Woest op wereld vanaf speelgoedpaard

Een wit dressuurpaard had DAMIAAN DE SCHRIJVER willen gebruiken als symbool voor Oostenrijk bij zijn monoloog Oude Meesters . Dat is niet gelukt. Op een houten knol maakt hij zich nu woest op beroemde schilders, Beethoven en de domme vrouw.

HIJ BERIJDT in Oude Meesters een houten paard. Maar eigenlijk had Damiaan De Schrijver zijn Thomas Bernhard-monoloog op een écht paard willen doen. En wel op een Lipizzaner, zo'n elegant wit dressuurpaard uit de Weense Rijschool.
Drie jaar is hij op zoek geweest. Toen hij het juiste paard vond, peinsde de eigenaar er niet over om z'n peperdure hengst aan toneelspelersgezelschap STAN uit te lenen. Maar De Schrijver droomt er nog altijd over. De kadans van het paraderende paard bij het strakke ritme van Bernhards woorden. Die pompeuze, militaire kunstvorm van het hogeschoolrijden op Strauss-muziek bij de tirade van een Weense schrijver tegen kitscherige kunst en kitscherige mensen.

'Zo'n Lipizzaner is de drager van de Oostenrijkse beschaving', zegt De Schrijver. ' Oude Meesters gaat over de discipline die je moet opbrengen om een beschaving te kunnen doorgronden.'

Het lijkt een bestaande toneeltekst, zo geraffineerd is de monoloog Oude Meesters opgebouwd. In de bekende woedende Thomas Bernhard-uitbarstingen vol vertragende herhalingen laat de hoofdpersoon zijn gedachten gaan over een keur van onderwerpen. Hij hekelt beroemde schilders die niet in staat zijn om één normale hand af te beelden. De idiote gewoonte van mensen om hun kindertijd te romantiseren. De onmacht van een componist als Beethoven. Het onsmakelijke uiterlijk van de Oostenrijkers en de domheid van de vrouw.

Wat de spreker over al deze onderwerpen beweert, zit boordevol tegenstrijdigheden, alsof hij bij iedere mening een willekeurige richting inslaat. Maar Damiaan De Schrijver weet het allemaal met zo'n stelligheid te verkondigen, dat je als toeschouwer je uiterste best doet om de ene mening met de andere te rijmen.

De Schrijver heeft de tekst zelf gecomponeerd, samen met zijn STAN-collega Jolente de Keersmaeker. Het is een aaneenschakeling van fragmenten uit het boek 'Alte Meister', een dikke roman van Thomas Bernhard die De Schrijver jaren geleden cadeau kreeg. 'Ik heb het boek verslonden, en heb toen onmiddellijk bij De Slegte alle exemplaren gekocht, zodat niemand anders het zou lezen.'

Hij zegt het met dezelfde hebberigheid waarmee de hoofdpersoon in Oude Meesters de grote kunstwerken voor zichzelf opeist. 'Onverdragelijk', briest de man bij de gedachte aan al die anderen die óók willen genieten van de boeken of schilderijen die voor hem alleen vervaardigd lijken te zijn. Dat gevoel had De Schrijver ook: dat Bernhards boek speciaal voor hem was bestemd. 'Ik wou dat ik ook zo kon spreken of schrijven, want zoals hij het formuleert, zo denk ik vaak. Je vindt dan in zo'n schrijver een vriend.'

Die betrokkenheid bij Bernhards woorden is aan de voorstelling af te lezen. Waar veel theatermakers de nadruk leggen op de kunstmatigheid van Bernhards ingedikte taalgebruik, komt het er bij De Schrijver allemaal volstrekt natuurlijk uit. Alsof hij ter plekke z'n gedachten formuleert, een improviserend redenaar die zich opwindt over zijn eigen bevindingen. 'Ik heb uit het boek alleen de fragmenten gekozen waarvan ik zin had om ze te zeggen', zegt De Schrijver.

Helemaal alleen staat hij er niet voor op het podium. Jolente de Keersmaeker is de hele voorstelling lang aanwezig. Opzij van het podium, maar duidelijk zichtbaar voor het publiek leest zij de tekst mee. Ze fungeert als souffleur, gekleed in een grauwe stofjas.

Maar haar rol is minder bescheiden. Soms knikt ze De Schrijver goedkeurend toe, soms zit ze hem stilletjes op te jutten, en als ze hem verbetert, is zij ineens degene die de touwtjes in handen heeft. De Schrijver: 'We voeren samen een gesprek. We kunnen samen ook complotteren tegen het publiek. Soms zeg ik expres iets verkeerd om te kijken hoe zij erop reageert.'

Het is ook De Keersmaeker die aan het begin van de voorstelling het houten paard naar voren trekt. De berijder van dat machtige dier op wieltjes kan niet zo veel doen, en dat maakt de briesende man kwetsbaar en hulpeloos. Een soort Don Quichot. Dat effect heb je nou weer niet met een echte Lipizzaner, en daarom heeft dit uit de kluiten gewassen speelgoedpaard toch ook wel wat.

'Het komt uit India, het is een folklore object dat gebruikt werd bij huwelijksplechtigheden', vertelt De Schrijver. 'De familie en vrienden droegen het bruidspaar op dit paard door het dorp.' De rijke eigenaar van de Lipizzaner had ook zo'n levenloos paard op z'n kasteel staan, een achttiende-eeuwse, natuurgetrouwe replica die vroeger werd gebruikt om de zadels op te leggen.

Als De Schrijver genoeg geld neertelde, kon hij dit dier wel huren. Een week na zijn bezoek aan het kasteel liep de theatermaker tegen het verveloze Indische paard aan, het stond in een Antwerpse etalage. 'Ik liep er meteen naartoe en stootte m'n kop tegen de ruit omdat ik dacht dat het open was.' Hij was meteen verkocht. Er moest wel even getest of het schamele dier hem kon dragen. 'We hebben beloofd dat we het paard terugbrengen als we hem niet meer nodig hebben', zegt De Schrijver. Maar de liefde waarmee hij over het dier spreekt doet vermoeden dat we het nog vaak zullen tegenkomen in de voorstellingen van toneelspelersgezelschap STAN.

De Volkskrant , Marijn van der Jagt, 19 februari 1998

Nederlands