Drie malle pietjes van vlees en bloed

Diderot ligt op tafel, twee dikke bundels, bovenop een verhandeling over het verschijnsel trompe l'oeil en nog zo een aantal boeken; een scheve en wankele toren, die gedoemd is om te vallen - zoals alles eigenlijk voortdurend omvalt tijdens de voorstelling met de titel vandeneedevandeschrijvervandekoningendiderot .

Diderot, dat wil zeggen zijn Paradoxe sur le comédien , vormde het uitgangspunt van het stuk, dat verder de naam draagt van de bewerkers/acteurs: Peter Van den Eede (De Koe), Damiaan De Schrijver (STAN) en Matthias de Koning (Discordia). Discussiërend over de portee van dit achttiende eeuwse essay bereiden deze comédiens hun publiek een hilarische twee uur, die ondanks alle gekkigheid steeds weer heel knap terugkeert naar de kern van het toneelspelen, de rol van de acteur en alle waarheden en misverstanden daaromtrent.

Het drietal (dat hun stuk geselecteerd ziet voor het Theaterfestival in september), is aan elkaar gewaagd. Ze zitten elkaar op de huid, trekken aan, stoten af en spannen samen, in verschillende formaties; de extravagante dikke (De Schrijver) en de twee 'dunnen' - de een vrij onverstoorbaar (Van den Eede), de ander vaak wat sukkelig (De Koning). In hun pogingen uit te leggen en (vooral ook) uit te beelden wat dat nou is, een goede acteur, raken ze verstrikt in hun eigen theorieën, ervaringen en eigenlijk hun hele omgeving.

Wanneer ze elkaar pruiken aanmeten, steken ze elkaar zowat de ogen uit en reikend naar het ene rekwisiet struikelen ze vervaarlijk over de rest, als drie malle pietjes in een niet al te ruim bemeten uitdragerij. Voortdurend zetten ze elkaar klem, met woorden, en ook met alles wat er verder maar voor handen is. Tafeltjes, een partij wandelstokken, een set karaffen en flessen met wodka, terwijl de decorstukken boven hun hoofd vervaarlijk heen en weer zwaaien.

Eén heeft steevast de tekst bij de hand, tot ergernis van de andere twee - totdat zij hem nodig hebben als souffleur. Alles is nep, zeggen ze, niets is wat het lijkt op de scène: het plastic feestmaal, de whiskykaraf vol thee, 'bloed' uit een capsule. Maar toch staan hier mensen van heus vlees en bloed voor je neus, te zweten in hun zware pakken met hun mooie halfbepoederde koppen, onderwijl precies wetend wat ze willen met die rijke tekst van Denis Diderot. Als dat geen machtig vak is; dat van comédien.

de Volkskrant, Karin Veraart, 20 juni 2002

Nederlands