zelfs als je zo goed overeenkomt, zijn er minimale verschillen in opvatting, en als de première nadert, worden die uitvergroot. Speel je samen, dan kun je het op de scène uitvechten door het te doen, maar als je regisseert moet je er al pratend uitkomen. Niet altijd simpel."
De Schrijver: "Het is al ontzettend moeilijk om het eens te worden over de precieze betekenis van bepaalde begrippen. Wat is realisme? Naturalisme? En omgaan met kritiek is delicaat. Zeker als speler voel je je toch snel persoonlijk aangesproken: oei, ik doe het niet goed, ik bén niet goed. Dat is ook iets wat je moet leren: meer geduld hebben, niet altijd reageren, aanvoelen wanneer je moet zwijgen."

Jullie vragen door wat jullie doen voortdurend om kritiek of waardering. Tijdens repetities van elkaar en tijdens voorstellingen van het publiek. Is dat niet lastig?
Van den Eede: "Dat is de kern van theater, daar hebben we voor gekozen."
De Schrijver: "Ik vergeet dat ik de hele tijd kritisch bekeken word, anders zou ik blokkeren. Wat compenseert: je moet het niet alleen doen, je hebt je voorbereiding, je tekst, je medespelers. En dan ga je."

De subsidiecommissie oordeelt over je werking en drukt dat uit in geld. Peter, jij vindt dat de Koe veel te weinig krijgt.

Van den Eede: "De Koe bestaat twintig jaar en heeft 350.000 euro subsidie."
De Schrijver: "De helft van STAN. Hoeveel gaan ze nog afromen en toch verwachten dat zo'n gezelschap blijft draaien? Je kunt een hand afhakken, een been. dat is al gebeurd. Met zo'n bedrag laat je net het hoofd zitten, want er mag nog wat nagedacht worden. Maar zo producties maken? Niet evident."

Ervaar je dat als een gebrek aan waardering?
Van den Eede: "Het is een vicieuze cirkel. Ik ben niet het type artistiek leider dat zich voortdurend vertoont op colloquia of andere plaatsen waar je de subsidiënt zou kunnen ontmoeten en je pr verzorgen. Ik ben geen netwerker, ik ga nooit naar premières, tenzij die van Damiaan. En ik kan mij ook geen personeel permitteren dat zich daarmee kan bezighouden."
De Schrijver: "Wij hebben medewerkers die goeie contacten onderhouden met organisatoren enzo. Niet onbelangrijk."
Van den Eede: "Er is een perceptieprobleem: we hebben ooit een stempel gekregen, en wat we ook proberen: iedereen neemt dat label over. Ons theater zou 'dun' zijn, weinig diepgang hebben. Je moet vandaag expliciet politiek theater maken, zoals de meesten, dat ligt goed in de markt. En wij doen dat niet."
De Schrijver: "Ik vind theater over het leven eigenlijk ook politiek theater. In dat geval doet de Koe dat evenzeer. Het is maar waar je je accenten legt."

Denk je echt dat je minder subsidies krijgt omdat je geen politiek theater maakt?
Van den Eede: "Niet alleen daarom. Veel mensen vinden ook dat ik niet ernstig omga met mijn vak. De Koe probeert alles onderuit te halen, zeggen ze, en dat hebben ze niet graag. 'Ze drijven de ironie zo ten top dat het op den duur nergens meer over gaat.' 'Ze kunnen alleen maar zwanzen.' Zulke dingen worden over ons gezegd. Terwijl ik net het gevoel heb dat wij proberen het theater heruit te vinden in plaats van het te restaureren. Van alle gezelschappen die ongeveer twintig jaar bezig zijn, heeft de Koe het minste repertoirestukken gespeeld. Wie Tsjechov of Molière brengt, krijgt wegens de geschiedenis de waarde van die teksten cadeau. Als een gezelschap eigen stukken maakt dan moeten toeschouwers zelf op zoek gaan naar dieperliggende betekenissen en referentiekaders. Dat is lastiger, natuurlijk."

Word je daar onzeker van?
Van den Eede: "Het is jammer, want je moet voortdurend je dromen bijstellen. Maar ik blijf zo consciëntieus mogelijk mijn eigen weg volgen."
De Schrijver: "Bij elke subsidieronde kan het voor gedaan zijn. Dan zullen we ons moeten heroriënteren. Die onzekerheid is onontkoombaar in ons beroep."

