Labyrint vol verrassingen

Tegen het eind van de avond begint alles te smeulen. Er hangt een grote confrontatie in de lucht. Tijd: ergens in 1889, plaats: Londen. Er woedt een heftige strijd tegen de lugubere ronselaarspraktijken in de haven en voor de invoering van de achturige werkdag. Karl Marx, de ideoloog van de internationale arbeidersbeweging, is al zes jaar dood. Tegenover elkaar staan zijn twee dochters. Laura, de oudste, die de meeste afstand heeft genomen tot de beweging van haar beroemde en beruchte vader, wil de briefwisseling tussen de beide ouders publiceren, ook de minder  gemakkelijke teksten, over Marx als antisemiet bijvoorbeeld. Eleonora, die Tussy wordt genoemd, wil die publicatie verhinderen. Tussy is wat we tegenwoordig een hardliner noemen. Ze wil geen zelfbeklag, geen zelfverwijt en al helemaal geen zelfbevlekking. ‘Het helpt ons niet en het geeft alleen de vijand de argumenten in handen. Een vijand wiens kracht het juist is om niet aan zelfanalyse te doen. Wij zijn geen rare mensen met rare levens en rare eisen.’ Einde discussie. Tussy moet straks speechen. Uit het hoofd, als altijd. In 1889 sloot ze die toespraak waarschijnlijk af met een gedicht van Shelley: ‘Rise like lions after slumber / Ye are many – they are few’ (‘Sta op als leeuwen uit uw sluimer / Gij zijt met velen, zij met een paar’). De toneelschrijver laat Tussy haar toespraak heel anders afsluiten, met een mop, overigens een wereldgrap. Met daarna natuurlijk een prekerige uitswinger. Want een Marx is een Marx is een Marx. De zussen zullen elkaar nooit meer terugzien.

The Marx Sisters is een nieuwe toneeltekst van Willem de Wolf, mede gebaseerd op het enkele jaren geleden verschenen boek Liefde en kapitaal van Mary Gabriel, een verslavend weglezende turf over de familie Marx, voorgesteld als een soort tragikomisch vlooiencircus van bohémiens, halve gare oplichters, denkers, heksen en intens bevlogen intellectuele vechtjassen. Tussy wordt in dat boek (door Marx’ kompaan Friedrich Engels) prachtig getypeerd als een vrouw die tegen het eind van de negentiende eeuw ‘tot over haar oren in de havenstaking zat, zwoegend als een Trojaan’. De toneelschrijver speelt in de voorstelling zelf de levensgezel van Tussy, ene Aveling, een bedrieger. Willem de Wolf doet ook de voice-over, de verteller. Sara de Roo en Natalie Broods nemen de sisters voor hun rekening. Er is een soort door de voorstelling heen zwevende eenheid van tijd, plaats en handeling – dat is de stilgezette tijd, de laatste ontmoeting van Laura en Tussy. Langs de neus weg vertelt het trio echter ook allerlei details over het ontstaan van deze toneelavond. En daarin schuiven de ambities (of het gebrek daaraan) van de protagonisten en antagonisten binnen de Marx-geschiedenis enerzijds, en de naar een juiste toon en goeie woordkeus graaiende toneelmakers anderzijds, als een soort diapositieve overvloeier over en door elkaar heen. Dat is de manier van toneelmaken waarin de samenwerkende Vlaamse groepen, de KOE en STAN hier elkaar krachtig de hand schudden. Met als resultaat een labyrint vol verrassingen, gebouwd vanuit een handvol existentiële vragen met een brandende kern (bijvoorbeeld: waarom maken idealisten en utopisten altijd zo’n zooitje van hun eigen nest?), op basis van een intelligent geschreven tekst met sterke dialogen, uitgevoerd door een vijftal slimme toneelmakers, drie óp de speelvloer en twee die ervoor hebben gezeten (Matthias de Koning en Damiaan De Schrijver). Het ensemble werd echter pas compleet met twee technici (Bram De Vreese en Pol Geusens) die permanent iedere aanzet tot zoiets als een toneelillusie vakkundig lopen te verkloten. Kortom: een topavond!

Loek Zonneveld, De Groene Amsterdammer, 29 oktober 2014

Nederlands