Jarige vrijbuiters

Het Antwerpse theatercollectief STAN is een begrip in Vlaanderen en ver daarbuiten. Het gezelschap viert zijn twintigste verjaardag met toestand: een dubbele 24-urige marathon in Antwerpen en Brussel.

Interview met Jolente De Keersmaeker, Sara De Roo, Damiaan De Schrijver en Frank Vercruyssen

Achter de grote tafel in het Antwerpse pakhuis waar toneelspelersgezelschap STAN zijn repetitieruimte en kantoren heeft, hangt een groot bord met een tijdsband. Daarop verschillende kleurtjes post-its: dans, theater, tekst, muziek en in fluogeel '+time'. Het is het schema voor toestand : een 24-urige marathon in het Brusselse Kaaitheater en de Antwerpse Monty, waarbij tal van gasten het podium zullen bestijgen. Olympique Dramatique, Wim Helsen, Tom Barman, Gerardjan Rijnders, Guy Cassiers, Tom Lanoye, Jan Decorte... Het zijn maar enkele van de om en bij honderd namen. Wie wat wanneer met wie gaat doen, houdt STAN nog liever voor zich. 'Maar het zijn allemaal mensen met wie we ooit hebben samengewerkt of met wie we ons op de een of andere manier verbonden voelen. Al die ontmoetingen zijn de petrol waarop STAN in beweging blijft', zegt Damiaan De Schrijver.

Samen met zijn voormalige klasgenoten aan het Antwerpse conservatorium Frank Vercruyssen, Jolente De Keersmaeker en Waas Gramser richtte De Schrijver in 1989 toneelspelersgezelschap STAN op. Gramser zou in 1994 de groep verlaten om te beginnen met de Onderneming (nu locatietheatergezelschap Comp. Marius). Sara De Roo, een jeugdvriendin van De Keersmaeker die eveneens aan het Antwerpse conservatorium had gestudeerd, zou STAN vervolledigen tot het meerstemmige kwartet dat het collectief in basisbezetting nog steeds is.

Inmiddels delen de STAN-acteurs al twee decennia lang lief en leed - en vooral veel woorden, op de scène en ernaast. Woorden die ze eerst tot in den treure toe leerden spreken aan het conservatorium bij Dora Van der Groen. Woorden waarmee ze ook bijzonder graag met elkaar in discussie gaan, want als collectief is elke keuze een gezamenlijke beslissing. 'We discussiëren over alles en elk detail, van welk stuk we gaan spelen tot het ontwerp van dit bierviltje (twee X'en voor twintig jaar STAN). Er wordt bij ons nooit gekozen voor het handje opsteken en de meerderheid van stemmen tellen. Desnoods is het agree to disagree', zegt Vercruyssen. Hij was het ook die na een hele middag en avond palaveren met de naam van het collectief op de proppen kwam: Stop Thinking About Names, of kortweg: STAN.

De opzet voor toestand, waarvan een lightversie ook in Toulouse en Parijs zal te zien zijn, kent zijn oorsprong in De Vere . Een reeks voorstellingen die STAN samen met Maatschappij Discordia en Dito'Dito bracht midden de jaren negentig. Het waren lange toneelavonden, waarin verschillende fragmenten en stukken gepresenteerd werden waarvan het publiek op voorhand niets afwist. Later, in 2005, hanteerde STAN een soortgelijk principe tijdens zijn residentie in Théâtre de la Bastille in Parijs, onder de naam impromptu XL .

Een 24-urige marathon: moet je daar niet goed gek voor zijn?

DAMIAAN DE SCHRIJVER: Dat moet je aan Frank vragen, het was zijn idee. Hij is een echt feestvarken, en wie ben ik om daarop nee te zeggen.
FRANK VERCRUYSSEN: Ik herinner me nog hoe ik tijdens het culturele stadsproject Droom de stad het heel bijzonder vond om om vijf uur in de ochtend een tekst voor te lezen voor een handvol toeschouwers, de ene net wakker, de ander nog wakker. Het heeft iets magisch om 's morgens een toneelstuk te zien.
SARA DE ROO: Bij zo'n marathon vallen de barrières weg. Zoals Tim Etchells, die met Forced Entertainment regelmatig marathonvoorstellingen maakt, zegt: ' Your defences are down.' Je kunt je op den duur niet meer indekken.
JOLENTE DE KEERSMAEKER: Het is theater in al zijn rauwheid: als het verveelt, is het echt vervelend. Maar als het lukt, is het fantastisch. Je voelt dat, het publiek voelt dat.

Hoe bepalend was jullie ontmoeting op het Antwerpse conservatorium bij Dora Van der Groen?

VERCRUYSSEN: Dora was en is een monstre sacré.
DE KEERSMAEKER: Ze is in de eerste plaats een taalkunstenares. Ze leert je woorden langs alle mogelijke kanten onderzoeken. Maar wat Dora vroeg, was niet gemakkelijk. Je had ook nooit het gevoel dat je het goed deed, waardoor je soms in de knoop raakte.
DE SCHRIJVER: Laten we stellen dat we de spelvreugde niet bij mevrouw - want we zeiden mevrouw - Van der Groen hebben opgedaan. De echte klik, de beslissing om samen iets verder te doen, kwam pas in ons laatste jaar aan het conservatorium. Toen onze klas collectief gebuisd was en we een jaartje extra 'mochten' blijven. In dat jaar hebben we samengewerkt met Josse De Pauw en met Matthias de Koning van het Nederlandse collectief Maatschappij Discordia. Die ontmoetingen zijn voor ons bepalend geweest: opeens hadden we het gevoel dat we zelf theater mochten maken, in plaats van de stippellijntjes in een invuloefening in te vullen.
VERCRUYSSEN: Het gaat bij STAN niet om het zich afzetten tegen het regisseurstoneel. 'Zich afzetten tegen' is zo negatief. Het collectieve theater dat wij maken, vertrekt vanuit een positief gevoel. Dat we net heel graag ál die dingen willen doen, van op de scène staan tot affiches maken. En als we dat niet mogen doen, gaan we ons vervelen.

