Ieder mens moet leren lijden

Natali Broods laat de wanhopige huisvrouw in zichzelf de vrije loop, in een cynische en vrij saaie voorstelling.

Natali Broods bewerkte, samen met Sara De Roo en Jolente De Keersmaeker, een boek van de Oostenrijkse schrijfster Marlen Haushofer tot een theatertekst.

Het verhaal is eenvoudig samen te vatten. Vrouw is getrouwd met overspelige man; vrouw heeft daarmee leren leven. Dan neemt de vrouw een jong meisje in huis, Stella, de dochter van een vriendin. De echtgenoot amuseert zich met Stella tot hij haar beu is (of tot zij zwanger is?) en schuift haar dan terzijde. Stella loopt opzettelijk onder een vrachtwagen.

Interessant aan deze tekst is het wrede cynisme van de vertelster. We zien de feiten door de ogen van de echtgenote, die zich al jaren geleden bij de situatie heeft neergelegd. Ze heeft meermaals de gelegenheid om in te grijpen, om Stella te beschermen, maar ze huldigt de mening dat ieder mens maar moet leren lijden.

Ze ontloopt haar straf niet: Wolfgang, de zoon, heeft hetzelfde zien gebeuren als zijn moeder en veroordeelt zichzelf tot een kostschool, om het huis te ontvluchten. Dat is voor zijn moeder écht een verlies, in tegenstelling tot het verdwijnen van Stella.

Natali Broods brengt dit deprimerende verhaal vrij monotoon. Ze spreekt snel en laat vreemde pauzes vallen. Haar hortende spel wordt bovendien merkwaardig uitgelicht: er hangen een veertigtal lampen op scène en de lichtstanden veranderen regelmatig, op de vreemdste ogenblikken, wat je voortdurend uit de vertelling sleurt.

Dat lukt uitstekend: ik moest mezelf regelmatig dwingen om mijn aandacht bij het stuk te houden. Het verhaal is ontstellend voorspelbaar en moet het hebben van een mooie zin hier en daar. Broods brengt het allemaal droog, de schaarse mogelijkheden tot humor opzettelijk negerend. Daardoor trekt de weerbarstige vorm des te meer de aandacht, maar na een half uur heb je wel begrepen wat ongeveer de bedoeling is.

Het was zonder twijfel... begint intrigerend, maar legt te snel alle kaarten op tafel. Nieuwe ideeën blijven uit en er is zelfs sprake van verwatering: het acteerwerk wordt geleidelijk een stuk conventioneler. Beleefd wachten op het einde is de boodschap.

Het beste moment is de muzikale pauze in de tekst: een cover van Chris Isaaks' nummer 'Wicked game'. De superromantische tekst wordt hier letterlijk en figuurlijk vals gezongen, wat tegelijk komisch en een tikkeltje onthutsend is. Die vijf minuten zang, aangevuld met een zeer gecondenseerde versie van de tekst, had een half uur puik theater kunnen opleveren. Gespreid over vijf kwartier wekt dit stuk vooral de indruk dat de ideeëntrommel niet overdreven goed gevuld was.

De Standaard, Mark Cloostermans, 29 september 2007

Nederlands