'Ik heb wel een zwart kantje'

interview met Natali Broods

In haar eerste monoloog, Het was zonder twijfel een ongeluk , vertelt Natali Broods een erg bitter verhaal.

'Je kunt op verschillende manieren ten onder gaan, evengoed uit domheid als uit overdreven voorzichtigheid. De eerste manier lijkt me waardiger, maar het is niet de mijne.'

Anna, een moeder van twee kinderen en de vrouw van een overspelige advocaat, kijkt liever weg dan de confrontatie aan te gaan; ook als dat andere levens verwoest. 'Om haar te kunnen spelen, moet ik haar wel graag zien', zegt Natali Broods, die donderdag onder de vleugels van tg STAN met haar eerste monoloog in première gaat.

Het was zonder twijfel een ongeluk is gebaseerd op Wij doden Stella , een novelle uit 1958 van de Oostenrijkse Marlen Haushofer. Stella is daarin een jong meisje dat, voor de duur van haar handelsstudie, komt inwonen bij Anna, Richard en hun kinderen. Ze heeft een korte affaire met Richard, waarvan Anna op de hoogte is, en overlijdt nadat ze door een vrachtwagen is aangereden. Voor Anna lijdt het geen twijfel dat dat zelfmoord is, dat Richard de weerloze Stella tot wanhoop gedreven heeft.

Waarom greep ze niet in? Waarom laat ze Richard al zo lang zijn gang gaan met vrouwen? Waarom loopt ze niet weg met haar zoon, de enige van wie ze houdt? Waarom is ze zo angstig, en zo laf? Anna kan het haarfijn analyseren terwijl ze de gebeurtenissen aan haar schrijftafel reconstrueert, maar de daadkracht ontbreekt haar om de situatie te veranderen - en voor Stella komt elke verandering te laat.

Wij doden Stella is een bijzonder hard verhaal en een merkwaardige keuze voor een jonge, ongebonden actrice als Natali Broods (31). 'Tja, die tekst bleef maar aan mij trekken. Ik leerde hem een jaar of zes geleden kennen via de filmmaakster Bie Boeykens. Toen ik het plan opvatte om een monoloog te doen, dacht ik eerst nog om iets te puren uit verschillende teksten. Maar deze tekst kwam weer bovendrijven. Hij sluit aan bij een impasse waar ik een tijdje geleden zelf in verzeild geraakte. Anna doet niks, he. Je kan dat heel ergerlijk vinden, maar ik herken het wel. Hoe hard ik destijds ook vocht om mezelf te bevrijden, het lukte niet.'

'Ik heb het daar erg moeilijk mee: dingen loslaten, hoe duidelijk dat ook nodig is. Opkuisen en verder gaan. Misschien heb ik me op deze tekst gestort om me daarmee te confronteren. Ik wil natuurlijk niet zo worden als Anna. Zij is extreem bitter.'


'Het is in feite onmogelijk om te vluchten', schrijft Anna. 'Het leven met Richard heeft me afgestompt en lusteloos gemaakt. Alles waar ik aan begin is zinloos, sinds ik weet dat er vriendelijke moordenaars zijn.'

Natali Broods: 'Het is allemaal erg zwart, ja. Ik had er wel graag een zin in gehad die wat ruimte liet voor hoop, maar dit is de tekst waar ik voor koos. Ik herken me natuurlijk niet in alles wat ze schrijft, maar het intrigeert me wel. Er zitten een paar geweldige zinnen in over haar man, ze analyseert ook goed hoe ze haar kinderen meesleept in haar lafheid.'

'Ik hoop dat ik in mijn monoloog iets fris kan brengen, zodat je ondanks alles om dingen moet lachen. Maar het is zo extreem, dat sommige mensen er misschien boos op zullen reageren. Je kan het hoofdpersonage moeilijk sympathiek vinden. Maar wie is moediger in zo'n situatie?'

'Ik heb wel een zwart kantje - misschien heb ik dat geërfd van mijn vader en mijn grootvader. Daarnaast staat een grotere joie de vivre .'


'Eens was alles goed en in orde, maar toen heeft iemand de draden verward. Ik kan het begin niet meer vinden en het spinsel in mijn handen raakt van dag tot dag meer in de war. Het groeit en woekert en op een dag zal het me bedelven en laten stikken.'

Natali Broods: 'In een relatie is alles met elkaar verweven. Je doet elkaar soms zonder het te willen de gruwelijkste dingen aan. Dat komt allicht doordat elke persoon op zich al uit zoveel verschillende delen bestaat. Het was zonder twijfel een ongeluk gaat over lafheid. Maar vanaf wanneer ben je laf in een relatie? Dat is niet zo zwart-wit. Vanaf wanneer ben je bewust iemand aan het kwetsen?'

'Je denkt ook gemakkelijk: het zit scheef, maar ik denk daar morgen wel over na. Of: ik ga er nu niet op in, want misschien zie ik het niet goed. Ook dat is een soort lafheid, of gemakzucht. Hoeveel mensen sluiten hun ogen niet voor problemen?'

'Ik kan me wel voorstellen dat het verhaal van Anna echt gebeurd is. Ik denk dat er nog altijd veel mensen in een ongelukkig huwelijk vast blijven zitten, omdat ze vrezen dat een scheiding een te grote aardverschuiving zou zijn. Ze zijn bang om alles te verliezen. Maar als iets te lang onuitgesproken blijft, wordt het op een dag verpletterend zwaar.'


'Hij zal ook nooit van me scheiden. Ik behoed zijn huis en zijn kinderen en als iemand die in het geniep in de diepste anarchie leeft, acht hij niets meer dan uiterlijke orde en precisie. Niemand huldigt de moraal nauwgezetter dan de heimelijke wettenbreker, want het is hem duidelijk dat de mensheid verloren is, als iedereen de mogelijkheid heeft om te leven zoals hij.'

Natali Broods: 'Anna schrijft heel krasse dingen, dingen die moreel op het randje zijn. Zulke dingen denken en uitspreken moet kunnen. Ook over haar kinderen is ze eerlijk: haar zoon ziet ze doodgraag, maar haar dochtertje niet. Zoiets ligt zelfs vandaag nog heel gevoelig.'

'Sinds ik ben afgestudeerd, grijp ik altijd weer naar teksten over de liefde. Vaak gaat het over geliefden die elkaar vreselijke dingen aandoen. Maar ik geloof nog altijd wel in een gelukkig gezinsleven, ook voor mij. Al is het goed dat ik daar niet te vroeg aan begonnen ben. Ik heb rond mijn dertigste een heftige periode gehad. Ik hoop wel dat dat nu een beetje kalmeert.'

De Standaard, Dorien Knockaert, 26 september 2007

Nederlands