Hadden jullie ooit verwacht het zolang met elkaar uit te houden?

DE ROO: Zoals mevrouw Van der Groen ons geleerd heeft dat je meester bent van je woorden, ben je ook meester van de plannen die je maakt.
DE KEERSMAEKER: De eerste vijf jaar zeiden we geregeld: 'Als het niet meer gaat, dan stoppen we ermee.' Dat was voor ons een soort veiligheid. Dat we weg konden wanneer we wilden. Het is ongetwijfeld ook de kracht van STAN: elkaar kunnen loslaten...
VERCRUYSSEN: Zodat, als je voor elkaar kiest, het duidelijk is dat je echt voor elkaar kiest. Tussen de twee voorstellingen die we alleen met ons vieren gespeeld hebben, Private Lives (1997) en of/niet (2007), zat tien jaar. Dan is dat omdat het zo moest zijn. Mensen vragen me vaak of ik geen zin heb om meer dingen buiten STAN te doen. Ik zeg dan altijd: 'Ja maar, ik doe al dingen buiten STAN binnen STAN.'
DE KEERSMAEKER: Van meet af aan hebben we ook voorstellingen gemaakt met andere mensen. Ik heb met mijn zus (choreografe Anne Teresa De Keersmaeker) verschillende voorstellingen gemaakt, Sara heeft enkele voorstellingen bij Dood Paard gemaakt, Damiaan heeft samengewerkt met Peter Van den Eede van de Koe. Er waren uitstapjes naar theater en televisie.
DE SCHRIJVER: We hebben er altijd voor gezorgd dat er voldoende zuurstof in zat. STAN is als een spons die van alle kanten ademt en ervaringen als water opneemt.
DE KEERSMAEKER: Soms waren die ontmoeting er uit pure goesting, soms uit noodzaak omdat onze onderlinge relatie in een dip zat.
VERCRUYSSEN: Jolente, we gaan hier geen humaninterestinterview geven, hè.
DE KEERSMAEKER: Ja maar, dat is toch geen human interest! Dit gaat over het organiseren van een minimaatschappij, wat STAN uiteindelijk toch is, niet? We zouden niet samen in één huis willen wonen, maar we komen uiteindelijk toch steeds weer bij elkaar uit.
VERCRUYSSEN: Op menselijk vlak heeft iedereen uiteraard zijn eigen temperament en dada's, maar dat zijn details, triviali-teiten. Waar het om gaat, is dat we in onze artistieke organisatie elke vaste taakverdeling bestrijden. En dat merk je ook op de scène. We zijn ten volle samen verantwoordelijk.
DE KEERSMAEKER: We zijn met de jaren niet milder geworden, maar we kennen elkaar beter.

Sinds een tiental jaren spelen jullie ook geregeld in het buitenland.

DE SCHRIJVER: Soms leveren onze grote tournees ons het verwijt dat we niet voldoende zichtbaar zijn in Vlaanderen, dat 'die van STAN' altijd op reis zijn. Maar zo hebben we wel een ongelooflijke actie-radius opgebouwd. We spelen van Hoboken tot het Théâtre de la Bastille in Parijs, en het ene kan voor ons niet zonder het andere.
DE ROO: Toeren is niet alleen 'op reis' gaan, het gaat over ervaringen opdoen die je als mens en groep rijker maken. Het is fantastisch om te merken dat ons werk even relevant is hier om de hoek als aan de andere kant van de wereld.

Vooral in Frankrijk zijn jullie een graag geziene gast.

DE KEERSMAEKER: De theatercultuur in Frankrijk is heel anders dan bij ons. Theater is er een onderdeel van het dagelijks leven, na je werk spring je op weg naar huis even het theater binnen. In Vlaanderen kennen we die mentaliteit niet.
DE SCHRIJVER: De keerzijde is dat landen met een lange theatertraditie en sterk theaterrepertoire - zoals Frankrijk, Duitsland en Engeland - enorm vasthangen aan opvoeringstradities. In Vlaanderen hebben we nauwelijks enige toneelliteratuur of opvoeringsgeschiedenis, waardoor we ook veel vrijer met 'tradities' durven om te springen. We zijn anarchisten, vrijbuiters. Ook de Fransen ontdekken nu stilaan hoe ze hun klassiekers kunnen ontstoffen, en wij hopen daartoe een steentje te hebben bijgedragen.

Wat zijn de uitdagingen nog na twintig jaar STAN?

DE ROO: We zijn samen rijper geworden, dat merk je aan onze producties. In die zin vallen werk en leven samen. Het draait om passie.
DE KEERSMAEKER: De uitdaging ligt in al de teksten die we op onze weg tegen-komen. Ze leren je wijzer worden over de wereld. En tegen dat we misschien echt een beetje wijzer zijn, is onze tijd wellicht om.

Knack, Liv Laveyne, 14 oktober 2009

Nederlands