Hoe onzeker zijn jullie nog als spelers en makers?
De Schrijver: "Enorm. De angst wordt groter en groter. Ik ben bang om op te gaan, bang om te falen. Vorig jaar heb ik de voorstelling Brandhout. Een irritatie gemaakt naar een tekst van Thomas Bernhard, en toen heb verschrikkelijk diep gezeten, mij geweldig slecht gevoeld. Ik dacht: dit krijg ik niet voor elkaar. Maar ik ben toch doorgegaan omdat ik voelde: als ik het niet doe, ga ik misschien heel lang niet meer kunnen of willen spelen."
Van den Eede: "Zulke momenten zijn waardevol. Je móét dat meemaken. Anders ben je zomaar iets aan het doen. Ik heb ooit twee jaar lang niet gespeeld. Een soort vertrouwenscrisis, en die manifesteert zich nu en dan nog wel eens. Dan ben ik opeens ontzettend zenuwachtig als ik op moet, bang dat ik het nooit meer beter zal doen dan ik het al gedaan heb. Soms stel ik me ook vragen bij de sector. Ik probeer nu en dan te gaan kijken naar andere groepen, en dan lees ik een fantastische uitleg in het programmaboekje, maar daar zie ik niks van terug op de scène. Geen visie, geen authenticiteit, alleen maar imitatie. Ze stelen overal en noemen dat eclecticisme. Dan kan ik alleen maar denken: dat heb ik allemaal vroeger al eens gezien, maar beter gedaan."
De Schrijver: "Bij mij zit het anders. Ik heb een existentiële kunstcrisis. Ik vraag me af: kan ik het wel? Heb ik het recht om het woord te richten tot al die mensen? Wat heb ik te melden? En wat is de relevantie daarvan? Waarom kies ik voor de stukken die ik speel? Wie wil ik daarmee bereiken? Is het erg dat je eigenlijk altijd voor min of meer hetzelfde publiek speelt? En is mijn smaak belangrijk? Zo loop ik voortdurend tegen allerlei muren aan."

Zegt dat iets over jullie parcours in de kunsten of zijn dit onontkoombare crisissen van late veertigers?
De Schrijver: "Ik kom mezelf tegen. En ik loop tegen de vijftig, dus daar zal het wel iets mee te maken hebben. Als ik Willem Vermandere hoor zingen: laat mij maar lopen langs de straten, ik heb een lief dat ik zo graag zie, dan denk ik ook weleens: ik wil alleen nog in het bos wandelen en nu en dan met pijl en boog gaan schieten, iets wat ik af en toe in het weekend doe. Ik ben heel blij dat mijn compagnie mij steunt en begrijpt. Ze geven mij de kans om mij af te vragen of dit is wat ik echt wil."

In de tekst van Brandhout. Een irritatie geeft het personage af op de kunstwereld. Heeft die inhoud je crisis mee aangezwengeld?
De Schrijver: "Heel zeker. Die tekst heb ik als een boemerang terug in mijn gezicht gekregen. Sommige van de dingen die ik zei, kwamen bijna letterlijk uit mijn eigen leven. Geen mens die dat kon merken, tenzij degenen die mij heel goed kennen, maar dat deed pijn. Ik maak zelf deel uit van die kunstwereld. Ik word door de overheid in de mogelijkheid gesteld om een leven te leiden omringd door teksten, boeken, schilderijen. Een luxepositie. En in die kunstwereld loopt volk rond dat ik graag zie. Maar ik ben ook niet blind voor de lelijke kanten, en die irriteren mij. Al die ijdelheid, pretentie en arrogantie in de kunstwereld. Alsof het allemaal zoveel betekent. Kunstenaars maken mooie schilderijen, maar de bedragen die ervoor neergeteld worden, waar slaat dat nog op? En waar doen we het allemaal voor? Uit noodzaak? Dat zou je verwachten. Maar heb ik die wel? Daar worstel ik mee."

Veel artiesten nemen het woord noodzaak in de mond, maar ik vraag me altijd af: veel spelers zitten in drie stukken per jaar, en hoe kun je nu drie keer per jaar een noodzaak voelen, laat staan twintig jaar aan een stuk?
Van den Eede: "Dat je als gesubsidieerd gezelschap een bepaald aantal voorstellingen per jaar moet maken en spelen, vind ik maar normaal. De ene keer ben je inderdaad meer bevlogen dan de andere. Dat is onvermijdelijk. Niet elke productie is een meesterwerk. Soms is een stuk vooral een stap die je nodig hebt in je parcours. Maar toch voel ik wel degelijk een noodzaak om met dit werk bezig te zijn. Als ik een tijd lang alleen lees, nadenk en naar stukken van anderen ga kijken, dan krijg ik op een bepaald moment gruwelijk veel zin om weer iets uit te proberen."
De Schrijver: "Spelen is een roeping. Maar als je het echt goed wil doen, is het ook een onmogelijke opdracht. Zoals het leven zelf. Dat wil ik laten zien. Hoe lastig spelen is, hoe knullig het leven. Hoe lelijk ik ben. Hoeveel problemen er zijn die ik niet oplos. Een voorbeeld: we zijn politiek correcte artiesten, ecologisch bewust. We gebruiken de achterkant van bedrukt papier om op te printen, maar we vliegen wél naar het buitenland om daar voorstellingen te gaan spelen. Er zijn zoveel van zulke dilemma's, er zijn zoveel onopgeloste vragen. Dit bestaan is één grote knoeiboel."

