Hoe echt is de acteur?

Twee uur lang badineren Peter Van den Eede, Damiaan De Schrijver en Matthias de Koning over de acteur in het theater. Ze gebruiken een tekst van Diderot, Paradoxe sur le comédien , en kruiden hem voortdurend met eigen bedenkingen. Zet die drie acteurs aan tafel en je hebt meteen fijne keuken. Zelfs een achttiende-eeuws essay wordt dan een feestmenu. En licht verteerbaar.

De paradox bestaat er volgens Diderot in dat de acteur moet afzien van elke vorm van gevoelsmatige inleving in zijn rol, opdat de toeschouwer zich des te beter zou kunnen inleven in het spel. Hoe echter het lijkt, hoe gemaakter het is. Deze paradox is niet alleen het gespreksonderwerp, maar wordt ook meesterlijk bespeeld. De toeschouwer wordt uitgenodigd op het toneel. Daar zit hij met zijn neus op de acteurs. Zo is het alsof de toeschouwer deel uitmaakt van de theaterillusie.

De mannen spelen dat ze zich klaarmaken om te spelen, dus om te spelen dat ze praten over het acteerspel. Alles is fake: het bloed is bessensap, de whisky is thee. Met geacteerde waardigheid ,,verlevendigt'' De Schrijver het decor met trompe-l'oeils van gevogelte en fruit. Het opzetten van hun salonpruik is een komische act op zich.

In het rommelige decor hebben ze nauwelijks bewegingsvrijheid tussen tafels en stoelen, oude decorstukken en massa's attributen. Ze zitten verstrikt in draden en stuntelen met licht en klank. Het is een parodie op het beeld van de acteur, die probeert zijn publiek te ontroeren door zich uit te putten in technieken en stijlen. Leeg van binnen om zich beredeneerd met andere karakters te kunnen vullen. Het ambacht doorgelicht.

Ze doen het op hun eigen manier. Op de rand van de slapstick, soms onderkoeld, soms met de grote middelen. Want je moet altijd overdrijven in dit vak. Maar dan lopen ze weer zelf in de val van hun eigen perfecte imitaties. En het publiek met hen. Met veel inside jokes illustreren en ironiseren ze hun betoog.

Diderot schreef in dialoogvorm. Door met z'n drieën op de tekstkoek te sabbelen, krijgen ze theatraal meer armslag. Ze breken elkaar af, jutten elkaar op, experimenteren met emoties, zitten achter elkaar aan, openbaren of verhullen, en zijn zich steeds bewust van het publiek. Niemand weet nog wat op welk niveau ,,authentiek'' of ,,artificieel'' is, maar hilariteit is verzekerd.

Dit is briljant acteurstheater. Dat personages komen vertellen dat je als acteur jezelf moet wegcijferen, terwijl deze voorstelling helemaal gemaakt wordt door lieden die hun acteurspersoonlijkheid in alle herkenbaarheid uitspelen, is nog de leukste paradox van al.

De Standaard, Fred Six, 19 januari 2002

Nederlands