STAN & DOOD PAARD, ‘KUNST’

De bekroonde tragikomedie ‘Kunst’ (1994) van schrijfster Yasmina Reza over de waarde van kunst is vandaag brandend actueel. De theatergezelschappen STAN en DOOD PAARD slaan de handen in elkaar voor een Vlaams-Nederlandse enscenering.

Hoe kijken wij naar kunst en welke waarde hechten we eraan? Wanneer is kunst kunst  en hoeveel mag het kosten? Over deze vragen gaat het in ‘Kunst’. De vriendschap tussen drie mannen wordt op de proef gesteld wanneer één van hen een serieuze som uitgeeft aan een volledig wit schilderij, wat een ander lachwekkend vindt. De tussenkomsten van de derde makker die de brokken probeert te lijmen, gieten enkel meer olie op het vuur. Gillis Biesheuvel en Kuno Bakker van DOOD PAARD en Frank Vercruyssen van Cie STAN gaan samen met de tekst van Yasmina Reza aan de slag. De beide gezelschappen kennen elkaar reeds sinds 1995 en werkten vanuit een grote liefde en bewondering voor elkaars werk, al regelmatig samen. Biesheuvel: “Kuno en ikzelf wilden dit keer graag samenwerken met Frank. Frank schoof deze tekst naar voor. We waren allen enthousiast: het is een goed geschreven stuk, rond een boeiend thema.”  Een thema dat voor DOOD PAARD niet nieuw is. In 2008 maakten ze ‘Bazel’ over de dubbele motieven van een kunstverzamelaar die vooral op aanzien uit lijkt. Zijn jonge vriend is gefrappeerd door de atmosfeer van de Kunstmesse, waar kunst enkel een financiële transactie lijkt. Net als ‘Bazel’ verbindt ook ‘Kunst’ het thema van de kunstwereld met dat van de vriendschap. Biesheuvel: “’Kunst’ is in feite een feministisch stuk over drie mannen van veertig à vijftig jaar die de balans opmaken. Ze spreken vanuit een kinderlijk verlangen naar wat ooit is geweest. Ook dat – en de parallel met waar wij privé en professioneel staan- zette onze fantasie en onze zin om met deze tekst aan de slag te gaan, in beweging.”

De timing van de drie makers is –niet toevallig- markant. Ik spreek Biesheuvel over deze Belgisch-Nederlandse productie in de woelige week na de septemberverklaring, waarbij na Nederland nu ook in Vlaanderen volop met de hakbijl in het cultureel-artistieke veld wordt gekliefd. Biesheuvel: “Men legt momenteel alles langs de liniaal. Bij kunst gaat men twee emoties koppelen: of iets al dan niet mooi is bepaalt of iets al dan niet geld verdient maar die koppeling is onjuist. Daar gaat kunst niet om!”. Wat Biesheuvel –en Yasmine Reza met ‘Kunst’- bepleiten, is dat we meer de tijd nemen om naar kunst te kijken. Zijn we het kijken naar kunst dan verleerd? Biesheuvel: “Dat is dubbel. Kunst is tegenwoordig overal: we kunnen overal aan meestal een democratisch prijs naar kunst gaan kijken en er is ook een publiek voor kunst. Tegelijk leven we in een tijd dat alles snel moet en snel resultaat moet hebben. Daar moet kunst zich tegen verdedigen. Kunst vraagt om een bijzonder soort concentratie, die niet altijd gemakkelijk is maar de ervaring wél intenser maakt. Dat geldt voor theater, waar je je in tegenstelling tot andere kunstvormen niet zo gemakkelijk uit de voeten kan maken, even goed als voor beeldende kunst. Ook in het theater heb ik al stukken gezien waarbij ik me over mijn eerste emotie moest zetten om beter te kijken en te luisteren naar wat werkelijk werd gezegd en getoond.”

Of de makers het thema van de beeldende kunstwereld ook in de vorm of scenografie doortrekken en zo ja hoe, dat wil Biesheuvel nog niet verklappen. “Het onderwerp van de discussie tussen de drie vrienden is een wit doek, dat zal dus sowieso op het podium aanwezig zijn (lacht). We vertrekken we vanuit het spel: de rest stemmen we daarop af.  Het werkproces startte met een intensieve lezing van de tekst, die we ons eigen moesten maken. Parallel dachten we na over het decor, de kostuums, rekwisieten,…. Daarna moeten we het neerzetten, kijken of het klopt. Als speler-makers doen we alles zelf, inclusief het decorontwerp. We moeten alles zelf door onze handen laten gaan voor we het kunnen spelen.”

Julie RODEYNS

Nederlands