Om nu maar eens iets heel simpels te zeggen: het is niet genoeg om te doen wat je graag doet en te proberen dat zo goed mogelijk te doen?
De Schrijver: "Misschien. Als dat zo is, kom ik er goed vanaf."
Van den Eede: "Ik heb onlangs De gebiologeerden opnieuw gespeeld, het allereerste stuk van de Koe. Vooraf was ik nerveus: heeft dit nog wel zin? Heeft theater maken nog zin? Maar toen begon ik te spelen, maakte ik heel intense momenten mee, en daar werd ik echt gelukkig van. Er blijft toch maar volk naar onze voorstellingen komen dat zich wil verplaatsen om te kijken naar wat we gemaakt hebben. Die respons doet goed. Dus misschien is het inderdaad genoeg om het zo goed mogelijk te doen."
De Schrijver: "Het probleem is ruimer dan het theater. We leven in een heel ingewikkelde wereld. Ik krijg zelfs geen standpunten meer bepaald. Vroeger was ik zot van discussiëren. Ik ben graag tegendraads, ik wil geen domme visie napraten. Maar ik krijg geen overzicht meer. Ik heb een abonnement op De Morgen en De Groene Amsterdammer, maar ik krijg ze niet gelezen. En kon ik dat wel, zou ik dan voldoende op de hoogte zijn? Ik betwijfel dat. Dus durf ik me nergens nog over uit te spreken. Ik wéét het ook niet meer. Ben ik nu voor de Palestijnen of voor de Israëli's? Geloof ik nu wel of niet in de klimaatopwarming?"

Is dat gecultiveerde luiheid of het gevolg van een te grote informatiestroom?
De Schrijver: "Het heeft zeker ook met luiheid te maken. (lacht)"
Van den Eede: "Je hebt ook gewoon héél veel gespeeld de voorbije jaren. Dan is het niet verwonderlijk dat je geen tijd hebt om zeventien magazines en kranten grondig te lezen."
De Schrijver: "Maar zelfs over mijn vakgebied durf ik nog maar weinig te zeggen. Speelt zij goed in dat feuilleton? Is dat een fijne voorstelling? Is hij een beloftevolle filmregisseur? Geen idee. Mag een theateracteur wel of geen reclame doen? Ik zie de schoonheid van het niet te doen en ik heb begrip voor de pragmatiek van degenen die het wel doen. Toch blijft het mij irriteren, maar ik ga dat gesprek niet meer aan."

Misschien is het wel een blijk van intelligentie, dat gevoel voor nuancering. Misschien is het even interessant om de juiste vragen te stellen als om overal antwoorden op te formuleren.
De Schrijver: "Misschien wel ja."
Van den Eede: "Hoe ouder je wordt, hoe meer lagen je ziet in alles en hoe kleiner de nood aan snelle meningen. Maar je kunt ook zodanig nuanceren dat je geen keuzes meer durft te maken, dat je nergens meer voor durft te gaan. Ook niet constructief. Maar volgens mij horen dat soort crisissen onherroepelijk bij ons leven. Op een bepaald moment sputter je daardoor en ga je verder. Misschien zelfs sterker en beter."

Denken jullie dat artiesten verhoogde emotionaliteit en intensiteit nodig hebben in hun leven?
Van den Eede: "Ik heb de neiging te denken van wel. Maar iemand als Wim Delvoye gaat er prat op dat hij kunst maakt uit pure berekening, kunst als resultaat van marktinzichten. Dat gaat blijkbaar ook."
De Schrijver: "Het is zeker niet zo dat wij meer lijden omdat we artiest zijn. Wij zijn gedelegeerd door de staat om na te denken over de mens, relaties, kunst, het leven. Zoals priesters betaald worden om zich bezig te houden met reflectie en gebed. Wij zijn misschien heel gevoelig, maar we hebben ook een uitlaatklep voor al die emoties en gedachten. En we krijgen veel aandacht. Dat kan niet elke gevoelige ziel zeggen."
Van den Eede: "Wij hebben die kwetsbaarheid nodig, denk ik, maar ook eelt. Zonder eelt ben je een slachtoffer."

Als jullie terugkijken op jullie parcours, wat zijn dan de zwarte bladzijden?
Van den Eede: "Kompanen van het eerste uur zijn vertrokken omdat het leven samen onhoudbaar was geworden. Bas Teeken bijvoorbeeld, en Frank Focketyn. Daar ben ik een hele tijd niet goed van geweest. Ik heb mezelf serieus in vraag gesteld: wat maakt mij zo onmogelijk? Ik heb beseft dat ik te hard wou sturen, te veel wou opleggen hoe er gespeeld en gedacht moest worden. Dat gaat ten koste van anderen, dus ben ik daarmee gestopt. Ontmoetingen met mensen als Damiaan en Mattias de Koning hebben me daar ook bij geholpen: wij laten elkaar als vanzelf in onze waarde. Wij hebben dezelfde smaak en wij weten dat we volledig op de ander kunnen terugvallen als dat nodig is."
De Schrijver: "Bij STAN is er nooit iemand gaan lopen. Dat is geluk hebben. En een paar juiste keuzes maken: STAN is een heel open nest waar veel kan en mag. We hebben veel geduld met elkaar, en de tijd heeft elke vorm van jaloezie weggenomen en vertrouwen gecreëerd."

Heb je een klein of groot egoprobleem nodig om artiest te kunnen zijn?
De Schrijver: "Als artiest vertrek je onvermijdelijk altijd vanuit jezelf, dat is wel een probleem."
Van den Eede: "Alles wat van een acteur een acteur maakt zijn we, dat moeten we niet proberen te ontkennen. Ik ben ijdel, narcistisch, egocentrisch, exhibitionistisch. Maar dat is óók het onderwerp van de voorstellingen die ik maak. Ik wil vertrekken van het punt nul, van hoe triestig weinig ik ben. En als je dat durft te tonen, mag je misschien ook proberen om iets over schoonheid te zeggen. Er wordt te veel theater gemaakt door mensen die zichzelf totaal au sérieux nemen. Ongecompenseerde ijdelheid is verschrikkelijk. Pas op, ik durf óók te zeggen dat ik toneel kan spelen, en dat ik niet alleen een vakman maar ook een beetje kunstenaar ben als ik op een scène sta. Het goeie en het slechte, die eerlijkheid."
De Schrijver: "Mijn partner en de weinige vrienden die ik heb, houden mij met mijn beide voeten op de grond. Er wordt niet gedweept met wat ik doe, dus ga ik ook nooit zweven. Artiesten doen graag druk over hun bezigheden, ik doe zelfs druk over mijn crisis. (lacht) Terwijl ik hoop dat mensen die mij bezig zien eigenlijk denken: dat kan ik ook."

Dat meen je niet echt.
De Schrijver: "Toegegeven, ik zou dat liever niet hebben, maar het is wel zo: er zijn in ieder geval genoeg anderen die het ook kunnen. En als ik het doe, moet het lijken alsof iedereen het kan."
Van den Eede: "Zoals bij moderne kunst: het lijkt alsof iedereen die drie lijnen kan trekken, maar dat werk is het resultaat van een complexe zoektocht."

Volgende week zijn jullie met mensen van Dood Paard en Maatschappij Discordia te zien in We hebben een/het boek niet gelezen . Wat dachten jullie: het is allemaal al geweldig lastig, laten we het onszelf echt onmogelijk maken en een voorstelling spelen naar ‘De Toverberg’?
Van den Eede: Het is allemaal de schuld van Willem de Wolf. Hij wou dat. Maar als je al zo lang bezig bent, doet het deugd om het jezelf moeilijk genoeg te maken: hoe krijg je in godsnaam duizend bladzijden vertaald naar de scène?"
De Schrijver: "Zoveel masochist zijn we wel, ja. Het lijkt alsof we het boek spelen en het hebben over Hans Castorp die hoog op die berg volwassen wordt, maar eigenlijk is het ook een boekenprogramma. We stappen in en uit het boek, we zijn er kwaad op, we tonen hoe graag we het zien. We gooien het weg, we zeggen dat het een toverput is waar je in valt. We hebben het ook over lezen. Over omgaan met de canon. Is het zo dat je bepaalde boeken gelezen moet hebben? En waarom dan? En ten slotte proberen we te ontdekken of alle spelers het ook gelezen hebben. Eentje niet. Hij heeft dat onlangs opgebiecht. En daar moeten wij mee naar de oorlog. (lacht)"
Van den Eede: "Of toeschouwers het boek nu wel of niet gelezen hebben als ze komen kijken, doet niet ter zake. Wie het wel gelezen heeft, zal extra blij zijn met de voorstelling, denk ik. Wie het niet gelezen heeft, hoeft het na de voorstelling niet meer te doen. Als dat geen argument is om te komen kijken weet ik het ook niet meer. (lacht)"

De Morgen, Griet Op de Beeck, 27 februari 2010

Nederlands